Home

‘Met wat ik toen woog kon ik geen olympische medaille winnen. Dat wist ik bijna zeker’

Judo Marit Kamps had als judoka successen in de zogeheten plusklasse (vanaf 78 kilo). Maar tegen de heel zware vrouwen kon ze niet op. Nu judoot ze haar eerste WK in een lichtere gewichtsklasse. „Ik ging iemand van 150 kilo nooit kunnen tillen.”

Judoka Marit Kamps

Op de wereldkampioenschappen in Boedapest, vorig jaar in juni, stond judoka Marit Kamps weer eens „tegen een muur op te werken”. Kamps, die op dat moment uitkwam in de klasse vanaf 78 kilogram, had tegenstanders die zo zwaar waren, dat ze meestal vrijwel kansloos was. Sommigen van hen wogen rond de 150 kilo.

In die WK-strijd om het brons, vorig jaar in Boedapest, kwam Kamps tegenover Lee Hyeon-ji te staan, zichtbaar forser dan zij. De Koreaanse voelde als „een blok beton”, zegt Kamps eind september in een cafeetje in topsportcentrum Papendal, waar ze sinds haar zeventiende traint. „Dat was wel zo’n partij waarbij ik dacht: wat de fok moet ik hiermee”.

In het begin ging niet eens zo heel slecht, vertelt ze. Maar op een gegeven moment kreeg de Koreaanse Kamps met haar linkerarm te pakken. „Ik dacht nog: wat kan ik doen? En toen werd ik zó hard gegooid. Het was echt erg.” Kamps lag op haar rug: ippon. „Later heb ik er met vrienden grappen over gemaakt. Dat ze nog steeds het gat aan het dichten waren, zo hard was ik gevallen.”

Kamps debuteerde in 2022 bij de senioren in de zogeheten plusklasse (vanaf 78 kilo), de zwaarste categorie in het vrouwenjudo en de enige waarin het lichaamsgewicht niet gelimiteerd is. Met succes: Kamps zat al snel tegen de wereldtop aan. Ze werd derde op de EK in 2023, won medailles op grand slams en plaatste zich voor de Olympische Spelen van Parijs.

Toch besloot Kamps (25) over te stappen. Bij een toernooi een paar maanden na die WK-wedstrijd, waar ze er bij haar eerste partij uitvloog, werd het zaadje geplant. Past dit me nog wel, vroeg ze zich af. „Ik dacht: misschien wil ik wel naar de tot 78.”

Begin dit jaar meldde ze dat ze naar een andere gewichtsklasse ging. En komende week judoot ze haar eerste grote toernooi in de tot 78 kilo, bij de wereldkampioenschappen in Azerbeidzjan, die zondag zijn begonnen. „Ik wil blijven presteren vanuit een lichaam waar ik me gezond en fijn in voel”, zei ze afgelopen januari, in een persbericht van judobond JBN over haar overstap. „Zeker met het oog op de langere termijn voelt dit daarom als de enige juiste beslissing.”

Niet tegenop

Want ondanks haar successen waren er in de plusklasse toch altijd weer vrouwen waar Kamps niet tegenop kon. Ze probeerde zwaarder te worden, zegt ze. Door nog meer krachttraining te doen. En in periodes ook door „in een calorie-overschot te zitten”, ofwel: door meer te eten dan ze verbrandde. Maar Kamps bleef aan de lichtere kant, ongeveer 100 kilo – en veel zwaarder wilde ze niet worden. Daardoor was ze sneller en atletischer dan veel anderen, maar er is een grens aan wat je als judoka voor elkaar kan krijgen.

Sparren was lastig, als enige Nederlandse vrouw in de pluscategorie. Dus trainde ze weleens met Jur Spijkers, die judoot in de klasse vanaf 100 kilogram. „Die probeerde dat zo goed mogelijk te doen”, zegt Kamps. Maar ja, Spijkers is een man. Hij stond dan op halve kracht te judoën en dat bleek toch weer heel anders dan een vrouw die er op volle kracht inging. Het was frustrerend, zegt Kamps. „Dan zit je dus in Nederland iets te oefenen. De hele tijd te slijpen, slijpen, slijpen. En dan kom je er op trainingsstage achter dat het totaal niet werkt. Dan moet je weer terug naar de tekentafel.”

Daarbij genoot Kamps ook niet altijd van het judo van haar collega’s in de plusklasse. Er zitten zeker atletische judoka’s tussen, zegt Kamps, maar soms keek ze naar een partij tussen twee heel zware vrouwen en vroeg ze zich af: is dit nou topsport? „Kijk, het is binnen de regels, dus je kunt er niets van zeggen. Alleen, als ik dan sommige mensen zie bewegen, of ik zie dat ze zoveel moeite hebben met opstaan, ja, dan vind ik mijn nieuwe klasse leuker.”

Door haar overstap moest Kamps zichzelf als judoka opnieuw uitvinden. Want de verschillen tussen de twee klassen zijn groot. „Aan het begin dacht ik: wat ben ik aan het doen? Het ging zo snel. Ik liep achter de feiten aan.” Voor de plusklasse was Kamps een snelle judoka, maar bij deze vrouwen was ze te langzaam. „De handelingssnelheid moest omhoog. Veel meer bewegen.”

Er zit „meer judo” in haar nieuwe gewichtsklasse, zegt ze. In de plusklasse gebeurt er vaak lang niks óf iemand wordt met een één klap op de rug gegooid en de partij is meteen afgelopen. Maar in deze klasse, zegt Kamps, zie je dat er „allebei de kanten op gescoord wordt”, met allerlei technieken die niet meteen ippon zijn.

Een eerste succes had Kamps al: bij haar debuut in de tot 78 kilo, op het grand slam van Tadzjikistan afgelopen mei, won ze brons. „Ik had dat niet verwacht. En het was nog niet wat het moest zijn, hoor. Maar ja, ik won wel potjes.”

Het heeft haar ook verbaasd, zegt ze, hoe snel haar lichaam kon schakelen. „Sowieso, dat je in een half jaar 25 kilo kunt afvallen.”

Kamps viel zo’n 25 kilo af om in een andere klasse te kunnen uitkomen.

Voelt het nu alsof je dingen anders doet? Of dat je andere dingen kan?

„Ja, ik denk het wel. Ik maak veel o-ouchi-gari, dat ik mijn been tussen iemands been doorzet en dan haak. Die moet ik anders timen. Omdat je nu minder snel tegen iemand aankomt: met een voller lichaam maak je sneller contact. En ik kan meer draaien, meer bewegen. Laatst scoorde ik opeens met een worp die ik nog nooit had geoefend. Mijn coach zei: wat was dat? Dat kon voorheen niet. Ik ben ook bezig met andere worpen leren. Een heupworp bijvoorbeeld. Kijk, met alle respect, ik ging iemand van 150 kilo nooit kunnen tillen. Dus dat heb ik mijn hele leven niet geoefend. Nu oefen ik dat tillen de hele tijd. Het is echt leuk.”

Kamps moest strijden voor haar WK-deelname. Dat ging ten koste van Lieke Derks, een vriendin van haar. Naast Kamps judoot ook Yael van Heemst vrijdag in de tot 78 kilo. Het toont meteen dat het in deze klasse veel drukker is. Richting de Zomerspelen van Los Angeles (2028) wordt het nog spannender: daar mag maar één judoka per gewichtsklasse naartoe.

Met die overstap gaf je ook een vrijwel zekere deelname aan de Spelen op. Want je deed het goed in de plusklasse en had niet echt concurrentie. Nu moet je vechten voor je plekje. Vond je dat spannend?

„Ja, dat was een van de grootste redenen dat ik eerst twijfelde. Het is een beetje glazen-bolkijken, maar het had gek moeten lopen als ik in de plus niet mee was gegaan naar L.A. Maar ik dacht ook: oké, ik kan in de plus blijven, maar met wat ik toen woog, kon ik geen olympische medaille winnen. Dat wist ik ook bijna zeker. En ik wil niet nog een keer alleen méédoen aan de Spelen. Ik heb dat al een keer gedaan. Ik heb het gezien. Ik wil een medaille winnen.”

‘Geen grenzen’

Kamps overstap kreeg veel media-aandacht. En ook daarbuiten was er veel interesse, merkte Kamps. Tot in de supermarkt aan toe werd ze op haar nieuwe gewicht aangesproken. „Dat heb ik geleerd: mensen voelen geen grenzen daarin. Echt niks.”

Normaal voelt gewicht vrij privé. In het judo niet, daar ontkom je er niet aan. Maar nu werd er de hele tijd over jouw lijf gepraat. Hoe was dat?

„Ehm, ik vond het best vervelend eigenlijk. Daarom heb ik er in het begin bijna niks mee gedaan in de media. Het is logisch dat mensen er wat over zeggen als ze mij een tijd niet gezien hebben. Het is een groot verschil. Het is allemaal positief bedoeld, want het was vaak: wat zie je er goed uit. Maar ik dacht wel: laat mij maar even.

„Je hoeft het niet te zeggen. Je kunt het ook zien en denken: ‘die is veel afgevallen’ en het dan niet uitspreken. Nu ben ik er meer oké mee. Want ik ben er ook trots op. Maar als je er middenin zit… ik was op dat moment ook aan het wennen aan mijn lichaam.

„Wat ik ook een vervelende vraag vond: hoe heb je dat gedaan? Alsof ik dan zou zeggen: ’s ochtends een banaan en voor de rest kun je alleen maar ongezond eten. Nee, er is geen supertruc. Je moet minder eten dan je verbrandt. Het vraagt om discipline, maar verder weet ik het ook niet.”

Zeiden mensen vroeger weleens iets tegen je over je gewicht?

„Nee, en mijn eigen onzekerheid zegt dan: oké, dat bevestigt eigenlijk dat je voorheen iets anders van me vond.”

Hoe keek jij er vroeger zelf naar?

„Ik heb vroeger altijd gedacht: het is nu even zo, voor het judo is het belangrijk. Dus ik zet het aan de kant. Het is niet dat ik ongelukkig in mijn bed lag, ofzo. Vond ik dat ik een ideaal gewicht had? Nee, niet per se. Nu vind ik mijn lichaam eigenlijk mooier. Maar het was gewoon even nodig.”

Je overstap heeft veel aandacht gekregen. Hoe verklaar jij dat?

„Misschien omdat het best raar is om te doen. Je hoort meestal dat mensen omhoog gaan, omdat ze hun gewicht niet kunnen halen. En omdat ik best een fijne positie had in de plus. Het ging goed.”

Zou het ook deels te maken kunnen hebben met die enorme interesse die wij als maatschappij hebben voor gewicht?

„Ik denk het wel. Ja, veel mensen proberen te doen alsof het alleen een persoonlijk ding is. Alsof ik mega-ongelukkig was. Dat was niet zo. Wat ik net zei: ik wil een olympische medaille winnen. Ik heb voor mijn sport gekozen. Ik wil het 100 procent kunnen doen.”  

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Olympische Spelen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next