David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid (VVD), heeft zich vorige maand politiek weten te redden. Na een tango met het parlement, een ingewikkelde brief en halfhartig spijt betuigen. Dat-ie het handiger aan had moeten pakken met z’n kritiek op die veel te simpele ‘Crime Harm index’ van de Rekenkamer. Waarna hij z’n politieke excuses snel opwarmde naar échte, diepe gevoelens van spijt. Uit het hart. Klip en klaar. Toen was iedereen moe en mocht Van Weel blijven. Klus geklaard, minister berispt en iedereen was fijn op tv geweest. Nu graag verder.
Zo’n parlementair strobrandje verdringt al gauw de kwestie erachter. Natuurlijk moet de minister staatsrechtelijk in het spoor worden gehouden. Niet onhelder of onjuist communiceren, op tijd buigen voor, en dienstbaar zijn aan de Kamer. Niet publiekelijk klooien met de Rekenkamer, want die gaat piepen.
Best nuttig, zo’n avondje minister opjagen.
De kwestie zélf is dat de strafrechtspleging het, misschien meer dan in járen het geval was, moeilijk heeft. Soms lijkt het of er op Justitie alleen maar crisismanagement bestaat. Altijd capaciteitstekorten, nieuwe criminaliteit, tegenvallende productiviteit, nieuw ongerief in de samenleving, de druk van technologie, internationalisering, ‘complexiteit’ van zo’n beetje alles en de evergreen: personeelstekort.
De strafrechtspleging kan het nauwelijks bijbenen. Om dat wel te kunnen, zou ze vermoedelijk geïntegreerd moeten leren werken en drastisch moeten worden uitgebreid. En aangezien dat er niet in zit, rest intern stevig veranderen, wat nooit een sterk punt is geweest. En de staatsrechtelijke onafhankelijkheid is er behalve een randvoorwaarde ook een handicap. In ieder geval is de rechtspraak centraal onbestuurbaar. Het publiek heeft intussen vrij spel. Het stelt onbekommerd eisen, die Kamerleden overnemen omdat ze lekker klinken en de achterban hun in de nek hijgt. Zeden! Cyber! Drugs! Ondermijning! Abortus! Geweld!
Het debat met Van Weel was daarvan onbedoeld een symptoom. Dat hij niet werd weggestuurd, komt ook door het besef bij de Kamer dat de structurele crisis er eerder groter dan kleiner door wordt. De Kamer heeft immers al de noodklok geluid en een ‘deltaplan’ geëist. Dat zou er deze zomer moeten komen. Maar meer dan een voortgangsbrief in juni produceerde Van Weel niet. Daarin duwde hij vooral terug. Natuurlijk was er de Gouden Oplossing in Den Haag voor alle beleidsproblemen: een onderzoek, althans een ‘systeemanalyse’, te verrichten door TNO. En pas in januari klaar.
De echte beleidskeuzes zullen vermoedelijk vrij hard zijn. Hier en daar schemeren ze al tussen de regels door. Een grondige herijking van het gevangeniswezen is al aangekondigd. Zeshonderd vacatures voeren daar intern de druk al een hele poos op. Er kwamen al 3.149 gevangenen vervroegd vrij en er wachten 2.648 veroordeelden op een lege cel. Op het penitentiair personeel wordt ‘roofbouw’ gepleegd, zei ambtelijk topman Saris, die de toestand „niet langer houdbaar” noemt. En een oud idee herlanceerde. De rechtspraak zou voortaan thuisarrest op kunnen leggen; de enkelband als hoofdstraf. Het is óf dat, óf celstraffen laten verjaren wegens cellentekort. Maar wie gaat dat de slachtoffers vertellen? Nog een suggestie: de celstraf ‘light’. Er zouden meer lichtere regimes voor bijpassende gedetineerden moeten komen. Want daar is minder bewaking voor nodig. Samengevat: lik op stuk, snelrecht, hogere straffen. Het zijn letterlijk holle woorden, Justitie levert niet.
Je mag hopen dat rechtspraak, politie en OM het water niet zo hoog aan de lippen laten komen als het gevangeniswezen doet. Welke draconische ingrepen krijgen we dan? Alleen nog digitaal aangifte mogen doen? Meer enkelvoudige rechtspraak en vaker mondelinge uitspraken? Voortaan nóg meer boetes, altijd en alleen via het OM? En de rechter dan beperken tot alleen de zware zaken met celstraffen? Hoger beroep in principe met één rechter, in plaats van áltijd met drie? Of veelvoorkomende criminaliteit als politietaak schrappen? Wat trouwens al gebeurt.
Volgens de deltaplanbrief zal „de omgang met schaarste en scherpere prioritering, selectiviteit en opportuniteit” vooropstaan. Dat betekent dus beslissen over wat (en wie) er wel of niet langer wordt opgespoord, vervolgd of afgestraft. Precies de kwestie waar Van Weel met de Rekenkamer over struikelde: hoeveel er nu al terzijde wordt gelegd bij politie en OM.
In de praktijk wordt kleine criminaliteit bij de politiebasisteams al verdrongen door ernstiger zaken waar de recherche niet meer aan toekomt. Eenvoudige mishandeling, drugsbezit voor eigen gebruik, kleine fraude, poging tot inbraak, zaakbeschadiging, zakkenrollen, eenvoudige diefstal en fietsdiefstal zijn al vrijwel van het politiemenu verdwenen. Als de minister daar in een deltaplan beleid van wil maken, kan dat niet zonder maatstaven. Moet dat de simpele ‘Crime Harm Index’ van de Rekenkamer worden, ook toegepast in andere landen? Of de ‘gewogen’ aanpak die Van Weel verdedigt? Dan gaat het over ‘fenomeenanalyses’, ‘criminaliteitsbeelden’, het ‘criminele speelveld’ en regionale verschillen.
Dat er meer politie- en OM-strafbeschikkingen komen, lijkt wel duidelijk. Maar veel concreter wordt het nog niet. Waar Van Weel in ieder geval géén zin in heeft, is zélf ingrijpen, zoals de Kamer graag wil. Het is overbodig, want de strafrechtketen is al enorm gemotiveerd van zichzelf, schrijft hij. Benieuwd of de Kamer dat slikt. De situatie is dus bekommerd. De problematiek „complex en weerbarstig”, volgens Van Weel zelf. En „niet met een druk op de knop” op te lossen.
Dat klopt wel. En ook al jaren.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie