Het ene na het andere record wordt gebroken op de obligatiemarkt. Na jarenlange lage rentes lopen ze nu plotseling snel op. Gaat dat wel goed?
is verslaggever macro-economie bij de Volkskrant. Hij volgt de wereld van de aandelenbeurzen, de grootbanken en het monetaire beleid.
De Franse staatsschuld bereikte deze week een naoorlogs record: 3,6 biljoen euro (3.600 miljard). 60 miljard euro meer dan in maart, 119 procent van alles wat er in een jaar in Frankrijk wordt verdiend. De Fransen betalen er ook steeds meer rente over: de grens van 5 procent kwam deze week akelig dichtbij.
De Amerikaanse rente op staatsobligaties – schuldenpapieren van de overheid – met een looptijd van 30 jaar steeg dinsdag naar 5,62 procent, het hoogste niveau in ruim 24 jaar.
Zelfs de Japanners ontkomen niet aan de malaise. Ze betalen nu ruim 3,1 procent rente op hun staatsschuld, dat is de afgelopen decennia niet eerder voorgekomen.
Wereldwijd is er nog nooit zo veel schuld geweest: in totaal hebben landen en bedrijven 365.000.000.000.000 dollar geleend, 365 biljoen, berekende het Institute for International Finance vorige week. Dat zou nog tot daar aan toe zijn als er verstandige plannen klaarliggen om die schulden een beetje terug te brengen. Maar in de meeste gevallen ontbreken die.
Kunnen landen met een hoge staatsschuld hun leningen nog wel terugbetalen? Afgelopen week bleek dat beleggers meer dan ooit doordrongen zijn van dat risico. Alarmbellen gingen af over landen die er ‘zwak’ voor staan, de bezorgdheid onder de kopers en verkopers van staatsobligaties groeit met de dag. Dat heeft gevolgen: landen geven nu méér uit aan rente dan aan defensie, investeringen in AI of de energietransitie.
Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat voor krachten zijn hier aan het werk?
Om te begrijpen wat een obligatie is, is het goed om te bedenken dat het ooit een fysiek product was, zegt Peter Siks, beleggingsexpert bij onlinebroker Lynx. Bij de uitvinding ervan was de obligatie een kleitablet, later werd het een stuk perkament of papier waarop stond hoeveel geld de lener de koper verschuldigd was, en welke rente er was afgesproken.
Dat fysieke aspect helpt, zegt Siks, ‘omdat je dan ook begrijpt dat je zo’n formulier kunt doorverkopen’. Een obligatie is niks meer en niks minder dan een verhandelbare lening. Overheden geven obligaties uit om hun schuld ermee te financieren, bedrijven geven ze uit om investeringen te kunnen doen.
Om beleggers te verleiden obligaties te kopen, zijn landen en bedrijven bereid rente te betalen. Die rente staat vast op het moment dat een obligatie wordt uitgegeven. Koop je een obligatie van 1.000 euro met een looptijd van 10 jaar en 5 procent rente, dan weet je dat je elk jaar 50 euro krijgt. Na het tiende jaar krijg je je uitgeleende 1.000 euro terug plus de rente van dat laatste jaar.
Die zekerheid maakt dat deze schuldpapieren ‘het fundament van de financiële markten’ zijn, zegt Roelof Salomons, beleggingstrateeg voor Nederland bij vermogensbeheerder BlackRock: obligaties zijn verreweg het meest verhandelde financiële product en vormen het uitgangspunt van elke belegger die rendement wil maken. Het rendement dat obligaties bieden, is de basis van elke beleggingsstrategie, juist vanwege de relatieve zekerheid die ze bieden. ‘Dat bepaalt vervolgens weer hoeveel risico je bereid bent te nemen op de veel sterker schommelende aandelenmarkt’, zegt Salomons.
Alles over economie vindt u hier.
Rente is, volgens een van de vaste oneliners van Salomons, ‘de prijs van tijd’. Consumenten hebben in feite de volgende keuze, legt de beleggingstrateeg uit: ‘Geef ik mijn geld nú uit of zet ik het op een spaarrekening, stop ik het in obligaties of doe ik het in aandelen? Dat laatste in de verwachting dat ik later méér kan consumeren door de rente of het rendement dat ik ontvang’.
De hoogte van de rente hangt af van twee basisfactoren, zegt beleggingsexpert Siks: de looptijd van de lening en de kredietwaardigheid van de lener. Voor een obligatie met een looptijd van 30 jaar zal een koper een hogere rente verlangen dan voor eentje die volgend jaar al afloopt. De kans op onvoorziene gebeurtenissen is immers veel groter.
Hetzelfde principe geldt voor de verwachte betrouwbaarheid van de partij die het geld leent: hoe groot is de kans dat die zijn afspraken nakomt? Siks: ‘Als een onbekende op straat mij aanspreekt en een ton vraagt voor een nieuw pannenkoekenrestaurant, vraag ik daarvoor een hogere vergoeding dan wanneer de Amerikaanse overheid mij benadert.’
Uiteindelijk ‘maken’ beleggers op dat risico hun rendement, zegt Remco Zwinkels, hoogleraar finance aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Als leners hun schuld netjes terugbetalen, met uiteraard de rente erbij, dan verdient de uitlener geld. Zwinkels neemt graag de tijd om de werking van obligaties uit te leggen, omdat hij ziet hoeveel onbekendheid erover bestaat bij het grote publiek.
Naast de looptijd en de kredietwaardigheid heeft ook de inflatie grote invloed op de hoogte van de rente op obligaties. Als beleggers zien dat de inflatie oploopt, en de verwachting is dat die ook lange tijd verhoogd blijft, dan zullen zij een hogere rente verlangen. Beleggers willen immers een rendement dat hoger is dan de inflatie, anders leggen zij per saldo geld toe op de aanschaf van het schuldpapier.
Een kenmerk van obligaties is dat die verhandelbaar zijn. Hoe werkt dat? Een voorbeeld: je hebt als belegger voor 909 euro schuldpapieren gekocht met een looptijd van één jaar. De rente op deze obligatie, oftewel het verwachte rendement, is 10 procent. De uitgever van de obligatie moet na een jaar dus 1.000 euro terugbetalen.
Maar stel dat gedurende het jaar het risico toeneemt doordat bijvoorbeeld de uitgever van de obligatie failliet dreigt te gaan, dan zal de prijs van de obligatie op de markt omlaag gaan. Beleggers zijn dan niet langer bereid om nog 909 euro voor hetzelfde schuldpapier te betalen, maar bijvoorbeeld slechts 870 euro. De rente is daarmee gestegen naar 15 procent. Als belegger in dat schuldpapier kun je ervoor kiezen om de obligatie te verkopen en dus je verlies te nemen of vast te houden aan de obligatie en te hopen dat over een jaar de uitgever in staat is om je 1.000 euro terug te betalen.
Obligaties worden dus minder waard als de rente oploopt. Dat betekent niet dat beleggers ze dan niet verkopen. Ze willen soms immers van hun lage-rente-obligaties af om van dat geld andere beleggingen te kunnen kopen die meer rendement opleveren.
Allereerst door de inflatie. Die loopt op als gevolg van de Iran-oorlog, en hoe langer de zee-engtes en oliepijpleidingen in het Midden-Oosten dicht of gestremd zijn, hoe hardnekkiger die inflatie is. Ondertussen draait met name de Amerikaanse economie als een tierelier, wat de consumptie (en de inflatie) verder aanjaagt. Daarbij komt dat de centrale banken van de Verenigde Staten, Japan en Europa recentelijk hebben laten zien vastbesloten te zijn om een hoge inflatie aan te pakken.
Na de energieschokken van de Russische inval in Oekraïne liep de inflatie gierend uit de hand. Dat willen die banken niet nog een keer op hun geweten hebben, en dus verhogen zij de rentes. Zo koelen zij de economie af, en daarmee drukken ze de inflatie. De Fed, de Amerikaanse centrale bank, geeft niet toe aan de druk van president Donald Trump om de rente te verlagen. Sterker, de Fed heeft de rente onlangs verhoogd en de verwachting is dat er nog nieuwe renteverhogingen gaan volgen.
Bovendien suggereren marktprijzen dat de langetermijnverwachtingen over de inflatie hoger liggen dan voor de Russische invasie van Oekraïne, zegt Salomons. De toenmalige inflatie-explosie heeft laten zien dat hogere inflatie ook kan ontstaan als die niet wordt verwacht.
De centrale banken spelen ook op een andere manier nog een rol. Na de eurocrisis en in de coronatijd moesten zij de economie stimuleren om te voorkomen dat deze zou instorten. Dat deden zij door de geldpers aan te zetten. Oftewel: zij kochten massaal obligaties op en ‘bliezen’ op die manier geld de economie (lees: richting overheden en bedrijven) in. Nu zijn de centrale banken de enorme voorraden schuldpapier aan het afbouwen: overheden en bedrijven moeten hun schulden aan de centrale banken gaan terugbetalen. Daardoor wordt er weer geld uit de economie gehaald. Het gevolg is dat er minder geld beschikbaar is om obligaties op te kopen.
Maar, zegt beleggingstrateeg Salomons, er is juist een sterke vraag naar kapitaal. Overheden moeten investeren in defensie en in hun energie-infrastructuur en AI-bedrijven zijn de markt opgegaan om honderden miljarden te lenen om grote datacenters te kunnen bouwen die de AI-revolutie mogelijk moeten maken.
Er is daardoor flinke concurrentie op de markt van het schuldpapier. De enige manier om je ervan te verzekeren dat je je schulden kunt financieren, is door een aantrekkelijke hoge rente te bieden. Zeker de ‘hyperscalers’ die massaal in AI investeren, kijken daarbij niet op een half procent rente meer of minder; dus dat drijft de rente wereldwijd verder op.
En dan zijn er nog de zorgen over de houdbaarheid van de staatsschuld van landen en het gebrek aan plannen om die schulden terug te brengen. Voor Frankrijk geldt bijvoorbeeld dat elke substantiële hervormingspoging van president Emmanuel Macron is gestrand. Met name de pensioenen zijn een probleem. Siks: ‘Frankrijk heeft geen fondsen van 1.600 miljard zoals Nederland die kent, ze hebben daar gewoon helemaal niks.’ Beleggers kijken dan ook met angst en beven uit naar de presidentsverkiezingen van volgend jaar. Een populistische president, of die nou zeer links of zeer rechts is, zal niet snel impopulaire maatregelen nemen om de begroting op orde te krijgen.
Ook voor de Verenigde Staten geldt dat de verwachting is dat het tekort alleen maar verder oploopt. De schuld van de VS groeit met bijna 2 biljoen dollar per jaar, zo’n 250 miljoen dollar per uur.
Dat leidt tot een vicieuze cirkel: doordat de rentes oplopen, moeten overheden meer lenen om de rentelasten op hun schulden te kunnen blijven betalen. Daardoor lopen de staatsschulden verder op en maken beleggers zich weer meer zorgen over de houdbaarheid ervan. Die zorgen vertalen zich in een hogere rente, en zo verder.
Het leidt tot een situatie waarover ‘obligatiekoning’ Bill Gross, oprichter van de grootste obligatiehandelaar ter wereld, deze week verzuchtte: ‘Mijn overtuiging is dat je nu geen obligaties moet bezitten, met uitzondering van 1-jarige Amerikaanse staatsleningen.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant