Onderzoek Huis Oranje-Nassau
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Transparantie en het koningshuis gaan meestal slecht samen. Vaak staat voor het eerste: ‘gebrek aan’. Daarom is het toe te juichen dat koning Willem-Alexander zestig wetenschappers zonder beperkingen toegang gaf tot het privéarchief van het Huis Oranje-Nassau om te onderzoeken wat de rol van zijn voorouders is geweest bij het koloniaal verleden van Nederland. De vierkoppige commissie die het onderzoek leidde, kreeg ook toegang tot de nog niet ontsloten archieven van zijn grootmoeder, prinses Juliana, en zijn moeder, prinses Beatrix.
Terecht dat oud-Kamerlid Kathleen Ferrier er vrijdag bij de presentatie van de resultaten op wees dat een minister-president of burgemeesters (of een bedrijfstop) die om onderzoek vragen naar een beladen deel van de geschiedenis, dat doen als „rechtsopvolgers van willekeurige voorgangers”. „Het gaat hier om uw eigen familie, uw eigen mensen. U bent de eerste koning die zich zo kwetsbaar durft op te stellen.”
De Deense noch de Zweedse koning heeft zich over het koloniale verleden uitgesproken, de Spaanse koning reageerde tot dusver niet op verzoeken om excuses – en in geen van deze landen, zo noteren de onderzoekers in een van hun vijf boeken, zijn kabinetten bereid een debat te entameren. De Belgische koning Filip bood weliswaar „diepste spijt” aan over de rol van zijn land in Congo, maar maakte geen excuses omdat die een politieke verantwoordelijkheid zouden zijn. De Britse koning Charles noemde slavernij „de donkerste dagen uit ons verleden”. De druk op Charles groeit om bij zijn bezoek aan de Bahamas, Barbados en Trinidad, eind deze maand, méér te zeggen.
De Oranje-Nassaus kunnen zich echter niet op de borst kloppen, want het beeld dat uit dit onderzoek komt is weinig fraai. Uit alles blijkt dat de stadhouders en koningen profiteerden van de koloniën, zowel in prestige als financieel. Ze hadden tot aan Wilhelmina „geen wezenlijke bedenkingen” over kolonialisme en dat „geldt uitdrukkelijk ook voor hun opvattingen over de slavernij”.
Op de realistische en tegelijkertijd genuanceerde conclusies werd vrijdag soms teleurgesteld gereageerd. Alleen koning Willem I was bepalend voor het beleid, het geld werd niet zozeer in Suriname of op de Caraïbische eilanden verdiend, wel in het huidige Indonesië. Veel conclusies gingen over ‘harde’ macht.
Maar de onderzoekers keken daarnaast ook naar invloed en naar doorwerking op het heden, en naar het perspectief van mensen die onder Nederlands koloniaal bestuur leefden. Ze zagen een „façade van zorgvuldig geregisseerde momenten van imperiale eenheid”. Ze doorzochten niet alleen archieven, maar ondervroegen ook inwoners van Indonesië, Suriname en de Caraïbische eilanden. Deze oral history – veelal verricht door wetenschappers met een achtergrond in een van de voormalige koloniën – is een waardevolle en noodzakelijke aanvulling op de Nederlandse geschiedschrijving.
Snel werd vrijdag overgegaan tot de vraag ‘hoe nu verder’ en werd het woord ‘herstelbetalingen’ in de mond genomen, waarbij naar koning Willem-Alexander werd gekeken. Interessanter is de opmerking die vrijdag aan het begin van de presentatie werd opgeworpen: „Zonder de Oranjes was Nederland ook wel een koloniale mogendheid geworden, daar waren geen stadhouders of vorsten voor nodig.”
Dit onderzoek gaat dus niet alleen over de Oranjes, maar ook over Nederland. Dat betekent dat burgers zich, net als de Oranjes, niet alleen bewust moeten zijn van de eigen geschiedenis, maar daar óók verantwoordelijkheid voor moeten nemen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie