Met de Promotiebeurs voor Leraren verdwijnt een van de weinige instrumenten die ervoor zorgen dat leraren jarenlang deel kunnen uitmaken van universitaire onderzoeksgroepen. Dit terwijl de beurs een relatief kleine kostenpost is.
Vandaag, op 5 oktober, is de Dag van de Leraar en klinkt er weer volop waardering voor de vele docenten die Nederland rijk is. Maar wie leraren werkelijk serieus neemt als professionals, laat het niet bij woorden en symbolen alleen. Docenten verdienen ook letterlijk de ruimte om zich inhoudelijk en professioneel te kunnen blijven ontwikkelen. Juist daarom is het onbegrijpelijk dat 2027 het laatste jaar wordt waarin zij bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Promotiebeurs voor leraren kunnen aanvragen.
Sinds 2011 stelt deze regeling leraren uit een brede laag van het onderwijs – basisschool, middelbare school, mbo en hbo – in staat om naast hun baan promotieonderzoek te verrichten. Zij worden daarvoor gedeeltelijk vrijgesteld van hun lestaken, maar blijven gedurende het traject actief voor de klas staan. Precies daarin schuilt de kracht van de beurs, die wetenschap en onderwijspraktijk fundamenteel met elkaar in verbinding brengt.
Over de auteurs
Jeroen Dera is universitair hoofddocent Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit en lid van De Jonge Akademie. Saskia Peels is universitair docent Oudgriekse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van De Jonge Akademie. Dit opiniestuk wordt ondersteund door meer dan 1.400 ondertekenaars, zie hier voor de volledige lijst.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De beurs werd geschrapt als gevolg van de ingrijpende onderwijsbezuinigingen van het kabinet-Schoof. Onbegrijpelijk genoeg draait het huidige kabinet deze beslissing niet terug, terwijl het zelf vrijwel alle argumenten aandraagt om de Promotiebeurs te behouden. In het regeerakkoord staat expliciet dat docenten behoefte hebben aan meer uitdaging en ontwikkelingsmogelijkheden. Het kabinet wil betere loopbaanpaden, meer ruimte voor professionele ontwikkeling en toenemende mogelijkheden voor inhoudelijke specialisatie door docenten.
Leraren de kans geven om zich binnen hun beroep te ontplooien tot wetenschappelijk onderzoeker door middel van de Promotiebeurs is in dat verband een logisch instrument. Ook de Onderwijsraad heeft dat goed gezien: in zijn recente advies Leren van Onderzoek wordt expliciet aangeraden de regeling te continueren.
Financieel gezien past investeren in de Promotiebeurs bovendien bij de filosofie van het huidige kabinet. Premier Rob Jetten heeft eind augustus benadrukt dat de afgesproken investeringen in onderwijs doorgang moeten vinden. In juni kondigde onderwijsminister Rianne Letschert bovendien structureel oplopende middelen aan voor wetenschappelijk onderzoek, tot 428 miljoen euro per jaar extra over de volle breedte van de kennisketen. Daarvan gaat 69 miljoen naar praktijkgericht onderzoek in het hbo en 17 miljoen naar onderzoek in het mbo.
De Promotiebeurs is in vergelijking daarmee een relatief kleine kostenpost, die intussen ook het primair en voortgezet onderwijs met de wetenschap verbindt.
Promoverende leraren brengen vaak jarenlange ervaring in de klas mee naar hun promotieonderzoek. Een basisschooldocent die dagelijks te maken heeft met leerlingen die zich rekenstrategieën proberen eigen te maken, neemt kennis mee die uiterst waardevol is voor cognitief psychologen zónder zulke ervaringen – bijvoorbeeld welke tussenstapjes leerlingen zetten of wanneer zij terugvallen op minder efficiënte strategieën.
Via promoverende leraren raken universitaire onderzoekers – ook degenen die zich niet primair met de onderwijssector bezighouden – op hun beurt betrokken bij scholen en de vragen die daar leven. Zo komt niet alleen de wetenschap het onderwijs binnen, maar gebeurt ook het omgekeerde.
Promotieonderzoek door leraren adresseert bovendien thema’s in het hart van de samenleving. Recente ontvangers van de beurs onderzoeken bijvoorbeeld welke gevolgen kindfluencing heeft voor kinderen die ermee opgroeien, wat een hogere inname van plantaardige eiwitten tijdens gewichtsverlies doet bij ouderen, en hoe wiskundige modellen kunnen helpen om nieuwe biologische routes voor CO₂-vastlegging te vinden. Via de Promotiebeurs vindt wetenschappelijk talent uit het onderwijs zijn weg naar onderzoeksgroepen in de volle breedte van de universiteit.
Dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nu inzet op een professional doctorate in het hbo, is een waardevolle en toe te juichen ontwikkeling. Dit instrument kan en wil de Promotiebeurs voor leraren echter niet vervangen, omdat het een andersoortig, praktijkgericht traject via hogescholen betreft. Volgens de laatst beschikbare cijfers ging grofweg een derde van de toegekende promotiebeurzen naar docenten uit het voortgezet onderwijs en nog eens 5 procent naar het primair en speciaal onderwijs of mbo. Voor alle docenten verdwijnt nu de enige landelijke voorziening om met bekostigde vrijstelling aan een universiteit te promoveren.
Helaas staat daarmee meer op het spel dan de individuele professionaliseringsmogelijkheden van docenten. De principiële vraag is of OCW een structurele brug tussen onderwijspraktijk en universiteit in stand wil houden. Met de Promotiebeurs voor leraren verdwijnt een van de weinige instrumenten die ervoor zorgen dat leraren jarenlang deel kunnen uitmaken van universitaire onderzoeksgroepen.
Wil de politiek die wederkerige verbinding tussen onderwijs en wetenschap in de toekomst daadwerkelijk laten afhangen van toevallige projecten en persoonlijke contacten?
Wie werkelijk werk wil maken van professionele ontwikkeling én een sterke verbinding tussen onderwijs en wetenschap, kan die vraag eigenlijk maar op één manier beantwoorden: minister Letschert, geef de Promotiebeurs voor leraren een structurele toekomst.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant