De leesachterstand van kinderen blijft toenemen, bleek vorige maand uit het Pisa-onderzoek. Tijdens de Kinderboekenweek wordt op allerlei plekken geprobeerd daar wat aan te doen. ‘Ken je dat? Dat je naar het tuincentrum gaat en terugkomt met boeken.’
‘Ik heb gehoord dat er hier gedeald wordt’, klinkt het op een parkeerterrein in Rijswijk. Voordat er vragen kunnen worden gesteld aan de man, fietst hij alweer door, een grijns op zijn gezicht. Hij heeft gelijk: tussen de kippenkraam en de kaasboer schuin voor de ingang van tuincentrum Groenrijk staat een dealer. De Kinderboekendealer.
De bedenker van deze mobiele winkel voor tweedehands kinderboeken in een omgebouwde camper is oud-jeugdbibliothecaris Tamara de Bel. Ze is deze zaterdagochtend zelf niet aanwezig omdat ze moet optreden als voorlezer in een bibliotheek. Haar man en een vriendin sluiten in haar plaats de deals met de veelal jonge afnemers en hun ouders. ‘Ik wilde een spannende en prikkelende naam voor mijn winkel’, licht De Bel telefonisch toe. ‘En ik wil een verslaving aanwakkeren, een leesverslaving.’
Het is Kinderboekenweek, en dat betekent dat er tot en met volgend weekend meer aandacht is voor kinderboeken op scholen, in bibliotheken en in boekhandels. En ook op plekken waar je dat niet meteen zou verwachten, zoals op de Rijswijkse parkeerplaats.
‘Ken je dat?’, zegt Marije Vugteveen, moeder van twee kinderen. ‘Dat je naar het tuincentrum gaat en terugkomt met boeken.’ Op het kleed voor de boekencamper, naast de decoratieve pompoenen die Vugteveen net heeft gekocht, bladeren haar zoon en dochter door hun nieuwe leesvoer, Twitch en de vlucht van de ijsvogel en een deel uit de serie Stinkhond. Leesbevordering is een groot thema bij het gezin. ‘Mijn man en ik hebben onlangs afgesproken dat we voor het slapen geen schermen meer willen in bed. Alleen nog maar boeken.’
Dit sluit helemaal aan bij de filosofie van de Kinderboekendealer. ‘Ik zet in op het bevorderen van leesplezier bij kinderen én hun ouders en grootouders’, zegt De Bel. Ze wijst op de resultaten van het Pisa-onderzoek die vorige maand naar buiten kwamen. De studie brengt elke drie jaar de leerprestaties van 15-jarige scholieren in 91 landen in kaart. Opnieuw bleek de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren gedaald. Van de Europese landen die meedoen aan het onderzoek staat Nederland op de een-na-laatste plaats.
In een reactie op de achteruitgang lieten de onderwijsbonden weten dat hier werk ligt voor scholen, maar ook dat leesbevordering geen exclusieve taak voor leraren is. Ook ouders kunnen meer doen. Onderwijsexperts wijzen er al jaren op dat in een ‘leesrijke omgeving’ thuis de neuzen veel makkelijker richting boeken gaan. Zien lezen, doet lezen en voorlezen helpt kinderen bij hun taalontwikkeling en bij het kweken van leeshonger.
Jiska van Bohemen, wier dochter net het prentenboek Ik wil op ballet uit de boekenbus heeft bemachtigd, is totaal geen lezer. ‘Nee, mijn dochter ziet me nooit met een boek’, zegt ze. Maar van het belang van voorlezen is ze zich bewust. ‘Dat doen we elke avond. Het is een gezellig moment, en van school krijgen we te horen dat het belangrijk is snel beter te worden in begrijpend lezen.’
De van oorsprong Poolse Monika Brot, moeder van twee, leest wel veel. Dat doet ze graag in het zicht van haar zoon en dochter, en dan liever in een papieren boek dan op een e-reader. ‘Zo weten mijn kinderen zeker dat ik niet iets anders aan het doen ben. Ik zie het als een soort boekenmarketing.’
Voor Kinderboekendealer De Bel zal dat als muziek in de oren klinken. Zeker als het ook nog eens goede boeken zijn. In haar zoektocht op rommelmarkten en in kringloopwinkels naar vers aanbod en bij het beoordelen van aangeboden boeken let ze scherp op kwaliteit. Dat is ook te zien in de boekenbus. Werken met minder rijke teksten en minder diepgang staan wat weggestopt op de hoogste en laagste planken. Zo moet een vader met zijn zoon flink zoeken om een boek uit de serie Het leven van een loser te vinden. Op kinderooghoogte liggen boeken van de gelauwerde Enne Koens, Pieter Koolwijk en Harmen van Straaten.
Diezelfde Harmen van Straaten is een paar kilometer verderop in Bibliotheek aan de Vliet ook druk met leesbevordering. ‘Ka-ko-fo-nie’, zegt hij, met nadruk op elke klankgroep, tegen de ongeveer vijftien kinderen in het zaaltje. De schrijver en illustrator die dit jaar het Prentenboek van de Kinderboekenweek maakte is naar Rijswijk gekomen om voor te lezen uit zijn Herrie in de tent. Daar hoort een ‘herrieconcert’ bij, maar ook een mooi nieuw woord. ‘Ka-ko-fo-nie’, zeggen de kinderen hem na.
Het is precies waarvoor Sara Hassan met haar zoon en twee dochters naar de bibliotheek is gekomen. Twaalf jaar geleden kwam ze vanuit Somalië naar Nederland en ze weet dat ze haar kinderen zelf niet genoeg Nederlands kan bieden. Daarom gaat ze veel naar plekken waar ze nieuwe woorden kunnen opvangen, zoals hier. Maar het valt niet mee, zegt ze boven de potten, pannen en toeters van het herrieconcert uit. ‘Nederlands is moeilijk.’
Toch is er voor elk kind een passend boek te vinden, zo is de overtuiging in zowel de bibliotheek als bij de Kinderboekendealer. ‘Daarvoor moet je goed naar een kind luisteren en weten wat er beschikbaar is’, zegt De Bel. ‘En ze dan verleiden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant