Home

Wanneer mag Klaas Knot ‘Whatever it takes’ roepen?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

De spread wordt weleens het verschil genoemd dat volwassen mannen doet zweten in een ruimte met airconditioning.

Vijftien jaar geleden stroomden vele pareltjes zweet over de voorhoofden van vermogensbeheerders, pensioenbestuurders, bankiers en ministers. Spread stond voor het verschil tussen de stijgende rente die het ene deel van de eurolanden moest betalen over hun schuld en de dalende rente die het andere deel betaalde. Hoe groter de spread, hoe dichter het moment waarop de eurozone in tweeën zou breken of uit elkaar zou spatten.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Beleggers trokken hun handen af van de obligaties van zwakke eurolanden die mogelijk hun schulden niet meer zouden kunnen aflossen en failliet zouden kunnen gaan. Dat waren die van de zogenoemde zeurolanden of Pigs (Portugal, Italië, Griekenland, Spanje). Ze kochten daar obligaties voor terug van andere eurolanden die nog wel als solide werden gezien. Dat waren de neurolanden: Duitsland, Nederland en ook Frankrijk.

Speculanten probeerden er een slaatje uit te slaan. Ze gingen short op de obligaties van de zeurolanden, die ze op termijn verkochten in de verwachting dat de koersen nog verder zouden dalen. En ze gingen long op obligaties van de neurolanden in de verwachting dat daarvan de koersen zouden stijgen.

Hierdoor raakte de muntunie in een neerwaartse spiraal. Nobelprijswinnaar Paul Krugman schreef onder de kop Apocalyps op korte termijn: ‘De boel zou in een verbijsterend tempo kunnen instorten: een kwestie van maanden, niet van jaren.’

Later bekende De Nederlandsche Bank dat er al een noodscenario klaarlag voor herinvoering van de euro. Uiteindelijk redde ECB-president Mario Draghi de boel door met zijn magische formule Whatever it takes duidelijk te maken dat de centrale bank in Frankfurt bereid was de bankbiljettenpers oneindig te laten draaien om schulden van Europa’s eigen bananenrepublieken op te kopen.

Hopelijk is het guldenscenario niet vernietigd, want in de aircoruimtes met volwassen mannen zijn weer zweetdruppeltjes te zien. Het woord spread is back. Binnen drie maanden is het renteverschil tussen de Duitse en Franse staatsobligatie opgelopen tot 1,5 procentpunt. Of Frankrijk betaalt op een 10-jarige staatsobligatie nu 5 procent en Duitsland 3,5 procent rente.

Het oplopen van de spread heeft niets met inflatie te maken, maar met de volkomen uit de hand gelopen Franse staatsschuld. Beleggers ruilen weer Franse obligaties in voor Duitse en speculanten rijden op de bagagedrager mee.

Het meest verontrustend is dat niemand verontrust lijkt, zeker in Frankrijk niet. Het land moet volgend jaar 340 miljard euro lenen, niet om het onderwijs te stimuleren of de defensie te versterken, maar om oude schulden af te lossen en rente te betalen. De politiek kan geen kant op met nieuwe verkiezingen in het verschiet.

Iedereen doet maar of zijn neus bloedt. Of hoopt dat er opnieuw een magische formule wordt uitgesproken door de ECB-president. Of de Française Christine Lagarde nog geloofwaardig Whatever it takes kan roepen, valt te betwijfelen. Misschien moet Klaas Knot dat maar snel gaan doen.

Maar daarvoor moet Europa eerst badend in het zweet wakker worden.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Source: Volkskrant

Previous

Next