DEN HAAG - Een dorp binnen de stad, met zijn eigen mores en bewoners van verschillende pluimage. Sommigen staan al generaties lang op de Haagse Markt, anderen komen net kijken. Samir Idrissi is er zo eentje.
Een begrip is het: De Haagse Markt, al 88 jaar op dezelfde locatie (Herman Costerstraat). Het is de grootste onoverdekte markt van Nederland en een van de grootste van Europa. De ruim vijfhonderd kramen bieden werk aan meer dan duizend mensen. Wie zijn de gezichten achter de kramen? Dit is een verhaal in onze serie Op De Haagse Markt.
'We verkopen ook herten- en kamelenvlees, op bestelling. Van zo'n kalfskop wordt de tong gegeten, de botten worden gebruikt om mee te koken en van het vlees van de wangen wordt de beste shoarma gemaakt', vertelt Samir Idrissi (55) terwijl een complete kalfskop in de vitrine wordt gelegd.
Het mag duidelijk zijn: Samir staat op de markt met vlees. Dat doet hij nog niet zo lang en het was ook niet zijn keuze. 'Mijn broer kwam drie jaar geleden uit Marokko hierheen en die wilde iets voor zichzelf beginnen. Ik ben dit toen samen met hem begonnen, maar hij kreeg een beter aanbod.'
Dat wil niet zeggen dat Samir de kraam tegen zijn zin runt. 'Zeker niet en je moet gewoon geld verdienen. Je hoort vaak: je moet doen wat je leuk vindt, maar zo makkelijk is het niet in het leven. Op het strand liggen en Netflix kijken, dat vind ik leuk.'
Dat klinkt lui, maar dat is Samir zeker niet. Hij werkt al heel lang en heeft altijd meerdere 'dingetjes' lopen. Tijdens het praten, is Samir ook met tig andere dingen bezig: klanten helpen, collega's aansturen, de luifel goed hangen, bellen, appen. Op school liep het niet echt, terwijl hij ook toen van alles een kans heeft gegeven.
De geboren en getogen Hagenees woonde als kind in de Hobbemastraat, op een steenworp afstand van de markt. 'Ik kwam hier van jongs af aan. Toen ik op de tuinbouwschool zat, zag ik iemand met bloemen staan en heb ik gevraagd of hij hulp nodig had. Dat had hij, maar ik mocht alleen komen als ik naar school zou blijven gaan.'
Samir merkte al snel dat hij alle bloemennamen kon onthouden. 'Ja, toen had ik nog een leeg hoofd, haha. Nu zit mijn hoofd vol en vergeet ik meer.' Hij werkte zoveel als hij kon. 'Geld verdienen was belangrijk. Dan kon ik op school zelf mijn cola en koekjes kopen.'
De school werd ondanks de voorwaarde van de bloemenverkoper niet afgemaakt. 'Ik ben ook nog voor automonteur gaan leren en voor timmerman. Maar ik kon niet aarden op school.' Bovendien wilde hij geld verdienen en dat kon het best in de horeca had hij bedacht.
'Tien jaar heb ik bij Piet Patat gewerkt.' Af en aan, dat wel. Pas daarna vond hij zijn roeping. Dat is niet per se de Haagse Markt, maar wel om ondernemer te zijn. Hij begon een winkel in de Boekhorststraat. 'Wat de Action nu doet, deed ik toen al.'
Partijtjes kopen en verkopen is dat. Twintig jaar heeft Samir dat volgehouden en hij 'rommelt' nog steeds wel naast het runnen van zijn vleeskraam. Of hij nog lang met vlees op de Haagse Markt staat, weet hij nog niet.
'Ik begin het steeds leuker te vinden. Niet het vlees, maar wel hoe de zaken gaan. Ik doe wat op dat moment goed loopt.' Zijn vrouw heeft ook een eigen bedrijf, net als een van zijn vijf kinderen. 'Iedereen doet zijn ding en als het heel goed gaat, gaan we wat vaker op vakantie.'
Meer verhalen uit onze serie 'Op de Haagse Markt' lees je hier
Source: Omroep West Den Haag