is columnist voor de Volkskrant
Mijn allerliefste vriendin Paulien Cornelisse is vorige week woensdag overleden. Daarom schrijf ik vandaag in mijn boekenrubriek over haar eerste boek, Taal is zeg maar echt mijn ding. Woensdag schrijf ik over haarzelf. De rest van mijn leven zal ik nog vaak over haar schrijven, want ik zal haar de rest van mijn leven missen.
Ik constateerde gisteren tot mijn schrik dat mijn exemplaar van Taal is zeg maar echt mijn ding onvindbaar was. Bij haar man Chris leende ik vandaag Pauliens eigen oer-exemplaar, met ezelsoren, en in haar elegante handschrift de data en plekken waar ze bepaalde stukjes had voorgelezen. Voorin had ze twee stempels gezet. ‘WORDT NIET UITGELEEND’ en ‘NIET TE LEEN’.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het is het leukste boek over taal dat ooit geschreven is, samen met En dan nog iets, Taal voor de leuk en Hèhè. Ik voel Paulien heel dichtbij als ik het lees.
Ze raadt aan om, als je haast hebt, ‘natuurlijk’ af te korten tot ‘tuuk’. Dat deed ze zelf altijd als ze appte. Zij en ik noemden New York consequent Joe York, omdat mensen van de generatie van onze ouders dat zo noemden. Staat in het boek. ‘Why ook eigenlijk not’, een totaal Paulinisme: het staat erin.
Een stukje gaat erover dat mensen vaak fluisteren op de camping, omdat iedereen je daar kan horen. ‘Maar zelfs als je fluistert, kun je afgeluisterd worden. Sterker nog, dat is de hobby van iedereen om je heen. Ik hoorde ooit een man tegen zijn vrouw fluisteren: ‘Ik wil niet dat je me een klootzak noemt. Want dat ben ik niet. Een klootzak.’’
Hierbij zie ik Paulien met een uitgestreken gezicht intens genietend voor haar tent zitten.
Ik ben nu bezig met het regelen van haar uitvaart (hoe kan ik deze woorden opschrijven, ik begrijp het zelf niet). In het stukje Toespraakjes heeft ze het over types mensen die speechen op uitvaarten. ‘Er zijn ook toespraakhouders die zich ineens ontpoppen als een soort Hans Goedkoop, van Andere tijden. Ik was ooit bij een crematie waarbij iemand eerst de héle geschiedenis van Soerabaja met ons doornam (van oertijd tot KNIL) tot hij eindelijk bij het leven van Tante Wil aankwam: ‘… en het was aan de voet van de berg de Matipelati dat Tante Wil uiteindelijk het levenslicht zag…’
Bij ‘van oertijd tot KNIL’ kreeg ik de slappe lach.
Paulien schrijft in het boek ook over haar eigen naam. ‘Het gros van de mensen weet waarschijnlijk niet echt wat voor naam hij of zij heeft. Ik weet bijvoorbeeld niet wat voor associaties ‘Paulien’ oproept. Is het een kaknaam? Een ouderwetse naam? Is het geitenwollensok? Saai? Swingend? Geen idee. Wat voor type is een Paulien?’
Het allerbeste type.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant