Home

Dennis Vanderbroeck ontwierp de decors van Rosalía’s wereldtour, de modeshow van Miu Miu en de musical Cabaret. ‘Het is een heel, heel cool jaar’

Dennis Vanderbroeck die decors voor theater- en modeshows ontwerpt, kreeg vorig jaar „uit het niets” een bericht van de creative director van superster Rosalía. „Nu is er soms een giftige stem die zegt: ik wil ál die jobs.”

De tattoo op de linkerhand van Dennis Vanderbroeck ziet er vers uit. Een ballerina, in dunne, nog gitzwarte lijntjes. Het is onmiskenbaar popster Rosalía, in de tutu die ze draagt tijdens de wereldtour waarmee ze dit jaar in 31 steden optreedt en waarvoor Vanderbroeck de scenografie deed.

Anderhalve maand sloot hij zich met haar en een handjevol anderen – een creatief directeur, een lichtontwerper, een choreograaf – op in een stadion om de show te ontwikkelen waarin Rosalía zichzelf neerzet als een meesterwerk in een museum. Het concert begint met een door Vanderbroeck ontworpen transportkist. Die klapt open – in de vorm van een crucifix – en dan staat Rosalía opeens op het podium. In tutu, een verwijzing naar de ballerina’s van de Franse impressionist Edgar Degas. Later poseert ze als Mona Lisa achter een gouden lijst. The Guardian noemde het concert „visually stunning” en „one of the boldest, most highbrow arena shows in pop history”. Rolling Stone omschreef het als „crushingly beautiful”. NRC gaf vijf ballen.

Vanderbroeck (36) zit in zijn kantoor in Rotterdam. Hij heeft het uniform aan dat hij al jaren vrijwel elke dag draagt: een spijkerbroek en spijkerjasje, allebei van Levi’s. Meerdere keren per week reist hij op en neer tussen Antwerpen, waar hij woont met zijn echtgenoot, de Belgische kunstenaar Frederik Heyman, en deze plek, een sobere witte ruimte van hooguit twintig vierkante meter met een bank, een boekenkast, een rekje jassen en een bureau. Geen grote decorstukken of ook maar iets dat verraadt dat Vanderbroeck spectaculaire sets ontwerpt. „Ik doe eigenlijk al mijn werk op mijn laptop, dus meer ruimte heb ik echt niet nodig”, zegt hij. Zijn vijf medewerkers, freelancers die hij ‘de boys’ noemt, hebben hun eigen kantoren. „Ik vind het heerlijk om niet te werken waar ik woon, dan mixen die twee dingen ook minder snel.”

Hoe kwam de samenwerking met Rosalía tot stand?

„Vorig jaar kreeg ik uit het niets een bericht op Instagram van de zus van Rosalía, die haar creative director is. Ze had werk van ons gezien en wilde dat wij een listening performance voor haar nieuwe album zouden ontwerpen.” Dat werd een evenement voor duizend mensen in het nationaal kunstmuseum van Catalonië in Barcelona, vorig jaar november. Rosalía was aanwezig, maar trad niet op. Ze lag op een podium in een witte jurk van minstens twintig meter lang, die overliep in het decor. De songteksten werden erop geprojecteerd. „Op basis daarvan zijn we teruggevraagd, een groot compliment. Die anderhalve maand in een stadion, eerst in Barcelona, daarna in Lyon, leefde ik in een limbo. Ik was alleen, mijn team kon niet mee. Omdat alle mensen in Rosalía’s team een theaterachtergrond hebben, voelde het alsof we dezelfde taal spraken. Het was een heel belangrijk moment voor me, daarom heb ik die tattoo ook genomen. Niet door de glitz en glamour van het project, maar vooral omdat ik me echt gezien voelde. Dat is natuurlijk het allergrootste wat er is. En omdat al mijn liefdes erin samenkomen: theater, populaire cultuur, mode, muziek. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt.”

Rosalía tijdens haar concert in Parijs op 18 maart 2026.

Listening performance van Rosalía’s album LUX in Barcelona (2025)

Concerten vormgeven is nieuw voor Vanderbroeck, die bekend werd met decors voor modeshows van grote modehuizen. Het vijftig meter lange opblaasbare object van vier in elkaar verstrengelde mensen dat hij in 2022 voor Diesel ontwierp, belandde in het Guinness Book of Records als de grootste opblaasbare sculptuur ter wereld. In 2025 gebruikte hij dezelfde sculptuur nog een keer voor een Diesel-show, maar nu liet hij het bewerken door 7.000 graffiti-kunstenaars. Bij de allerlaatste show voor het pensioen van modeontwerper Dries Van Noten in 2024 liet hij de modellen over een catwalk lopen die was bedekt met stukjes zilverfolie. Na een laatste buiging verdween Van Noten achter een gigantische discobal.

Daarnaast doet Vanderbroeck, die aan de toneelacademie heeft gestudeerd, scenografie voor toneelstukken. Voor Hamlet (2025) van Theater Rotterdam – met Jacob en Roman Derwig en Hannah Hoekstra – ontwierp hij een extreem ingetogen, helemaal zwart decor, met alleen een grote, heen en weer bewegende balk, waarop de acteurs konden staan of zitten. In Sisterhood (2026), geregisseerd door Romana Vrede, liepen de actrices op en rondom een enorme oranje schaal.

Op dit moment werkt hij aan acht klussen tegelijk. „Sinds een half jaar ben ik soms even de tel kwijt.” Tijdens deze modemaand – van begin september tot begin oktober, waarin de vier grote modeweken plaatsvinden: New York, Londen, Milaan en Parijs – deed hij drie shows: die van de Homme Plissé-lijn van Issey Miyake in het Tate Modern in Londen, die van Diesel in Milaan, en deze zondag, tijdens de modeweek in Parijs, de show van Miu Miu, de tweede, maar op dit moment invloedrijkere lijn van Prada. „Het is een heel, heel cool jaar omdat twee grote dromen zijn uitgekomen: Rosalía en werken voor Miuccia Prada.” Op de stoel naast hem staat een grote zwarte Prada-tas, die hij van een groep vrienden voor zijn 35ste verjaardag heeft gekregen.

Diesel-show voor najaar 2025

Alaïa-showroom voor voorjaar 2026

Tussen de modeshows door reisde hij op en neer naar Nederland voor de repetities van verschillende toneelstukken, een opera en de musical Cabaret, met Chantal Janzen. „Dat is eigenlijk de derde droom die dit jaar uitkomt. Een musical, dat heb ik altijd al willen doen. Dus daar ben ik stévig van aan het genieten.”

De ene dag werk je met Prada, de andere dag met Chantal Janzen.

„Ja, dat klinkt hartstikke schizo hè? Maar het is wie ik ben en wie ik als klein kind al was: ik zat op ballet, ik was dol op de musical Wicked en ik schraapte mijn geld bij elkaar om Raf Simons-schoenen te kopen. Al die dingen samen zijn nu mijn werk. Fuck yes, denk ik als ik daar soms bij stil sta.”

Vanderbroeck groeide op in Zoetermeer. Zijn moeder werkt „al een miljoen jaar” bij een verzekeringsmaatschappij. Zijn vader werkte in IT. „Ik kom niet uit een kunstminnend gezin.”

Steunden je ouders je creatieve interesses?

„Totaal. Daar heb ik zo’n mazzel mee gehad. Toen ik zes was wilde ik per se op ballet. En dat mocht gewoon. Mijn vader reed me er altijd naartoe.”

Wat trok je erin aan?

„Wat trok je erin aan?! Halló, het is gorgeous! Ik vind het misschien wel de ultieme kunstvorm, dat streven naar perfectie. Een fysiek ambacht. Daarom vind ik het extra leuk om een ballerina op mijn hand te hebben.”

Waarom koos je voor de toneelschool?

„Ik zat vanaf ongeveer mijn twaalfde op toneelles. Ik vond het heerlijk om in een bubbel te zitten met gelijkgestemden, de mensen die ik wél leuk vond in Zoetermeer. Tijdens de middelbare school was het gewoon evident dat ik naar de toneelschool zou gaan, daar heb ik nooit aan getwijfeld. Ik zat op het vwo en had vrijstelling gevraagd om niet naar een beurs voor universiteiten te hoeven gaan, omdat ik toch al wist dat ik daar niet naartoe wilde. Die kreeg ik niet, want mijn docenten begrepen er níéts van. ‘We willen allemaal weleens een dag naar de Efteling’, zei er een. Die zin leeft nog steeds rent free in mijn hoofd. De moeder van een vriendinnetje hamerde er ook op dat ik een plan B moest hebben. Maar daar doe ik niet aan, nog steeds niet. Ik stel ook altijd maar één ontwerp voor aan opdrachtgevers.”

Je liep op de toneelschool stage bij een modeontwerper.

„Dat was helemaal te danken aan twee mentoren, mijn guardian angels. Die zágen het gewoon. Die zagen wat ik wilde, voordat ik het zelf wist. Ze zeiden: je kunt mode en theater toch gewoon met elkaar combineren? Ik dacht: Wát? Kán dat? Ik ben stage gaan lopen bij [de Deense modeontwerper] Henrik Vibskov, waar ik aan zijn modeshow mocht werken. Ik voelde het meteen: dit is inderdaad hetzelfde, dit is ook performance.”

Wat is er zo leuk aan mode?

„Het is mij echt te doen om het vormgeven van je identiteit. De grootste ruzie die ik ooit met mijn man heb gehad was toen ik voor het eerst naar zijn familie ging en hij vroeg of ik misschien een andere jas kon aandoen. Dan ben je bij mij echt aan het verkeerde adres. Sommige mensen gamen, ik kan urenlang een innerlijke dialoog met mezelf voeren over wat ik aan wil.” 

Maar je hebt altijd hetzelfde aan.

„Maar er hangt wel meer in mijn kast. Twee weken geleden heb ik een vintage Prada-shirt met Hawaï-print uit 2014 gevonden, gelukkiger kun je me niet krijgen. Nu ben ik met mezelf aan het steggelen over wanneer ik dat ga dragen. Op vakantie misschien?”

Hoe begint jouw ontwerpproces?

„Met de persoon met wie ik ga werken, dat is altijd de kern. Of het nu Rosalía is, of Glenn Martens van Diesel, of Romana Vrede. Ik wil uitgebreid in gesprek en iemand écht begrijpen, zodat ik me kan verhouden tot wat die persoon zoekt. In het theater lees ik alle scripts uitvoerig. Er zijn genoeg scenografen die de stukken niet eens lezen. Research is the most fun part, vind ik. Denken, praten, brainstormen, zoeken en weer weggooien, daar ligt mijn hart. Het ontwerpproces dat daarop volgt, waarbij ik in mijn eentje achter de computer zit, is veel saaier. Het ontwerp wordt vervolgens door onze opdrachtgevers uitgevoerd, wij bouwen nooit zelf een set. We zijn inmiddels heel goed geworden in het visualiseren van een idee op de computer.” 

Zeg je vaak nee tegen opdrachten?

„Dat valt wel mee. Zo’n 80 procent van de projecten die naar ons toe komen zijn wel een match. Af en toe komt er een commercieel bedrijf dat wil dat ik een ‘immersive experience’ ontwerp.”

‘Immersive’ is een populair woord.

„Ja, zum kotzen. Alles moet ‘immersive’, ‘360’ en ‘hybrid’ zijn. Dat zijn de opvolgers van het woord viral. Eerst kregen we steeds briefings met: we need a viral moment. Dan haak ik ook meteen af. Geweldig als een project viral gaat, maar dat moet niet het uitgangspunt zijn. Ik vertrek altijd vanuit de live-ervaring: hoe is het om hiernaar te kijken en hoe is het om hier te staan? Ik geloof niet in het ontwerpen van ruimtes die er vooral goed uit moeten zien op sociale media.”

Decor van ‘People, Places and Things’ (Toneelgroep Oostpool, 2019)

Decor van ‘Sisterhood’ (Theater Rotterdam, 2026)

Decor van ‘Wachten op Godot’ (Het Nationale Theater, 2024)

In 2023 trad Vanderbroeck in Nederlandse theaters op met een voorstelling die hij van A tot Z zelf had gemaakt, over zijn vader, die in 2015 – op zijn 53ste – de diagnose vroege dementie kreeg. In A masterpiece – or at least a brave attempt staat Vanderbroeck zelf op het podium en probeert hij een meesterwerk te maken, door beroemde performances van Yves Klein, Bruce Nauman en Tina Turner na te doen, om zo zijn angst om vergeten te worden te bezweren. De stem van zijn vader klinkt als voice-over en geeft commentaar.

Hoe voelt het om met Rosalía iets te hebben gemaakt dat volgens veel mensen daadwerkelijk een ‘masterpiece’ is?

„Ik dacht altijd dat ik op zoek was naar dit soort externe bevestiging, dat ik dat nodig had om bestaansrecht te hebben, maar het bleek niet zaligmakend. Het heeft me echt aan het denken gezet over het hele gegeven van succes. Ik ben heel hard voor mezelf. Het moet altijd beter, sneller, groter. Het lukte me heel lang niet te genieten van de projecten die we doen, ik was alleen maar bezig met wat erna kwam. Ik sta nog steeds trillend op mijn benen elke keer als ik denk dat iets niet lukt. Tijdens elk ontwerpproces denk ik weer dat het idee niet gaat komen. Maar inmiddels denk ik ook: stop whining, het gaat gewoon goed. Van het proces rond de tour van Rosalía heb ik wél kunnen genieten. Dat is echt een unicum en daar is een lange leercurve aan voorafgegaan. Mijn vader is inmiddels overleden, vorig jaar november, dat heeft ook bijgedragen aan dat leerproces.”

Heftig jaar.

„Maar ook weer niet, dat proces was al tien jaar bezig. Dus we waren er als gezin ook écht Alzheimermoe. Hijzelf ook. Het was eigenlijk een supergoede afsluiting van die periode, waar ik superdankbaar voor ben. Hij heeft mij nog zoveel geleerd in die laatste week. Toen hij overleed, ervoeren we dat als gezin allemaal als liberating. We hadden niet door hoe sluimerend zijn ziekte altijd in ons hoofd zat. Dus ja. Het was een gróót jaar.”

Wat heeft hij jou geleerd in die laatste periode?

„Om meer in het nu te leven. Hij liet de dingen komen zoals ze komen, stond altijd in het nu. Ook tijdens zijn ziekte. En ik zag wat hem dat bracht: een soort rust. Daar ben ik de afgelopen tijd veel beter in geworden.”

Je klinkt als iemand die veel in therapie is geweest.

„Ik ben al zeker zes jaar in therapie. Dat moest ook wel. Mijn toneelschooltijd heeft veel beschadigd. Ik deed de richting performance en daar was een docent met wie ik vier jaar lang in een grensoverschrijdende machtsverhouding heb gezeten. Niet fysiek grensoverschrijdend, maar emotioneel. Hij was in mijn optiek een narcist. Alles stond in het teken van het managen van zijn ego, niet van mijn ontwikkeling. De ene keer vond hij me fantastisch, de andere keer kreeg ik te horen dat ik niet goed genoeg was. Hij was ook heel manipulatief en zette mensen tegen elkaar op. Ik ben echt door hem gebrainwashed, hij heeft enorme invloed gehad op hoe ik naar mezelf kijk. Ik had jarenlang altijd een stem in mijn hoofd die zei dat ik niet goed genoeg was. Toen ik twee jaar geleden een EMDR-sessie deed, hoorde ik opeens: dit is helemaal niet mijn stem, dit is die docent. Het was alsof er een lichtknopje om werd gezet. Ik liep naar buiten en het was opeens stil in mijn hoofd. Die docent is de bron van veel toxische dingen in mijn leven. Dat jarenlang nergens van kunnen genieten, dat is gewoon van me afgenomen door die man. Pas sinds mijn 34ste gaat het beter.”

Waar droom je nog van?

„Ik ben nu aan het nadenken over wat ik de komende tien jaar wil. Ik ben er trots op dat ik ervoor gekozen heb om een klein bedrijf te blijven en dat ik zelf nog steeds overal bovenop zit. Ik had ook makkelijk een kantoor in Parijs kunnen hebben met vijftien mensen achter computers. Dan had ik vast al een tweede huis in Italië kunnen kopen, maar dan was mijn leven ook een stuk saaier geworden. Als je zo veel mensen in dienst hebt, moet je ook oninteressante klussen aannemen. Nu voel ik nog steeds veel vrijheid.”

Werk je zeven dagen per week?

„Ik probeer een nine-to-five job te hebben. Dat lukt niet altijd, maar het is wel altijd de intentie. Na mijn studie werkte ik even bij een productiebedrijf in Brussel dat voor [kunstenaarsduo] Lernert & Sander werkte en zij gingen altijd om vijf uur naar huis. Ik dacht: zijn jullie gek geworden? Waarom zitten jullie niet getergd in een hoek tot diep in de nacht? Maar uiteindelijk vond ik het een eye-opener, dat dat dus kan met een creatieve baan. Mijn man is een soort vampier, die kan nachtenlang doorgaan. Dan kun je mij wegdragen, dat kan ik helemaal niet. Nine-to-five is goed voor mij.”

Hoe heb je je man leren kennen?

„Facebook. Zijn eerste zin was: mooi werk maak je. Zo’n niet-originele pick-up line. Vanaf de tweede keer dat we elkaar zagen zijn we samen.”

Wat bindt jullie?

„Hij komt ook niet uit een kunstzinnig gezin, daardoor begrijpen we elkaar. Soms denk ik: wij hebben dit allebei gewoon helemaal zelf gedaan, hoe fucking vet is dat? Zoetermeer, daar is niks Prada aan. Dat heeft me gevormd. Daar komt mijn liefde voor Chantal Janzen ook vandaan. Mijn liefde voor musical. Voor commercie. Ik vind dat echt héél vet om te doen. Mijn man begrijpt dat.”

Gaat het bij jullie thuis vaak over werk?

„Heel vaak, maar dat komt gewoon omdat ons werk onze lievelings is. We zijn elkaars grootste fan en ook elkaars grootste criticus. We hebben zulke vette dingen samen kunnen delen. Ik ben met hem naar LA geweest voor een show van Beyoncé waarvoor hij visuals gemaakt had. En hij is naar Rosalía en een show van Diesel gekomen. Dat we dat kunnen delen, dat maakt ons leven zó rijk. Ja sorry, ik zit in een amechtige fase.”

Je werkt nu al een paar jaar voor Diesel.

„De Diesel-show van afgelopen maart heb ik níét gedaan, ze hadden iemand anders gevraagd. Dat vind ik best moeilijk aan de mode. Ik ben extreem loyaal, zowel in vriendschappen als in werk. In de mode doe je een show en vervolgens word je misschien wel of misschien niet voor de volgende gevraagd. Het is not done om daarover te praten, dus je moet gewoon afwachten.”

Hoe moeilijk is dat?

„Héél moeilijk. In de muziek gaat het ook zo. Nog voor Rosalía werden we benaderd door [rapper] A$AP Rocky, op basis van een theatervoorstelling die hij online van ons voorbij had zien komen: Wachten op Godot. Ik ben helemaal losgegaan en heb een presentatie voor hem gemaakt van 55 pagina’s. Daar heb ik gewoon nooit meer wat van gehoord. Laatst heb ik met een grote Amerikaanse zangeres zitten appen, ook nooit meer wat van gehoord. Veel later had haar team opeens wel een klusje voor me. Toen dacht ik: zak erin.”

Dacht je dat bij Diesel niet ook, toen ze weer bij je terugkwamen?

„Dat is anders, omdat ik Glenn [Martens, de creatief directeur] goed ken. Sinds vorig jaar doet hij ook Maison Margiela. In mijn hoofd heb je Prada op nummer één, maar daarna komt al vrij snel Margiela. Die show hoop ik ooit nog eens te mogen doen. The xx is nog zo’n band waar ik lang mee in gesprek ben geweest. Ik ben ervoor naar Londen geweest en dan gebeurt het niet. Heel moeilijk.”

Hoe ga je daarmee om?

„Ja, níét eigenlijk. Ik raak ook vaak geobsedeerd door degene die het wél gaat doen. Dan zit ik nachtenlang te scrollen. Echt niet gezond. Maar credits where credits are due, ik ben bij die show van The xx gaan kijken en heb na afloop tegen hen gezegd dat ik het niet beter had gekund. Dan is het ook fine. Ik vind het erger als ze voor iemand kiezen die iets slechts maakt. Door Rosalía zit ik ineens in die wereld. Daarvoor dacht ik er niet eens over na. En nu is er soms een giftige stem die zegt: ik wil ál die jobs.”

En nu doe je dus de show van Miu Miu. Hoe kom je daar binnen?

„Ik zeg al honderd jaar: Prada is de droom, maar dat gaat nooit lukken. De Prada Group is een fort waar je niet zomaar binnenkomt. Ik werd benaderd via een interne architect. Ze hebben een heel leger aan architecten die fucking goed zijn. Ik heb die architect ontmoet in Milaan, om kennis te maken. We hadden een klik, maar ik durfde nergens op te hopen. Toen ik een paar uur later bij de bagageband op Schiphol stond, kreeg ik al een bericht: ze wilden dat ik de Miu Miu-show ging ontwerpen.”

Werk je met Miuccia Prada zelf?

„Nee, dat schijnt ook niet gauw te gebeuren. Jammer, want zij is mijn icoon. Ik hoop ook nog steeds op levenslang 30 procent korting in de winkel, maar daar ben ik ook nog niet, haha. Ik werk met het head of architecture. Die loopt steeds naar haar toe en komt dan terug met: ze vindt dit vet, dit niet. Ik ben heel blij dat ik er überhaupt onderdeel van uitmaak. Het voelt alsof we na acht jaar keihard werken in een oogstperiode zijn beland.”

CVDennis Vanderbroeck

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Populaire muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next