Sjoukje Philip | onderzoeker KNMI De begrippen extreem weer, klimaatverandering en El Niño lopen soms door elkaar. Maar „El Niño verklaart niet de hitte en droogte van afgelopen zomer”. Sjoukje Philip onderzoekt het verband tussen klimaatverandering en extreem weer.
Sjoukje Philip in De Bilt, waar het KNMI is gevestigd.
Over de hele wereld stapelen weersextremen zich op. Sjoukje Philip, die extreem weer onderzoekt bij het KNMI, is er niet meer verbaasd over. „Weersextremen komen voor, zelfs in een wereld zonder klimaatverandering. Met klimaatverandering zie je dat die uitersten steeds meer voorkomen en records steeds sneller sneuvelen, zeker de warmterecords.”
Samen met het zeventienkoppige internationale onderzoeksteam World Weather Attribution onderzoekt Philip voor individuele extreme weersgebeurtenissen over de hele wereld of, en zo ja hoeveel, klimaatverandering de intensiteit en de kans van de gebeurtenis heeft beïnvloed. Dit jaar krijgt het team veel vragen over het terugkerende fenomeen dat de Stille Oceaan tijdelijk flink opwarmt: El Niño.
Ook in het nieuws rondom de snikhete zomer in Europa was El Niño prominent aanwezig. In berichten lopen de begrippen extreem weer, klimaatverandering en El Niño nogal eens door elkaar.
„Nee.”
„Begrijp me niet verkeerd, El Niño kan absoluut ernstige gevolgen hebben. Los van de directe effecten rond de Stille Oceaan heeft het wereldwijd effect op het weer. Deze indirecte effecten noemen we teleconnecties. Afhankelijk van de regio en het seizoen kan het daardoor heter, kouder, natter, of juist droger worden. Maar die teleconnecties dringen nauwelijks door tot Europa, dus El Niño verklaart niet de hitte en droogte van afgelopen zomer hier.”
„Het is niets meer dan een combinatie van het weer en klimaatverandering. Het weer is van zichzelf variabel, waardoor uitschieters van tijd tot tijd voorkomen. Het opwarmende klimaat zorgt ervoor dat die extremen vaker voorkomen en steeds extremer worden. De temperaturen van de zomermaanden waren een paar decennia vrijwel onmogelijk geweest, maar worden steeds minder uitzonderlijk.”
„De gemiddelde wereldtemperatuur zal door El Niño altijd iets hoger liggen, vooral in het jaar erna. Maar die invloed is beperkt, we hebben het hier over een stijging van ongeveer 0,2 graden. En dat betekent dus niet dat de hele aarde ineens opwarmt door El Niño – rond de evenaar warmt het door El Niño flink op, en die lokale hitte duwt het wereldgemiddelde omhoog.
„Bovendien is die stijging door El Niño maar tijdelijk. Na volgend jaar zwakken de effecten van El Niño af en daalt die temperatuur vanzelf weer. Het wordt pas interessant wanneer je die schommelingen wegneemt en de onderliggende trend bekijkt. Die loopt omhoog: de wereld is al 1,4 graden warmer dan voor klimaatverandering.
„Super-El Niño is trouwens een leuke term voor de media, maar die gebruiken we in de wetenschap niet. De huidige El Niño wordt groter dan we ooit hebben gemeten, maar wij noemen hem ‘zeer sterk’. En ja, misschien heeft hij net wat meer invloed op de gemiddelde wereldtemperatuur dan een zwakkere, maar het blijft in die orde van 0,2 graden.”
World Weather Attribution werkt zo snel mogelijk. Een onderzoek naar een extreme weersgebeurtenis is meestal binnen enkele weken af. Snelheid is belangrijk, want zo kunnen lokale beleidsmakers meteen maatregelen treffen om de gevolgen van een eventuele herhaling te beperken.
Het onderzoeksteam is te klein om elke extreme weersgebeurtenis te onderzoeken. De onderzoekers – van over de hele wereld – komen meestal online bij elkaar om te bespreken welke gebeurtenissen prioriteit hebben. Eens per jaar zien ze elkaar fysiek, vorige maand was dit in Den Haag.
„Ja, of in ieder geval dat de rol van klimaatverandering onduidelijk bleef, zoals bij de heftige regenval in New South Wales en Oost-Mexico in 2025. Daarom kijken we niet alléén naar de rol van klimaatverandering. Grondgebruik, gebrekkige infrastructuur en waarschuwingssystemen hebben evengoed impact op hoe ernstig de gevolgen van een natuurramp zijn.”
„Dat is nog onderwerp van discussie. Recent is bijvoorbeeld een onderzoek naar koraalfossielen gepubliceerd, dat suggereert dat El Niño’s sterker zijn geworden sinds de start van klimaatverandering. Deze studies tonen echter nog geen oorzakelijk verband aan, om daar iets over te kunnen zeggen zijn nog veel meer jaren aan metingen en onderzoek nodig.
„Maar klimaatverandering kan de effecten van El Niño wel flink opblazen. Op een warmere aarde wordt extreem weer frequenter en intenser. Als El Niño daar dan nog eens bovenop komt, heeft dat soms een versterkend effect.”
„In Europa denk ik inderdaad dat de gevolgen van El Niño worden opgeblazen. Maar in gebieden buiten Europa kan El Niño rampzalige gevolgen hebben en dat verdient absoluut veel aandacht. Gelukkig bestaan er goede modellen die een El Niño kunnen zien aankomen, en ook al vrij snel kunnen voorspellen hoe sterk hij gaat worden. Met die verwachtingen kunnen landen zich voorbereiden. Denk aan het planten van andere gewassen, het opzetten van hitteplannen en het inslaan van water- en voedselvoorraden. Ook het Rode Kruis kan zo gerichter bepalen welke regio’s ze van de benodigde hulpmiddelen moeten voorzien.
„El Niño is lokaal dus zeker een probleem, maar alsjeblieft, vergeet klimaatverandering niet. El Niño komt en gaat, daar kunnen we niets aan veranderen. Klimaatverandering gaat ondertussen gewoon door, en daar kunnen we wél wat aan doen.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie