Choreograaf en danser Cheroney Pelupessy (36) en theatermaker Jef Van gestel (45) zijn de winnaars van de Gieskes-Strijbis Podiumprijs 2026. Beiden kregen maandagavond in Amsterdam de grootste particuliere geldprijs voor de podiumkunsten uitgereikt: een bedrag van 70.000 euro dat ze geheel naar eigen inzicht mogen besteden.
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
De overige genomineerden, violist, zanger en componist Diamanda La Berge Dramm (35), choreograaf en filmmaker Dunja Jocić (48) en theatermaker, acteur en regisseur Florian Myjer (34), houden 35.000 euro over aan hun voordracht.
Vanwege het tienjarig bestaan is het prijzengeld blijvend verhoogd. In eerdere jaren kregen genomineerden 10.000 euro en winnaars 60.000 euro. Het Gieskes-Strijbis Fonds draagt de naam van de (inmiddels overleden) oprichters Hennie Gieskes en Diedi Gieskes-Strijbis. Het echtpaar bouwde in de jaren zestig en zeventig een groot vermogen op met het internationale succes van Vitol, een van ’s werelds grootste, onafhankelijke handelaren in grondstoffen als ruwe olie en gas.
In 2003 stopte ‘Gies en Dies’ geld in een goede-doelenstichting om baanbrekend talent te ondersteunen op terreinen als natuur en milieu, kunst en cultuur, democratie en rechtsstaat en medisch onderzoek. Stichting Spaarne Fonds werd in 2008, na Diedi’s overlijden, omgedoopt tot het Gieskes-Strijbis Fonds. Sinds 2017 bekroont het fonds makers in theater, dans en muziek in de bloei van hun carrière.
Cheroney Pelupessy (Utrecht, 1990)
Deze in Amsterdam opgeleide danser en choreograaf, met Indonesische, Molukse en Nederlandse achtergrond, sloeg een drieklapper. Vrijdagavond won Pelupessy de Innovatieprijs Nederlandse Dansdagen Maastricht, zodat ze 25.000 euro kan investeren in het maken van Mewaktu (2027). De voorstellingstitel is Indonesisch voor tijdsindeling.
Met de Koerdisch-Indonesische danser Melisa Diktaş onderzoekt Pelupessy de tijdsbeleving, passend bij hun gedeelde Indonesische achtergrond. Verleden, heden en toekomst bestaan daarin tegelijk. Met eeuwenoude handtrommels, zoals de Koerdische davul en Molukse tifa trillen ze frequenties in hun lichamen los, op zoek naar opgeslagen culturele kennis. Het proces staat centraal, niet de vorm of het resultaat.
Ook ontving ze met filmregisseur Sven Peetoom een Gouden Kalf van het Publiek 2026 voor bestbezochte documentaire. In Mama’ku - Van Jakarta tot de Molukken (2025) volgt Pelupessy haar moeder tijdens hun reis naar Jakarta, waar ze proberen te achterhalen welke verzwegen trauma’s hun relatie bemoeilijken.
Op voorouderlijke geboortegrond hoort Pelupessy eindelijk over de gewelddadige jeugd van haar moeder. Pelupessy’s opa bleek een sadistische vader. Haar moeder werd uitgehuwelijkt aan een 22 jaar oudere man. Mogelijk ligt hierin een link naar de gewelddadige relatie waarin Pelupessy zelf vastzat. Als kind voelde ze zich niet belangrijk genoeg om het verzwegen verdriet van haar moeder aan te raken. In de gelijknamige voorstelling Mama’ku vertolkt haar oudere leermeesteres in Javaanse dans het personage van haar moeder.
In 2010 studeerde Pelupessy af in hedendaagse dans aan het Arts en Entertainment College (mbo). Om haar talent in te schatten, deed ze mee aan het televisieprogramma So You Think You Can Dance (2010). Daar werd ze in weerwil van haar stille karakter vooral neergezet als mooi en ambitieus. Pas na commerciële opdrachten en de winst van een Miss Indonesië-verkiezing ontdekte ze haar interesse in traditionele, Javaanse en Balinese dansen én haar eigen makerschap. Ze danste in producties van ISH Dance Collective, waar ze komend voorjaar de voorstelling Djangan! maakt, over de impact van een oorlogstrauma op een gezin.
In 2021 begon Pelupessy het gezelschap Keturunan, wat ‘nakomeling’ of ‘afkomst’ betekent in het Bahasa Melayu. Waar ze in het begin meer algemeen de Aziatische herkomst afpelde van haar en haar dansers, duikt ze nu dieper in haar eigen geschiedenis en afkomst. Haar nieuwe voorstelling Draagkracht, over vrouwen uit Indonesië, Molukken en voormalig Nederlands-Indië, gaat eind oktober in première. Hierin staat vrouwelijke draagkracht centraal die van generatie op generatie is overgedragen, zonder in geschiedenisboeken te zijn beschreven.
Jef Van gestel (Antwerpen, 1981)
Een mentale speeltuin waar niets te gek is. Van Gestels theaterwerk explodeert regelmatig van betoverend, naïef gegoochel met fysiek materiaal tot obscuur absurdisme vol woeste, woordeloze stoeipartijen met grimmige monsters. De laatste tijd voert hij dit meestal uit met de even energieke Peter Vandemeulebroecke. In Deeg (2022) gingen ze aan de haal met zakken meel en emmers water om uitzinnige schepsels te boetseren van hompen deeg. In Tochtgat (2025) lieten ze als lummelende zwervers plastic afval en wc-rolletjes dansen om naakt worstelend te eindigen op een zenuwslopende soundscape, onder een lekkend afdakje.
Van gestel zet zijn ongeremde fantasie in om beklemmende, conservatieve normen te bevragen over gender, schoonheid, liefde en natuurbeleving. Het in Antwerpen geboren multitalent – Van gestel tekent en ontwerpt ook – studeerde in 2004 af aan de Toneelacademie Maastricht. Voor zijn afstudeervoorstelling Tuttefrut kreeg hij de Ton Lutz Prijs voor meest veelbelovend regietalent. Hij maakte en speelde voorstellingen bij Nederlandse en Vlaamse gezelschappen zoals Het Huis van Bourgondië, Fabuleus, Ro Theater, toneelgroep Max, Kopergietery en Feikes Huis.
Van 2005 tot 2023 vormde hij met twee collega’s het collectief Tuning People. In 2021 verhuisde hij naar Amsterdam, van waaruit hij ook regelmatig de hort op gaat als punky dragqueerpersona Nat Tasje. Sinds 2023 opereert hij op wisselende basis onder de vlag van Feikes Huis, een productiehuis voor beeldend theater.
Eerder ontving Van gestel ereprijzen zoals de VSCD Mimeprijs 2015 voor Voetbal op hoge hakken (15+, Kopergietery), een jongerenvoorstelling over stelling durven nemen tegen vooroordelen en clichébeelden en te durven zijn wie je wilt zijn. Kadrage (2019, Tuning People en Feikes Huis) werd genomineerd voor de VSCD Mime/Performanceprijs 2022.
De door hem mede geregisseerde, vijf uur durende, theaterrave Holobiont (2026) van Boogaerdt/VanderSchoot kreeg een nominatie voor de eerste Ontwerpersprijs. Alles waar Van gestel voor staat komt in deze uitzinnige happening samen: de creatieve mens die zoekt naar een gedeelde vrijheid voor iedereen en zijn eigen obscure kanten niet uit de weg gaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant