Home

Ook al denken ze van niet, de meeste Nederlanders krijgen toch te veel zout binnen. Hoe kun je minderen?

De meeste Nederlanders denken dat het hun niet overkomt, maar toch krijgen zij te veel zout binnen. Hoe erg is dat, en is het moeilijk om te minderen?

is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen

Een paar volkoren boterhammen met kaas als lunch, ’s avonds een heldere soep met vermicelli en vlees: daarmee zit je al bijna aan de maximaal aanbevolen hoeveelheid van 6 gram zout per dag. Veel Nederlanders krijgen dagelijks veel meer binnen, al denkt 70 procent dat het vooral voor ándere mensen geldt, bleek in april uit onderzoek in opdracht van de Nierstichting. Hoe erg is dat, en hoe kun je minderen?

Zout, oftewel natriumchloride, is nuttig. Het helpt in je lichaam bij het doorgeven van signalen in zenuwcellen, en sommige spiercellen hebben het nodig. Dat gaat echter om zo’n kleine hoeveelheid dat, mits gevoed, vrijwel niemand een zouttekort krijgt, vertelt Marianne Geleijnse, hoogleraar voeding en hart- en vaatziekten aan de Wageningen Universiteit.

Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl

Te veel zout leidt ertoe dat je lichaam vocht vasthoudt. Dat geeft een hogere druk op je bloedvaten. De nieren moeten bovendien harder werken om de vochtbalans op het juiste niveau te houden. Op lange termijn geeft een hogere bloeddruk risico op hart- en vaatziekten en op nierschade.

‘Een sluipmoordenaar’, zegt Ewout Hoorn, internist-nefroloog en hoogleraar nefrologie aan het Erasmus MC in Rotterdam. ‘Zelfs als je nieren nog maar voor 20 procent werken, hoef je daar weinig van te merken.’ Ongeveer een op de tien Nederlanders heeft nierschade, ruim zesduizend mensen zijn afhankelijk van dialyse. Bij de meeste mensen met chronische nierschade speelt te veel zout een belangrijke rol, denkt Hoorn.

Eet vers

Een beetje minder zout op je eitje strooien dan maar? Daarmee maak je geen grote klapper, zeggen beide experts. Slechts ongeveer 15 procent van wat je eet aan zout komt uit het zoutvaatje. De rest komt uit al het andere dat je eet. ‘Kant-en-klare pizza’s, kaas, vleeswaren, soep, dressings, pakjes en zakjes en salades met toevoegingen zoals kaas en croutons’, somt Geleijnse op.

Wie veel brood eet, krijgt met zo’n 0,4 gram zout per snee ook al een flink deel van de dagelijkse hoeveelheid binnen, al zit er sinds 2009 wel steeds minder natrium in brood. Volkorenbrood is belangrijk vanwege de vezels, maar een deel van de boterhammen met kaas (waar ook vrij veel zout in zit) vervangen door bijvoorbeeld een schaaltje yoghurt met andere, onbewerkte graanproducten helpt al om je zoutinname te verminderen.

Wat je verder kunt doen: verse producten eten. Zelfgemaakte stamppot boerenkool bijvoorbeeld, zonder bewerkt vlees of spek. Nauwelijks gerijpte kaas, zoals hüttenkäse, roomkaas en kwark, bevat ook weinig zout. ‘Hüttenkäse is heerlijk met een beetje bieslook’, tipt Geleijnse.

Zoutvervangers

Het kan lastig zijn zelf je zoutconsumptie te verlagen. En aangezien je het meeste zout niet zelf toevoegt, is de voedingsmiddelenindustrie aan zet, vindt Hoorn. Natrium in zout is te vervangen door kalium, dat een bloeddrukverlagende werking heeft. Een kwart van het natrium vervangen geeft al gezondheidswinst, en kan zonder smaakverlies. Bovendien, zegt Hoorn: ‘De meeste mensen eten te weinig kalium. Met zulke zoutvervangers sla je twee vliegen in één klap.’

Geleijnse deed in de jaren negentig al eens onderzoek naar zoutvervanging: mensen die speciaal voor het onderzoek gemaakte kaliumrijke en natriumarme voedingsmiddelen aten, hadden na een half jaar inderdaad een lagere bloeddruk. Ook recenter onderzoek liet zien dat ouderen met een hoge bloeddruk of mensen die eerder een beroerte hadden gehad veel minder vaak hart- en vaatziekten hadden of daaraan overleden als ze natriumvervangers aten. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseerde in januari vorig jaar dan ook om werk te maken van zoutvervangers.

Zorgen zijn er ook. Bij mensen met een nierziekte kan de hoeveelheid kalium in het bloed zodanig toenemen dat het gevaarlijk is voor het hartritme. Hoorn denkt echter dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. ‘De gezondheidswinst van met kalium verrijkt zout is vele malen groter dan het risico op een te hoge kaliumspiegel in het bloed.’

Wetgeving

De industrie is niet zo happig op het verminderen of vervangen van zout, ziet Hoorn. ‘Die laat zich alleen overtuigen door strikte wet- en regelgeving. Maar die is in Nederland en op veel plekken in Europa behoorlijk liberaal en de politiek laat het aan de markt over. Anders vinden veel mensen het betutteling’, zegt Hoorn, die lid is van de Commissie Voeding van de Gezondheidsraad. Een positieve uitzondering is Bakkerszout 2.0, vindt Hoorn, waarmee het Nederlands Bakkerij Centrum op eigen initiatief een deel van het natrium gaat vervangen door kalium.

In Zuid-Afrika, Argentinië en het Verenigd Koninkrijk bestaat wel wetgeving op zoutgebied. ‘Daar zien we echt meetbaar minder hart- en vaatziekten en nierschade’, zegt Hoorn. Hoeveel dat scheelt? Elke gram zoutvermindering per dag levert 18 procent minder risico op hart- en vaatziekten op. Een verlaging van de bloeddruk met 2 tot 4 millimeter kwikdruk scheelt een kwart van de beroertes en overlijdens daaraan, weten wetenschappers al jaren.

Het lukt Geleijnse zelf trouwens ook niet om elke dag onder de 6 gram zout te blijven. Vanwege haar werk eet ze vaak in restaurants, en daar zit er vaak meer zout in de soep dan ze lekker vindt. Ook restaurants mogen zich daar best bewuster van worden, vindt Geleijnse. Ze vraagt ook weleens of er minder zout in de gerechten kan, zodat ze het eventueel zelf kan toevoegen uit het zoutvaatje dat altijd op tafel staat. ‘Ze doen immers ook niet alvast suiker in je koffie.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next