Leerlingen vanaf groep 3 tegen elkaar laten ‘strijden’ om de hoogste schoolprestaties, zodat je ze vervolgens kunt indelen in stigmatiserende niveaugroepen: het is een perverse en onrechtvaardige onderwijspraktijk waarvoor we ons in Nederland moeten schamen. Dit was, kort door de bocht, wat ik betoogde in mijn vorige column, en tevens de conclusie van de Onderwijsraad in het recente rapport Kijk anders naar toetsing. Er moet daarom een alternatief toetssysteem komen.
Iedereen die iets weet van het ontwikkelen van onderwijs, weet dat zo’n proces begint met het concretiseren van je leerdoelen. Dan bedenk je hoe die getoetst kunnen worden en hoe je die doelen wilt bereiken: je feitelijke onderwijsactiviteiten. Dit eenvoudige principe heet in chic jargon ‘curriculumafstemming’.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Laat het op nationaal niveau nu precies daar al misgaan. We hebben wel de net vernieuwde wettelijke ‘kerndoelen’ van SLO (Stichting Leerplanontwikkeling, red.) maar die beschrijven alleen waar leerlingen eind groep 8 moeten uitkomen en zijn nog altijd veelal te abstract geformuleerd om een toets op te baseren. Een tweede probleem is dat diezelfde SLO niet eens gáát over de toetsing. Dat is dan weer bij andere instanties belegd.
In dit licht is het des te treuriger dat onze staatssecretaris van Onderwijs de nieuwe kerndoelen ziet als oplossing voor de dalende leesvaardigheid. Een bewindspersoon die niet doorheeft dat ons onderwijs een wat ze noemen loosely coupled system is – een verzameling tandwielen die vrolijk draaien maar elkaar niet of nauwelijks raken – zal helaas geen deuk in een pakje onderwijsboter slaan. Dit systeem is niet de oplossing, maar een probleem, en dus aan hervorming toe.
Hoe zo’n hervorming eruit kan zien, is vrij eenvoudig voor te stellen. Richt een toonaangevend Rijksinstituut voor Curriculum en Toetsing (RICT) op, waarin vakinhoudelijke experts, vakdidactici en toetsmakers nauw samenwerken aan een nationaal curriculum waarin ambitieuze minimumdoelen per leerjaar en per vak gespecificeerd staan. Natuurlijk beschermd tegen mogelijke politieke inmenging, bij wet te regelen. Laat dit RICT vervolgens toetsen maken die door alle basisscholen gratis kunnen worden afgenomen en waarmee zij kunnen controleren of leerlingen die specifieke doelen inderdaad hebben behaald.
Zo’n toetssysteem heeft een aantal voordelen. Ten eerste bevrijdt het onze leerlingen van de ratrace die het huidige systeem aanjaagt. Als ze goed onderwijs krijgen, kan in principe elke leerling 100 procent scoren op zo’n toets, vergelijkbaar met hoe ook een zeer hoog percentage van de kinderen in Nederland zwemdiploma A haalt.
Ten tweede geeft het schoolteams een waardevol instrument in handen om zicht te houden op wat hun leerlingen wel en nog niet goed kunnen, zodat ze hun onderwijs daarop kunnen aanpassen. De huidige toetsen bieden die mogelijkheid nauwelijks: zoals gezegd zijn die namelijk niet afgestemd op het schoolcurriculum, maar voornamelijk gemaakt om leerlingen onderling te rangschikken.
Ten derde kunnen scholen zich beter vergelijken met andere scholen. Niet in de zin van een rangorde, maar op de inhoud. Als een andere school met een vergelijkbare populatie er bijvoorbeeld wel in slaagt om nagenoeg alle leerlingen in groep 6 die grote deelsommen aan te leren en jouw school niet, dan is dat aanleiding voor een interessant gesprek.
Ik kan me dus ook voorstellen dat dit alles leidt tot een gezondere professionele cultuur in het onderwijs. Geen opgeheven vingertjes meer omdat een andere school nog harder is gaan lopen en er nu eenmaal één de winnaar kan zijn. Concurrentie is er vanwege het bekostigingssysteem al genoeg. Met de gratis en publiek beschikbare toetsen van het RICT kunnen leraren zélf het heft in handen nemen. Ze kunnen aan de toezichthouder of ouders bewijzen dat ze best goed bezig zijn. En inzichtelijk maken waar het nog beter kan, en welke plannen ze daarvoor hebben. Ik hecht er wel grote waarde aan om hierbij op te merken dat het scholen vrij moet blijven om beredeneerd af te wijken, maar dan is het natuurlijk wel aan henzelf om uit te leggen waarom en hoe.
Ten slotte. Wat geldt in de geneeskunde, geldt ook voor het onderwijs: liever voorkomen dan genezen. Een duidelijk gespecificeerd nationaal curriculum van jongs af aan, mét de daarop afgestemde toetsen, kan zowel de kansenongelijkheid terugdringen als de organisatie van ons onderwijs behapbaar maken. Het stimuleert leraren om zich meer te richten op de beheersing van de leerstof en alle leerlingen actief ‘aan boord’ te houden. Daardoor verklein je de kans dat leerlingen al vroeg de boot missen en hun leerachterstanden na verloop van tijd bijna niet meer kunnen inhalen. Wel zo fijn voor die leerlingen, én hun leraren, want ‘gewoon goed lesgeven’ – probeer het eens – is al moeilijk zat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant