De Nobelprijs voor de Geneeskunde is dit jaar toegekend aan de Duitse hersenwetenschappers Peter Hegemann en Georg Nagel en de Amerikaan Karl Deisseroth. De drie onderzoekers deden baanbrekend onderzoek naar zenuwcellen in de hersenen.
In het onderzoek keken de wetenschappers naar een biologische technologie waarbij licht de activiteit van specifieke zenuwcellen kan meten of beïnvloeden.
Volgens het Nobelcomité in Zweden helpt het onderzoek te begrijpen hoe het brein herinneringen, emoties en gedrag vormt. De drie winnaars ontvangen een medaille en een diploma en delen een prijs van twaalf miljoen Zweedse kronen, omgerekend ruim een miljoen euro.
De Nobelprijzen worden elk jaar uitgereikt aan mensen en organisaties die belangrijke bijdragen aan de mensheid hebben geleverd. Er zijn zes categorieën: Natuurkunde, Scheikunde, Geneeskunde, Literatuur, Vrede en Economische Wetenschappen. Nederlanders kregen de Nobelprijs voor de Geneeskunde in 1924 (Willem Einthoven), 1929 (Christiaan Eijkman) en 1973 (Nikolaas Tinbergen).
De prijzen zijn ingesteld door de Zweedse uitvinder Alfred Nobel, die met zijn nalatenschap de basis legde voor de Nobelprijzen. Nobel was de uitvinder van dynamiet. Het prijzengeld komt uit zijn nalatenschap.
Source: Nu.nl algemeen