Twee keer ging het bijna mis voor Remco Evenepoel in een bocht. Maar uiteindelijk pakte de Belg toch de Europese wielertitel op de weg. Met de trui met de gele sterren is de verzameling kampioensshirts van de 26-jarige renner nu compleet.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Ruim twee minuten is Remco Evenepoel al de finish gepasseerd bij het EK wegwielrennen in Slovenië. Twee minuten waarin hij niet weet of hij heeft gewonnen. Waarin het de vraag is of de uitkomst van deze wedstrijd van 196,3 kilometer aankomt op twee bochten. Kost dat hem de titel? Maar dan volgen de verlossende woorden van de speaker: hij is Europees kampioen. Evenepoel brult het uit.
Ergens een eindje verderop kreunt Giulio Ciccone van teleurstelling bij diezelfde boodschap die uit de boxen galmt. De Italiaan was zo dichtbij, dankzij de bocht op 300 meter van de finish, waarin hij profiteerde van enige terughoudendheid bij Evenepoel. De Belg probeerde als eerste door die naar rechts draaiende bocht te schuiven om als eerste aan de eindsprint te kunnen beginnen. Maar terwijl hij de bocht ruim instak, schoot Ciccone met lef aan zijn binnenkant voorbij.
In die ene even riskante als vloeiende beweging pakte Ciccone een meter of tien voorsprong, die Evenepoel pas in de laatste centimeters wegpoetste. ‘Mijn reactie op beeld was wel duidelijk’, verwees Evenepoel na afloop in het tv-interview naar zijn vreugdekreet. ‘Ik ben supertrots, superblij.’
Evenepoel was de uitgesproken favoriet voor het goud. Veel van de Europeanen die in Montréal de koers hard en aantrekkelijk hadden gemaakt, zoals Mathieu van der Poel en ook Wout van Aert, Tom Pidcock en Ben Healy, ontbraken een week later in Slovenië. De weg lag daarmee open voor de 26-jarige Belg, die vorig jaar naar het zilver reed achter Tadej Pogacar en in wiens verzameling internationale kampioenstruien alleen die van de Europese wegkampioen nog ontbrak.
Tussen startplaats Ljubljana en de finish in Sencur lag het zwaartepunt van de wedstrijd op een omloop van 22 kilometer met de lange, steile klim Mozjanca. Vijf keer moest het peloton eroverheen. En bij de eerste drie passages bleek het vooral een moment om de mindere klimmers af te schudden, de stijgingspercentages van boven de 10 procent wakkerden lang maar weinig koerslust onder de kanshebbers aan.
De Belgen, de Fransen en de Italianen zorgden er wel voor gegroepeerd van voren in het peloton te rijden om de belangen van hun kopmannen te verdedigen. Iets erachter, soms wat verstopt, reed de Sloveense troef bij afwezigheid van Pogacar: veteraan Primoz Roglic. Ze hielden allemaal de adem in.
Tot Ciccone er met nog 37 kilometer en anderhalve beklimming van de Mozjanca te gaan genoeg van had en demarreerde. Evenepoel wist als enige adequaat te reageren, wipte naar de Italiaan toe en nam onmiddellijk het initiatief over. En net terwijl hij de Italiaan had afgeschud en klaar leek om aan een solo naar de streep te beginnen, gleed Evenepoel in de bocht aan het eind van de beklimming onderuit. ‘Ik deed daar een goede aanval, maar ik ging te snel’, vertelde hij na afloop. Als dat niet was gebeurd, dan was hij daar al aan zijn zegetocht begonnen, vermoedde hij.
Bijna verbaasd kwam Ciccone er een paar tellen later voorbij, terwijl Evenepoel zich probeerde los te maken van zijn fiets, opkrabbelde en in het kielzog van een paar landgenoten kon aanhaken. Binnen de kortste keren brachten de Belgen hun kopman weer naar de achtervolgende groep en naar Ciccone, die met enige terughoudendheid aan zijn eenzame onderneming bezig was. Evenepoel: ‘Ik bleef kalm.’
Hij had wat recht te zetten, voelde hij. Dat gold niet alleen voor de kilometers na zijn crash, maar voor de hele wedstrijd. Bij het WK was hij buiten de top 10 geëindigd, kon hij op de beklimmingen het steeds net niet bolwerken. Het was een deceptie, zei hij net na het behalen van de Europese titel, die veel meer in zijn hoofd was gaan zitten dan hij had verwacht.
Of die val boven op de Mozjanca in zijn malende gedachten ook nog ergens een plekje gevonden had om zich vast te bijten, vertelde Evenepoel niet. Maar het mocht toch nauwelijks verbazen dat hij na die schaafwondschuiver iets minder flitsend dan Ciccone door de slotbocht stuurde.
En bij het uitkomen van de bocht, bij het aangaan van de spurt, dacht de Belg dat hij de nieuwe Europees kampioen op de rug keek. ‘Ik dacht dat ik het niet zou halen, maar toen zag ik dat hij stilviel. En ik redde het maar net.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant