is econoom.
Plotseling wordt Francis Fukuyama, de filosoof die in 1989 het einde van de geschiedenis verkondigde, op het schild gehesen. Had hij niet juist gelijk, vroeg Joost de Vries zich af in Zondag. Stelliger was Sander Schimmelpenninck die op maandagochtend jubelde hoe Fukuyama in The End of History and the Last Man uit 1992 al haarscherp zag dat materiële zekerheid een aanjager van extreemrechtse ellende zou zijn in plaats van bescherming daartegen.
Aanleiding voor de revival is de publicatie van Fukuyama’s memoires In the Realm of the Last Man. Daarin stelt Fukuyama dat het hem niet zozeer ging om het einde van de geschiedenis, maar om het lot van de mens aan het einde van de geschiedenis, in een samenleving waarin geen fundamentele tegenstellingen meer bestaan. Daar waar de politiek is verschraald tot technocratisch bestuur en de passies die ooit op de toekomst waren gericht zich naar het verleden hebben verplaatst.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De laatste mens zou zich uit pure verveling tegen vrede en welvaart verzetten, gewoon om weer een beetje drama en conflict te ervaren. Het probleem is dat je eerst het einde van de geschiedenis nodig hebt, voordat je bij de laatste mens uitkomt. Is de geschiedenis werkelijk ten einde gekomen? Fukuyama suggereert van wel. Volgens hem is er geen alternatief voor de westerse liberale democratie, zoals het communisme dat wel was tijdens de Koude Oorlog.
‘Je hebt religieuze theocratieën, kleine Latijns-Amerikaanse dictaturen. En dan zijn er nog Rusland en China, die niet veel meer gemeen hebben dan hun vijandigheid jegens het Westen.’ Geen van deze claimt volgens Fukuyama universeel geldig te zijn voor iedereen ter wereld zoals het communisme en liberalisme dat deden. Maar het ‘socialisme met Chinese karakteristieken’, zoals Deng Xiaoping het in 1982 muntte, heeft wel degelijk universele pretenties.
Volgens de buitenlanddoctrine van Xi Jinping, die in de plaats is gekomen van Deng Xiaopings ‘Verberg je kracht, wacht je tijd af’, wil China door middel van ‘grootmacht diplomatie’ een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid bewerkstelligen. China wil laten zien dat er een alternatief pad van modernisering bestaat. China voegt de daad bij het woord met programma’s als het ‘Belt and Road Initiative’ en het ‘Global Governance Initiative’.
Dat China zich tegenwoordig met recht een grootmacht mag noemen, is mede te danken aan Fukuyama’s essay uit 1989, waarin hij toch wel heel stellig schreef dat we op een punt waren beland waarop we ons geen wereld kunnen voorstellen die wezenlijk anders is dan de onze en de geschiedenis dus ten einde is. Bewijs daarvoor zag Fukuyama in de verspreiding van de westerse consumptiecultuur, met name het feit dat kleurentelevisies overal in China te vinden waren.
Fukuyama geloofde dat de integratie van China in de moderne kapitalistische wereld de Chinese samenleving zou blootstellen aan westerse technologie, onderwijs, informatie en politieke ideeën. Deze krachten zouden druk uitoefenen in de richting van liberalisering en democratisering. Precies hetzelfde argument maakte president Bill Clinton in 1998 tijdens een persconferentie met president Jiang Zemin in Beijing. Het verklaart waarom China in 2001 versneld mocht toetreden tot de Wereldhandelsorganisatie.
De rest is geschiedenis. Terwijl China steeds meer landen binnen zijn invloedsfeer brengt, pretendeert Fukuyama nog steeds dat er geen alternatief is voor het westers liberalisme. Hij verliest zich liever in een narratief over de laatste mens die geen grote politieke doelen meer heeft en alleen nog maar consumeert dan toe te geven dat hij met The End of History de plank verschrikkelijk missloeg.
Een van de redenen waarom het westers liberalisme zegevierde in de strijd tegen het Sovjet-communisme is dat er destijds een sterk wij-zij-denken heerste in het Westen – daar zorgden de binnenlandse veiligheidsdiensten, de politiek en de publieke opinie wel voor. Tegenwoordig kopen de meeste Europeanen liever goedkope producten van China dan dat ze opnieuw een wereldhistorische strijd aangaan.
Door in 1989 de overwinning van het westers liberalisme uit te roepen is Fukuyama niet alleen mede verantwoordelijk voor historische fouten. Met zijn memoires In the Realm of the Last Man bereidt hij ons ook slecht voor op de toekomst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant