Vrijdagavond stroomde Ahoy vol voor de Harlem Globetrotters, dat honderd jaar geleden begon in het gesegregeerde Amerika. De hoogtijdagen van het demonstratieteam zijn inmiddels wel voorbij, maar de aantrekkingskracht blijft. Waar zit ‘m dat in?
schrijft voor de Volkskrant over Amerikaanse sporten.
Een langgerekt ‘ooohhh yeaah’ rolt van de tribunes van het RTM Stage in Ahoy, een zaal waar vrijdagavond een kleine vierduizend mensen plaatsnemen. De kreet is het collectieve antwoord op de vraag van de spreekstalmeester van basketbalcircus Harlem Globetrotters: ‘Hebben jullie er een beetje zin in?!’ Het antwoord stemt hem tevreden; de show kan beginnen. Vooral de vele kinderen in het publiek gaan er eens goed voor zitten.
Ze dragen shirtjes van hun favoriete basketballers uit de Amerikaanse profcompetitie NBA, maar opvallend vaak is ook het rood, wit en blauw van de Globetrotters te zien, en dat terwijl zelfs hun ouders de hoogtijdagen van het iconische team niet hebben meegemaakt. Toch blijkt de Amerikaanse showploeg ook bij de jongste generatie nog te leven, tenminste in de zaal in Rotterdam.
Kort na het eerste fluitsignaal vliegen de basketballers door de lucht voor spetterende dunks. In de eerste minuten van de show wordt het repertoire van het demonstratieteam al voor een groot deel uit de kast getrokken. Passjes achter de rug om, of door de benen heen, ingewikkelde dribbels, afstandsschoten en vooral veel grappen en grollen.
De mix van basketbal, show en komedie is het handelsmerk van de Globetrotters. De wedstrijd tegen vaste tegenstander Washington Generals, ingehuurd om telkens weer te verliezen, golft soms op en neer als een echt duel, maar wordt tegelijk om de haverklap onderbroken voor komische toneelstukjes. In het theater van de Globetrotters zijn de spelers de clowns.
Zo nu en dan halen de spelers een toeschouwer erbij. Een jongen krijgt een zak popcorn, zo groot dat hij er zelf in zou passen. Een andere keer danst Rock ‘Wham’ Middleton, de grootste komiek van het stel, in de middencirkel met een enthousiaste vrouw uit het publiek – op de tribunes klinkt gegiechel en schatergelach.
De Globetrotters hebben dit jaar wat te vieren: de ploeg bestaat honderd jaar. In de afgelopen eeuw speelden de basketballers in 123 verschillende landen voor een kleine 150 miljoen toeschouwers. Rotterdam wordt aangedaan op de wereldtournee waarmee de Amerikanen hun jubileum vieren. Nog altijd reist het beroemde basketbalgezelschap de hele aardbol over.
Het merk bleef vrijwel hetzelfde, alleen de spelers veranderden in de loop der jaren. Lucius ‘Too Tall’ Winston is een van de veteranen in de huidige ploeg. Tijdens de show in Rotterdam strooit de basketballer uit Alabama met creatieve passes, op een ander moment wordt de dribbelaar op de hielen gezeten door een horde kinderen.
Ruim tien jaar speelt Winston voor de Globetrotters. ‘Je moet kunnen entertainen’, verklaart hij zijn beroep, ‘maar uiteindelijk gaat het erom dat je de bal door het netje krijgt.’ Vroeger blonk hij uit in het schoolbasketbal, waar hij zijn bijnaam Too Tall kreeg. Een grapje, omdat een coach hem ooit vertelde dat hij met zijn 1,78 meter te klein was.
on noemt het een ‘zegen’ om voor de Globetrotters te mogen spelen. Hij is zich bewust van de rijke historie van het team. Zijn voorgangers waren pioniers in een ploeg die zijn sporen naliet in de Amerikaanse sport en samenleving. Winston: ‘Ik vraag me weleens af of ze hebben geweten wat ze allemaal in gang hebben gezet.’
De New York Harlem Globetrotters werden in 1926 opgericht door de joodse zakenman Abe Saperstein, een immigrant uit Londen. Hij begon zijn team niet in New York, zoals de naam doet vermoeden, maar in Chicago. De verwijzing naar Harlem had een reden. Het New Yorkse stadsdeel stond bekend als het kloppende, culturele hart van zwart Amerika en de ploeg van Saperstein bestond uit vijf zwarte spelers.
In de gesegregeerde VS zat niet iedereen op hen te wachten. ‘De ploeg speelde overwegend in witte dorpen in het Midwesten’, zegt Mark Jacob, een voormalig journalist van The Chicago Tribune die met zijn broer Matthew de biografie Globetrotter over Saperstein schreef. ‘Met de naam wilde hij de inwoners vooraf laten weten dat hij zwarte spelers meenam, zodat niemand verrast kon zijn.’
Het was geen overbodige luxe in een tijd waarin zwarte Amerikanen structureel werden verwezen naar de marges van de samenleving. ‘Bij een wedstrijd in Kansas werd alleen Saperstein in een hotel toegelaten’, zegt Jacob. ‘De spelers namen stiekem de brandtrap naar zijn kamer en sliepen op de vloer.’
Vrijwel overal waar de ploeg kwam, was het onthaal vijandig. Wat niet hielp, was dat de Globetrotters meestal vele malen beter waren dan hun witte tegenstanders; fabrieksteams, boeren of studentenploegen. ‘In de grote competities waren zwarte spelers niet welkom,’ zegt Jacob, ‘dus Saperstein kon kiezen uit enorm veel goede basketballers.’
Vaak was de voorsprong van de Globetrotters zo groot dat de spelers trucs begonnen uit te halen. ‘Dat was aanvankelijk om de gemoederen te bedaren’, zegt Jacob, ‘maar al vrij snel werd het een blijvend kenmerk van de ploeg.’
Eind jaren veertig rekenden de Globetrotters in een gewonnen oefenwedstrijd tegen profclub Minneapolis Lakers af met de toen heersende notie dat zwarte basketballers inferieur waren aan witte spelers. In 1949 maakte een Globetrotter, Lou ‘Sweetwater’ Clifton, een einde aan de rassenscheiding in de NBA.
Echt groot werden de Globetrotters toen ze vanaf de jaren vijftig de wereld over gingen reizen. ‘Ze hebben een belangrijke rol gespeeld bij de globalisering van basketbal’, zegt Jacob. ‘Op sommige plekken waar ze kwamen, kenden mensen het spel nog niet.’
In het Olympisch stadion van Berlijn gaf de ploeg in 1951 een show voor 75 duizend mensen en in 1959 werden de Globetrotters door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken naar de Sovjetunie gestuurd – een basketbalploeg als politiek smeermiddel.
Een andere mijlpaal: in het seizoen 1958/59 speelde Wilt Chamberlain voor de Globetrotters voordat hij uitgroeide tot een legende in de NBA. In de jaren zeventig was de ploeg met dribbelaar Frederick ‘Curly’ Neal zo populair dat hij een eigen cartoonreeks op de Amerikaanse televisie kreeg. In 1985 werd Lynette Woodard de eerste vrouwelijke Globetrotter.
Zo populair als vroeger is de ploeg inmiddels niet meer. De beste basketballers spelen nu in de overwegend zwarte NBA en de invloed van entertainment in de sport is overal toegenomen, zeker in de VS. De niche van de Globetrotters is goeddeels verdwenen, maar de merknaam blijft sterk.
In de jaren negentig wist de ploeg een faillissement af te wenden, waarna het team verschillende keren van eigenaar wisselde. Inmiddels verkeren de Globetrotters in kalmer vaarwater. ‘De markt is voller dan voorheen’, zegt teampresident Keith Dawkins. ‘We moeten ons publiek tegenwoordig op meerdere manieren bereiken: sociale media, gaming, samenwerkingen met andere merken, noem maar op.’
Maar de shows vormen nog altijd de basis, zegt Dawkins. ‘We hebben nog altijd een robuust, divers publiek.’ Volgens sportplatform Front Office Sports komt het gros van de ongeveer 50 miljoen dollar aan jaarlijkse inkomsten van de Globetrotters uit optredens zoals dat in Rotterdam.
Tijdens een signeersessie in Ahoy eindigt een lange rij fans bij Lucius ‘Too Tall’ Winston, die nonchalant een bal op zijn vinger laat draaien. Hij lijkt verbaasd dat sommige mensen hem nog kennen van een vorig bezoek aan Nederland.
Een Globetrotter word je niet zomaar, weet Winston, een dribbelkoning die het wereldrecord ‘twee ballen dribbelen met één hand’ op zijn naam heeft staan. Via zijn broer, een acteur, belandde hij in 2016 toevalligerwijs op de set van basketbalfilm Uncle Drew, met NBA-ster Kyrie Irving in de hoofdrol. Winstons dribbels maakten indruk op een Globetrotter die aanwezig was.
Als Globetrotter reisde hij de hele wereld over. ‘Japan, Australië, Spanje’, somt hij op. ‘Op Bali ging ik op een olifant door de jungle.’ Dit jaar is hij met de basketbalploeg ongeveer acht maanden van huis. ‘Dat is niet altijd makkelijk, maar het is de moeite waard.’
Ja, soms weet hij even niet meer in welk land hij is. Na de avondshow in Rotterdam duiken de Globetrotters meteen de bus in, op weg naar de volgende bestemming. ‘Ik denk Luxemburg’, zegt Winston.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant