Fotografie De Chinese modefotograaf Hailun Ma is een van de opkomende talenten van haar land. Voor de foto’s in Hometown, haar eerste grote solo buiten China, keerde ze terug naar haar geboorteregio Xinjiang. Had het Amsterdamse fotomuseum Foam niet meer context moeten bieden?
T/m 20 januari in Foam, Amsterdam. Info: https://www.foam.org/
Wat onder andere opvalt in de tentoonstelling van de Chinese Hailun Ma: de rode oosterse tapijten. Op de vloer van de tentoonstellingsruimte in het Amsterdamse Foam liggen er een paar, maar vooral zien we ze ín haar foto’s. Daar liggen ze op een zandsteenkleurig plat dak of in de laadbak van een truck, hangen ze aan de muur van een woonkamer of worden ze buiten op een stoep gelegd om te luchten. In een zelfportret van Hailun Ma, waarop ze te zien is in een omhelzing met haar man, heeft het stel een tapijt om zich heen geslagen, als een warme deken. „Tapijten geven me het gevoel dat ik geaard ben, dat ik ergens thuishoor”, vertelde Hailun Ma eerder in een interview.
Hailun Ma (1992) werd geboren en groeide op in Ürümqi, de hoofdstad van de Autonome Regio Xinjiang, in het noordwesten van China, een regio die we in Nederland vooral kennen uit berichtgeving over de onderdrukking door de Chinese regering van de Oeigoerse en Kazachse etnische minderheden. Op haar 18de vertrok ze naar New York voor een studie fotografie aan de School of Visual Arts, waar ze zich vooral toelegde op modefotografie. Inmiddels is ze een van China’s succesvolste jonge fotografen. Ze woont en werkt in Xinjiang en Shanghai en fotografeert voor high end kledingmerken als A.P.C., Miu Miu, Louis Vuitton en Burberry en de streetwear van Nike en Adidas. Ze werkt voor magazines als New York Magazine, i-D, GQ China en Vogue China, waarvoor ze in 2024 Rihanna voor de cover fotografeerde. Haar foto’s waren te zien op internationale kunstbeurzen en exposities in onder andere New York, Londen, Mumbai en Shanghai. De tentoonstelling Hometown in Foam is haar eerste grote museale solo buiten China.
In Hometown probeert Ma zich na haar vertrek opnieuw te verbinden met haar roots; „Ik heb altijd wat heimwee”, vertelde ze in een interview. Ze ging terug naar Xinjiang en verkent in de serie Ürüklyn (2021) – een samenvoeging van Ürümqi en Brooklyn – de verwantschap tussen de twee steden, die volgens haar te vinden is in ‘alledaagse voorwerpen, kleding en gebaren’. In Dost – Oeigoers voor ‘vriend’ – staan de ‘relaties tussen mensen’ centraal, een hand die op een schouder rust, jongeren die tegen elkaar aanleunen.
Alhoewel Ma ook oudere mensen in haar kleurrijke foto’s toont (vooral in traditionele kleding) richt ze haar camera voornamelijk op kinderen en mooie, jonge mensen. Het zijn prachtige foto’s; van een jonge vrouw die poseert bij een motorfiets, meisjes in rode gympakjes die oefenen met koorddansen. We zien vooral veel jongens en jonge mannen, op paarden, op brommers en op fietsen, geregeld met een voetbal in de hand. Ze dragen Adidas-trainingspakken, Nike-schoenen, opvallend veel foto’s tonen een ontbloot bovenlijf – navraag bij het museum leert dat Hailun Ma de jongens geregeld vraagt hun shirt uit te trekken omdat ze die soms niet mooi vindt.
Door het ontbreken van tekstbordjes met titels, jaartallen of toelichting bij de individuele foto’s in Foam, blijft het een beetje gissen waar we nou precies naar kijken. Alhoewel Ma in een zaaltekst wordt geïntroduceerd als mode-, portret- én documentaire fotograaf, lijken de meeste foto’s geënsceneerd – zie de anekdote over de ontblote bovenlijven. Het is niet duidelijk wie we nou eigenlijk op de foto’s zien of waar de foto’s precies gemaakt zijn, en met welk doel? Vrij werk en opdrachtwerk (voor welk magazine of een modemerk staat nergens bij) hangen door elkaar heen.
Een beetje Googlen, en Hailun Ma’s Insta-pagina, verschaft hier en daar wel wat duidelijkheid: een foto van een wollen rode sjaal met het A.P.C.-logo om de nek van een paard is (het zal niet verbazen) gemaakt voor een campagne van A.P.C, de meisjes met hun rode gympakjes beoefenen traditionele Oeigoerse kunst van het koorddansen (Dawazi), Hailun Ma is Han-Chinees, haar vriend Oeigoers – op Insta spreekt ze daar vrijuit over. „Toen we voor het eerst samenkwamen, waren we bezorgd over elkaars meningen vanwege onze verschillende etniciteiten”, schrijft Ma bij de eerdergenoemde foto uit 2021 waarop zij en haar man zich in een tapijt hebben gehuld. „Maar we zijn al drie jaar samen en de beste vrienden.” Ook in andere teksten spreekt ze over die verbondenheid van verschillende groepen: „Ongeacht uit welke etnische groep je komt, we groeien allemaal op in hetzelfde land; waarom zouden we onze diversiteit dan niet respecteren en vieren?”
Die informatie herinnert je als kijker aan de olifant in de kamer: namelijk het feit dat we hier kijken naar foto’s uit Xinjiang – een regio die niet toegankelijk is voor onafhankelijke journalisten of documentairemakers, zo berichtte deze krant eerder. ‘Heropvoedingskampen’ en ‘dwangarbeid’ zijn termen die we eerder in verband brengen met Xinjiang dan een plek waar „verschillende gemeenschappen, talen en culturele tradities naast elkaar bestaan”, zoals Foam het in de introducerende zaaltekst formuleert en zoals de tentoonstelling laat zien in beelden waarin die diversiteit in esthetische, optimistische en kleurrijke beelden wordt gevierd. Maar dat feit nergens benoemen, roept op z’n minst enige verwondering op.
In 2025 verschenen twee uitgebreide, kritische studies naar het werk van Hailun Ma, en hoe dat werk het Chinese narratief over Xinjiang als een „prachtige” en „gelukkige” plek naar buiten zou brengen en versterken. Zo onderzocht de Britse Jenifer Chao, associate professor Visuele Cultuur in Leicester, een aantal van Hailun Ma’s portretfoto’s uit Xinjiang en hoe die zich verhouden tot onder andere de geopolitiek en interetnische verhoudingen. David O’Brien en Melissa Shani Brown van de universiteit van Krakau keken naar hoe Hailun Ma’s werk in hun ogen de provincie romantiseert. Ze spreken over neo-propaganda, waarbij Ma’s werk ook zou „aansluiten bij bredere stromingen in de modefotografie die etnische ‘andersheid’ romantiseren”.
Foam stelt dat Ma „geen volledig beeld van Xinjiang wil geven maar de regio wil schetsen vanuit haar eigen relaties, herinneringen en ervaringen.” Zelf spreekt Ma in een interview over „fictieve constructies”, gebaseerd op haar herinneringen. Dat is natuurlijk haar goed recht. Haar werk hóéft niet voor de problematiek van de regio te staan, los van het feit dat het voor een kunstenaar in China – zeker in deze beladen regio – niet makkelijk is om kritiek te geven.
Daar komt bij: modefotografie is natuurlijk altijd al een zaak van de dingen mooier maken, daar spreken we doorgaans ook een Amerikaanse of een Nederlandse modefotograaf niet op aan. En maakt Ma niet in haar beelden ook de materiële cultuur van de Oeigoeren in al z’n schoonheid zichtbaar? Toch is het als kijker zoeken – hoe moet je deze tentoonstelling duiden? Desgevraagd laat Foam weten dat ze vanwege de veiligheid van Hailun Ma terughoudend zijn met informatie.
Maar moet een museum dat haar werk in een serieuze, grote expositie brengt, niet iets meer context bieden dan nu het geval is? Dat is in elk geval een vraag die je je als kijker zou kúnnen stellen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie