Home

Vrijwel heel Europa leent voor de defensie-uitgaven, maar Nederland blijft bij het mantra van Heinen: ‘Elke euro betaald aan rente krijg je nooit meer terug’

Herbewapening Vergeleken met elf andere Europese landen blijkt Nederland als een van de weinige niet de staatsschuld extra te laten oplopen om defensie-uitgaven te financieren. En maar heel weinig andere landen bezuinigen op sociale zekerheid. Wat kan Nederland leren van die landen?

Minister Dilan Yesilgöz (Defensie, VVD) en staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie, CDA) met commandant der strijdkrachten Onno Eichelsheim, afgelopen juni op vliegbasis Gilze-Rijen.

Eelco Heinen spreekt zijn Franse collega geregeld bij Brusselse etentjes. Ook de Poolse, Italiaanse, Spaanse en Duitse ministers van Financiën schuiven aan. En aan de dis wisselen ze ervaringen uit die allemaal min of meer overeenkomen, verzucht Heinen donderdag in de Tweede Kamer.

Zíjn generatie ministers, stelt Heinen, staat voor de „ongelooflijk grote” opgave om miljarden te „investeren in defensie” vanwege de Russische dreiging. Het is dé financiële opdracht voor Europese regeringen. Maar stuk voor stuk staan ze voor „eenzelfde parlement”, dat keuzes bemoeilijkt, dat zowel bezuinigingen als lastenverzwaringen blokkeert, klaagt Heinen.

Het kabinet-Jetten en VVD-minister van Financiën Heinen wilden de miljarden voor de krijgsmacht vergaren door te bezuinigen op zorg en sociale zekerheid. En – in mindere mate – door de belasting te verhogen. Lenen op de kapitaalmarkt is voor Heinen uit den boze, ook al heeft Nederland een lage staatsschuld.

Afgelopen weken bleek hoezeer deze koers de stabiliteit van het minderheidskabinet onder druk zet. Onderhandelingen over de kabinetsplannen voor 2027 liepen herhaaldelijk vast, deadlines werden vooruitgeschoven. Vooral de bezuinigingen waarmee de defensie-uitgaven moesten worden betaald, deden veel stof opwaaien en werden uitgesteld dan wel geannuleerd. De defensiebegroting met de forse investeringen, waarover de Tweede Kamer als eerste deelbegroting dinsdag debatteert, lijkt op weinig kritiek te kunnen rekenen. Maar na Prinsjesdag en de Algemene Financiële Beschouwingen, is een Kamermeerderheid voor de financieringsplannen nog altijd niet in zicht.

Is bezuinigen op zorg en sociale zekerheid de enige manier om de defensie-uitgaven te bekostigen? Wat kan Nederland leren van andere landen? Vergeleken met elf andere Europese economieën blijkt het Nederlandse plan uitzonderlijk. En historisch gezien is het een opdracht met weinig precedenten.

Een ruime meerderheid leent

Nederland is een van de weinige landen die de staatsschuld niet extra laten oplopen om extra wapens en militairen te betalen. Minister Heinen meent ”dat een toename in defensie-uitgaven structureel moet worden ingepast binnen de begroting”, schreef hij eerder aan de Kamer. Oftewel: tegenover extra uitgaven moeten bezuinigingen of lastenverhogingen staan. Lenen beschouwt Heinen als een tijdelijke en onwenselijke oplossing, omdat het kabinet dan moeilijke keuzes voor zich uit zou schuiven.

De Europese collega’s van Heinen kiezen veelal een andere route. Veruit de meeste landen doen geen grote ingrepen in de begroting en lenen. Zestien landen – een ruime meerderheid van de 27 in de Europese Unie – lenen zelfs meer dan de helft van geld dat ze nodig hebben voor hun extra tanks, drones en militairen.

Historisch gezien is lenen gangbaar in de eerste fase van herbewapening, ontdekte Johannes Marzian van het Kiel Institute for the World Economy. Hij bekeek de financiering van gestegen uitgaven aan wapens tussen 1870 en 2022 voor twintig landen. In verreweg de meeste gevallen steken landen zich eerst in de schulden, om vervolgens belastingen te verhogen, waarmee de schulden afbetaald kunnen worden. In maar heel weinig gevallen wordt bezuinigd op sociale zekerheid.

Landen lenen in eerste instantie omdat ze zo het snelst geld vinden. Bezuinigingen of belastingverhogingen kosten meer tijd. Waarom uiteindelijk voor die verhogingen wordt gekozen en niet voor bezuinigingen, valt buiten de reikwijdte van het onderzoek. Maar Guntram Wolff van het Bruegel Instituut heeft wel een idee: „Bezuinigingen zijn politiek lastig te verkopen.” In het bijzonder als een land het al moeilijk heeft vanwege een oorlog.

Nederland nam deel aan de NAVO-oefening Steadfast Defender, die zich onder meer afspeelde in Nederland, Duitsland en Polen.

Letland, Litouwen, Duitsland en Zweden

Kredietbeoordelaar Fitch berekende afgelopen juni dat 11 van de 27 EU-lidstaten meer dan de helft van de verhoging in defensie-uitgaven financiert met bezuinigingen of belastingverhogingen, vooral kleinere landen. Een deel is niet voornemens de uitgaven enorm te verhogen en kan het geld makkelijk in de begroting vinden. Ook ziet Fitch: hoe dichterbij Rusland, hoe groter regeringen het gevaar inschatten, hoe sneller ze geld vrijmaken voor hun krijgsmacht.

Deze landen verhogen sneller hun defensie-uitgaven en grijpen daarvoor meer in in hun economie, omdat anders de staatsschuld te hoog oploopt. Malgorzata Krzywicka, analist bij Fitch, noemt de Baltische staten ”het meest ambitieus” in hun financieringsplannen. Letland laat lonen van ambtenaren bijvoorbeeld langzamer stijgen en verhoogt belastingen in onder meer de bankensector. Estland plust de btw op, evenals de inkomstenbelasting. In Litouwen geldt sinds afgelopen januari een ‘veiligheidsheffing’ voor verzekeringen. „In deze landen leeft het idee dat belastingheffing helpt om de publieke betrokkenheid bij defensiefinanciering te vergroten.”

Onder de landen die meer dan de helft van het budget lenen, bevinden zich ook landen met grotere economieën, zoals Duitsland of Zweden. In dat Scandinavische land is de staatsschuld met ongeveer 33 procent (zo’n 200 miljard euro) van de economie behoorlijk laag. De centrumrechtse regering besloot, met brede parlementaire steun, dat de staatsschuld op mag lopen voor de krijgsmacht. Tot 2035 tot maximaal 300 miljard euro – meer dan een verdubbeling.

Duitsland, de grootste economie in de EU, wil al in 2029 3,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uitgeven aan defensie. Het besloot een rem op schulden (de Schuldenbremse) te schrappen. Nu leent het al het defensiegeld. Komend jaar telt de defensiebegroting al op tot 110 miljard euro, op een totale federale begroting in Duitsland van 555 miljard. 110 miljard euro is ook een kwart van de totale defensie-uitgaven in de EU.

In Duitsland worden de stijgende rentekosten inmiddels wel gevoeld. De economische groei valt ook tegen. Bondskanselier Friedrich Merz (CDU) besloot daarom onder andere te bezuinigen op ziektekosten en bijstandsuitkeringen. Ook verhoogde hij de belastingen voor hoge inkomens en wil hij het pensioenstelsel hervormen en bureaucratie verminderen. De recente grote verliezen bij de deelstaatsverkiezingen aan het uiterst rechtse Alternative für Deutschland worden door kenners geweten aan die hervormingsplannen.

Aankloppen bij Brussel

Brussel kent strikte regels voor leningen door overheden: zo mag het tekort op de begroting niet boven de 3 procent van het bbp uitkomen. Om te voorkomen dat landen door de financiering van herbewapening regels zouden overtreden, schoot de Europese Commissie te hulp. Landen mogen nu 1,5 procent boven de 3 procent uitkomen, míts het extra geleende geld wordt uitgegeven aan de krijgsmacht. Die verruiming moeten landen de tijd geven met bezuinigingsplannen of belastingverhogingen te komen. Om inwoners te laten wennen aan het idee, als het ware.

Nederland is een van de weinige lidstaten die nooit om deze uitzonderingsmogelijkheid hebben gevraagd. JA21, BBB en 50Plus vroegen minister Heinen schriftelijk waarom en hij antwoordde langs de lijnen van de eerder beschreven opvatting: lenen is slechts een tijdelijke oplossing, beter is het om het geld meteen te vinden.

Achttien andere landen vroegen de clausule wél aan. Onder meer België, Polen, de Baltische staten, Duitsland, Denemarken en Griekenland. Ook landen als Spanje en Oostenrijk, die aanzienlijk minder geld willen uitgeven aan defensie en niet beogen te voldoen aan de nieuwe NAVO-norm van 3,5 procent, vroegen de leenruimte aan. Veruit de meeste miljarden gaan naar Polen, bijna een derde van het totaal. Dat land geeft jaarlijks al 4,5 procent van de economie uit aan defensie. Merendeels gefinancierd met leningen.

Zeven van de achttien landen blijken deze extra begrotingsruimte voor defensie-uitgaven te misbruiken voor andere uitgaven. Daarvoor waarschuwde het Europees Begrotingscomité (EFB), dat onder leiding staat van CPB-directeur Pieter Hasekamp. Hij waarschuwde dat misbruik de geloofwaardigheid van de Europese begrotingsregels ondermijnt.

De Commissie leende overigens ook zelf 150 miljard euro op de kapitaalmarkt. Omdat zij zelf – en daarmee alle lidstaten – garant staat voor de lening, is de rente relatief laag. Immers, de kans dat de lening wordt terugbetaald, is aanzienlijk. EU-lidstaten kunnen het geld gunstig lenen van de Commissie: vooral interessant voor landen met hoge rentestanden. Voor Nederland is de regeling financieel niet voordelig, omdat Nederland zélf goedkoop kan lenen.

Burnham en Starmer

In naam committeerden de meeste landen zich aan hogere defensieuitgaven. Maar uit de boeken blijkt lang niet altijd hoe ze dat moeten betalen. Landen plannen een jaar vooruit, twee jaar, of maximaal de regeerperiode van een kabinet. Van de grotere economieën is Nederland de enige die tot 2035 (het deadlinejaar van de NAVO-doelstelling) een financieringsplan heeft.

België en Frankrijk bijvoorbeeld kunnen maar moeilijk het geld vinden op hun begrotingen. Lenen is ingewikkelder, omdat ze al hoge staatsschulden hebben en grote begrotingstekorten. De Franse en Belgische regeringen beloofden te investeren, maar waar de rekening terechtkomt, is slechts tot op zekere hoogte bekend.

Ook het Verenigd Koninkrijk heeft geen budgettaire ruimte om met leningen te voldoen aan de investeringsbelofte. Voormalig premier Keir Starmer financierde een groei van 2,3 naar 2,5 procent van het bbp door te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. In 2026 zette hij, wel pas nadat z’n defensieminister uit ontevredenheid over het budget was vetrokken, een moeizame tweede stap naar 2,7 procent in 2030.

Voor het nieuwste plan bezuinigt de Britse regering 4 miljard pond op onder meer infrastructuur en klimaatbudgetten en geldt een bezuinigingsopdracht van 1 procent op de budgetten van alle overige departementen. Alleen, dat is onvoldoende. Er ontbreekt financiering voor 15 miljard pond, zo bleek toen Andy Burnham Starmer opvolgde als premier. Dat is niet alles: de Labourregering beloofde 3 procent van het bbp uit te geven aan de krijgsmacht in 2030. Ook voor een derde stap van 0,3 procent is nog geen geld.

Minister Yesilgöz (Defensie) en commandant Onno Eichelsheim op vliegbasis Gilze-Rijen. Op de achtergrond een helikopter.

Creatief boekhouden

De Italiaanse premier Giorgia Meloni kreeg het ook aan de stok met haar defensieminister. Die wilde meer geld, Meloni wilde echter niet alleen lenen voor defensie, maar ook voor uitgaven die burgers zouden helpen bij de energiecrisis. Daarom vroeg ze de Commissie afgelopen mei om meer flexibiliteit in de begrotingsregels.

Extra uitgeven aan de krijgsmacht is impopulair in Italië. In de maand dat Meloni aanklopte in Brussel, staakten en protesteerden de vakbonden landelijk tegen onder meer de militarisering. Demonstranten vreesden dat in defensie zou worden geïnvesteerd ten koste van het onderwijs en de zorg.

Meloni besloot creatief te boekhouden. Ze kondigde in april 2025 aan de defensiebudgetten te verhogen tot 2 procent van het bbp. Maar daarvoor telden de Italianen voortaan bijvoorbeeld de uitgaven aan pensioenen voor militairen mee als defensie-uitgaven. Op papier levert dat meer geld op voor de krijgsmacht, maar veiliger wordt het er niet van. Met de harde dobbers moet de nieuwe regering – na de verkiezingen eind 2027 – dealen: zij moet beslissen hoe Italië de verhoogde defensie-uitgaven op de lange termijn gaat financieren.

Ook andere landen spelen met definities. Spanje is geld bestemd voor cyberveiligheid en telecommunicatie mee gaan tellen. En Duitsland, schrijft militair analist Fenella McGerthy, laat civiele bescherming (de bevolking beschermen bij rampen en oorlogen) meetellen in het defensiebudget, terwijl dat voor de NAVO-definitie niet telt.

‘Lelijk weinig onderzocht’

Sommige landen lijken te redeneren dat ze de defensiebegroting niet sluitend hóéven te maken, omdat ze verwachten te verdienen aan de investeringen in defensie. Volgens kredietbeoordelaar Fitch kan Duitsland van alle EU-landen het meest profiteren van de investeringen in de krijgsmacht, maar ook Italië en Frankrijk gelden als kanshebbers. Alle drie hebben een grote defensie-industrie.

Focus op de eigen industrie en hoe een land kan profiteren van de herbewapening, is een valkuil, vindt Guntram Wolff, analist bij de Brusselse denktank Bruegel. Hij hekelt de te nationale benadering van Europese landen. „Het gaat heel veel over of bezuinigen of belastingen verhogen. Eén alternatief wordt bar weinig onderzocht”, zegt hij: efficiëntie. „Door beter samen te werken en sterkere en effectievere legers op te zetten, hóéven we helemaal niet zo veel geld uit te geven.”

Toch is het verleidelijk om aan de eigen economie te denken. Frankrijk bepleit bijvoorbeeld om het geld voor Oekraïne, evenals dat uit de gezamenlijke leenmogelijkheid van Brussel, zo Europees mogelijk te besteden. Dat is voordelig voor de Franse defensie-industrie.

Ook Turkije hoopt te verdienen aan de militarisering van Europa, zegt Koen De Leus, hoofdeconoom van de Belgische bank BNP Paribas, die een boek schreef over de Turkse economie. Onlangs bezocht het Belgisch koningshuis Turkije en deed bedrijven aan in de defensie-industrie. En in aanloop naar de NAVO-top in juni, in Ankara, drong president Erdogan bij Brussel erop aan ‘beperkingen’ voor de Turkse wapenindustrie op te heffen. Geld uit de leenfaciliteit van Brussel moet namelijk voor twee derde binnen de uniegrenzen worden uitgegeven.

Gezien de kleine defensie-industrie maakt de Nederlandse economie weinig kans om te profiteren. Eerder dit jaar berekende het Centraal Planbureau dat Nederlandse investeringen in de krijgsmacht nauwelijks economische groei opleveren.

Defensie oefent op de Johannes Postkazerne, in Havelte.

De defensie-oefening Falcon Spring in Noord-Nederland.

Lang niet iedereen doet mee

Los van de financieringsdiscussie is het al een prestatie te noemen dat Nederland zich committeert aan de nieuwe NAVO-norm. Lang niet iedereen is voorstander van omvangrijke investeringen in defensie. Ierland en Oostenrijk – die behoren tot de tien grootste economieën van de Europese Unie – bijvoorbeeld niet. In hun geval is dat wel logisch: ze zijn beide geen NAVO-lid en kennen een traditie van neutraliteit. Maar ook Spanje – wél NAVO-lid – acht het niet nodig meer dan 2,1 procent van de economie aan de krijgsmacht te spenderen.

De Spaanse sociaal-democratische regering denkt de daartoe vereiste kleinere verhoging in uitgaven tamelijk gemakkelijk te kunnen betalen vanwege meevallende groeicijfers van de economie. Maar premier Pedro Sánchez beloofde ook niet te bezuinigen en geen belastingen te verhogen. Verder rekt het land eveneens de definitie van ‘defensie-uitgaven’ op en sluit het lenen op de kapitaalmarkt niet uit.

Minister Heinen lijkt het met lede ogen aan te zien. Hij beseft dat investeren in defensie alleen kan met „draagvlak in de samenleving” – en meerderheden voor Heinens bezuinigingsplannen lijken ver weg. Maar lenen om Nederland van veiligheid te verzekeren? De VVD’er blijft fel tegenstander. En voor iedereen die hem vraagt de staatsschuld op te laten lopen, herhaalde hij donderdag stug zijn mantra: „Elke euro betaald aan rente krijg je niet terug.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Defensie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next