Op de bank voor mijn deur zit ik regelmatig met mijn buurman August. Hij heeft een papegaai, Chico, die hij graag ‘uitlaat’ in de boom voor mijn deur. Dan is Chico ‘helemaal in zijn sas!’. Dat bankje is een drukbezochte ontmoetingsplek, waar ik ook graag met andere buren praat. Voor dit sociale netwerk heb ik hard mijn best moeten doen, want helaas vind ik dat niet in mijn studio.
Sinds mijn 17de, toen ik begon met studeren, woon ik op mezelf. Voordat ik mijn studio vond, hospiteerde ik 23 keer bij huizen met huisgenoten. Drieëntwintig keer stelde ik mezelf voor aan een kamer vol studenten (ben ik deze keer wél leuk genoeg?), en stapte ik in de trein terug zonder kamer. Na die 23ste afwijzing gaf ik het op en tekende ik voor een studio. Geen huisgenoten, gedeelde keuken of een bezette douche. Op papier is dat een luxe, maar in de praktijk is het vooral stil.
Ik kijk met jaloezie naar mijn vrienden die allerlei avonturen beleven met hun huisgenoten.
Over de auteur
Maud Stamsnijder is student interdisciplinaire sociale wetenschap. In de maand oktober is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Als ik het ze zelf vraag, blijkt wonen met huisgenoten vooral een verrijking van je mensenkennis. Je leert, zeggen ze, op een andere manier naar je eigen gewoontes te kijken, en waarom je die eigenlijk hebt. Je ziet bij een huisgenoot iets wat je vreselijk irriteert, en denkt: dát moet ik dus vooral niet doen. Je leert de goede én de slechte kanten van mensen kennen en hoe zwaar een oncomfortabele sociale omgeving kan wegen, en dus ook hoe belangrijk het is om die niet te hebben.
De mengelmoes aan studies, levensfases en toevallige kennis trekt je uit je eigen bubbel, en maakt de wereld toegankelijker: je gaat sneller ergens naartoe als er een huisgenoot meegaat. Als je uit huis gaat, zijn huisgenoten vaak de enigen die dichtbij genoeg staan om echt een oogje in het zeil te houden. In een studio is er niemand die dat kan doen.
En dat is gevaarlijk, want bijna twee derde van de jongvolwassenen in Nederland voelt zich eenzaam, meldt het RIVM, en een kwart voelt zich dat sterk. Die eenzaamheid komt het vaakst voor bij wie alleen woont. Zeventig procent van de jongvolwassenen kampt met emotionele eenzaamheid – het gemis van een hechte band – en zestig procent met sociale eenzaamheid: het gemis van mensen om je heen.
Overal in universiteitssteden verrijzen complexen met honderden identieke eenkamerwoningen, terwijl het archetype studentenhuis – een woning met gedeelde keuken en woonkamer – juist verdwijnt. Slechts een kwart van wat corporaties bouwen bestaat uit kamers. Commerciële partijen focussen zich alleen op studio’s. Alleen een zelfstandige woning met eigen voordeur, zoals een studio, komt in aanmerking voor huurtoeslag. Een kamer met gedeelde voorzieningen niet. Daardoor kan een studio met eigen keukenblokje en badkamer na huurtoeslag goedkoper uitpakken dan een kamer waarin je alle voorzieningen deelt met huisgenoten. We belonen financieel de woonvorm die mensen eenzamer maakt, en we beboeten de woonvorm die de samenleving weerbaarder maakt.
Dat maakt dat de oplossing ook niet bij de studenten zelf ligt. Een studiocomplex met een woonkamer op de begane grond – het beste te vergelijken met een soort hotellobby – zoals sommige huisvesters nu proberen, zijn sympathieke pleisters, maar werken niet. Zolang bouwen en verhuren van studio’s winstgevender is dan het bouwen en verhuren van studentenhuizen, blijft de studio de norm en de kamer met huisgenoten de uitzondering. Studio’s, en de eenzaamheid die ze met zich meebrengen, hebben we intussen ruim genoeg.
Het puntensysteem moet daarom (de bouw van nieuwe) studio’s actief ontmoedigen. Maak het voor verhuurders financieel aantrekkelijker om een studentenhuis te verhuren in plaats van losse studio’s, door bijvoorbeeld belastingvoordeel of versnelde vergunningen voor wie kamers verhuurt. Den Haag, geef ook huurtoeslag aan studenten die een kamer met gedeelde voorzieningen huren, zodat het niet langer duurder uitpakt dan een studio.
En maak het bouwen van studio’s ook minder voordelig: stel een verplicht minimumaantal gedeelde woningen in elk nieuwbouwproject in of start met heffingen, zodat huisvesters niet langer automatisch voor de goedkoopste, meest eenzame optie kiezen. Want alleen zo worden we als samenleving rijker.
Ik zit hier prima op mijn bankje met August en papegaai Chico. Maar ach, wat ben ik soms jaloers op mijn leeftijdsgenoten.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant