Home

Nasreddine woont al twee maanden op het strand in Ceuta. ‘Het leven is hier zwaar, maar ik wil echt niet terug naar Marokko’

Migratie Ceuta De Spaanse autoriteiten verhogen de druk op de overgebleven migranten in Ceuta, onder meer door de ontruiming van een tentenkamp. Met kleine handeltjes en door klussen aan te nemen, proberen de migranten te overleven. „Ze zeggen dat er geen plek voor ons is in Europa.”

Een migrant kijkt op 3 oktober naar het geïmproviseerde kamp op het Trampolín-strand in de Spaanse exclave Ceuta.

Nasreddine (20) zit in een gestreepte strandstoel achter een lage tafel met daarop onder meer stokbrood, blikjes tonijn in tomatensaus, kaas, suiker, koekjes, energiedrank en een appel uitgestald. Hij kijkt onderzoekend om zich heen. Zodra er een medebewoner van het strand van Trampolín in Ceuta langsloopt, veert hij op om zijn producten in het Arabisch aan te prijzen. Naar schatting van de autoriteiten verblijven zo’n drieduizend migranten die eind juli vanuit Marokko naar de Spaanse exclave zwommen op dit strand.

Begin augustus sliepen ze nog op het zand en was er slechts voor een enkeling beschutting in de vorm van een parasol. De afgelopen weken is hier een volledig tentenkamp verrezen. Met bamboestokken, stenen, lakens met verschillende kleuren en motiefjes en stukken zeil hebben de bewoners van het strand stevige slaapplaatsen gebouwd, waar af en toe een tent tussen staat. 

Op 30 juli kwamen zeker 72.000 mensen vanuit Marokko naar Ceuta, 19 vierkante kilometer Spaans grondgebied op het Afrikaanse continent. De exclave was overweldigd, net als de Spaanse regering en de rest van Europa. Door een gebrek aan eten, water en opvang keerde een groot deel van deze groep binnen een paar dagen terug naar Marokko, enkele duizenden migranten bleven achter en zochten hun toevlucht tot stranden, stegen en het bos. Sindsdien is de hulp van ngo’s fors toegenomen, maar de leefomstandigheden blijven zwaar.

Afgelopen zondag zijn de autoriteiten begonnen met de afbraak van het kamp op het strand van Trampolín, het moet weg zijn voordat de Spaanse koning op 13 oktober een bezoek brengt aan de exclave. Nasreddines ‘winkel’ staat er een dag later nog: zijn plek is bij het einde van het strand, vlak bij de douches. Onder een constructie van vijf hoge stalen buizen met zes douchekranen per buis, kunnen de strandbewoners zich wassen.

Boven het gekletter van het water uit probeert Nasreddine zijn koopwaar aan te prijzen. Om een eventuele asielprocedure niet in de weg te zitten, wil hij niet niet met zijn achternaam in de publiciteit – om die reden zijn ook de achternamen van de andere bronnen in dit artikel niet genoemd. De energiedrank kan hij lang bewaren, legt hij uit, maar de stokbroden moet hij snel verkopen, die zijn een dag later niet meer lekker. De plastic tassen met eten die het Rode Kruis dagelijks rond 18.00 uur uitdeelt vanaf een distributiepunt aan het begin van het strand, zitten zijn verkoop niet in de weg. 

De 20-jarige Nasreddine in Ceuta. Om zijn eventuele asielprocedure niet in de weg te zitten, wil hij niet herkenbaar op de foto.

Het ondernemerschap is Nasreddine niet vreemd. In Casablanca, waar hij design studeerde, werkte hij in de horeca en maakte hij als freelancer ontwerpen, logo’s en menukaarten voor restaurants. Ook bouwde hij aan zijn eigen kledingmerk, tot familieproblemen hem ertoe bewogen naar Ceuta te vertrekken. Nu wil hij graag naar zijn 28-jarige zus in Barcelona. „Zij is als mijn moeder voor mij. Ze belt me elke dag.”

Om geld te verdienen, begon Nasreddine zijn winkel – net als vele anderen op Trampolín. Sommigen verkopen kleding en schoenen, er zijn tientallen kappers en mensen die powerbanks verhuren. Rond een uur of acht ’s ochtends loopt Nasreddine naar de Mercadona, een grote supermarkt op tweeënhalve kilometer afstand. Ruim een uur later stalt hij zijn koopwaar uit op zijn tafeltje. Hij koopt drie stokbroden voor 1,17 euro en verkoopt ze voor 70 cent per stuk, „maar als iemand echt honger heeft en het niet kan betalen, geef ik het gratis”. De winst per dag bedraagt meestal zo’n zes euro. 

Inmiddels heeft Nasreddine een werknemer in dienst. „Dat is belangrijk bij ondernemen. Hij regelt de winkel terwijl ik bijvoorbeeld slaap, en als ik wakker ben geeft hij mij twee of drie euro. Dat is passief inkomen, zo kun je groeien.”

Het leven van migranten in Ceuta: mensen douchen, een kapper aan het werk, politie-agenten spreken een migrant aan, migranten koken tussen tenten.

Een waslijn vol bh’s

Op de heuvel boven het strand van Trampolín, aan de noordkust van Ceuta, ligt het asielzoekerscentrum. Normaal gesproken zijn er vijfhonderd plaatsen, begin oktober worden er ruim negenhonderd mensen opgevangen. Maar dat is bij lange na niet genoeg. Nouhaila (23) slaapt daarom al weken met tientallen andere vrouwen in een zelfgebouwd kamp tegen het centrum aan. Dat hier te midden van de vele mannelijke migranten vrouwen wonen, is al van veraf te zien aan de bh’s aan de waslijn tussen de bomen. In de nabijheid van het centrum en omringd door andere vrouwen voelt Nouhaila zich veilig. In de kampen wordt ‘s nachts veel gestolen, zegt ze, en ze kent ze ook verhalen van vrouwen die lastiggevallen zijn. 

Nouhaila studeerde rechten in Marokko en werkt nu niet, vertelt ze op een muurtje voor het centrum. Ze draagt een kleurrijke blouse met Londense dubbeldekkers erop. Sommigen gaan ’s ochtends naar het centrum in de hoop iemand te vinden die een klus voor ze heeft – een woning schilderen bijvoorbeeld – maar Nouhaila zegt dat haar Spaans niet goed genoeg is om te werken. Haar dagen bestaan uit Spaans leren via haar telefoon en nieuwe mensen ontmoeten. Zich wassen doet ze bij de douches op het strand, aan het eind van de middag gaat ze daar ook een tas met eten halen bij het Rode Kruis. 

Nouhaila weet niet of ze de onzekerheid nog lang kan volhouden, na twee maanden in Ceuta overweegt ze terug te gaan naar Marokko. „Ik heb met vrouwen gesproken die een asielaanvraag hebben ingediend. Die werd al snel afgewezen, daarna kregen ze tien dagen om te vertrekken. Ik weet niet waar ik nog op wacht, er is weinig hoop.”

Migranten staan in de rij voor voedseldistributie door het Rode Kruis bij het Trampolín-strand in Ceuta; medewerkers van het Rode Kruis verlenen medische hulp.

44 dagen sparen voor een telefoon

Nabij de grens met Marokko hebben veel families met kleine kinderen beschutting gezocht op een vervallen industrieterrein. Tussen de kapotte wasmachines, autobanden en winkelwagens hebben zij slaapplaatsen gebouwd. „Deze heb ik vanochtend gevonden”, zegt Kamal (33) terwijl hij op een witte bank ploft. Hij draagt blauwe slippers en een rood shirt van de Spaanse bank Santander.

Een dag eerder ontruimde de politie de straat waar hij sliep, om de hoek van zijn nieuwe plek. Daarbij verloor hij zijn matras. „Maar toen heeft God me deze bank gegeven.” Nu moet hij nog op zoek naar een zeil of een doek, zodat hij beschutting heeft tegen de brandende zon. „En tegen de regen, vanochtend werd ik erdoor wakker.”

In Marokko werkte Kamal als liftreparateur, vaak twaalf uur per dag voor omgerekend 10 euro, zonder verzekering. Een deel van zijn salaris ging op aan brandstofkosten om bij zijn opdrachtgevers te komen, de rest was niet genoeg om de boodschappen te betalen, vertelt hij op een bankje voor de witte bus van Médicos del Mundo, die een paar uur per dag wonden verzorgen en medicijnen voorschrijven. Kamal vertrok naar Ceuta in de hoop zijn vrouw en drieënhalfjarige zoon een beter leven te kunnen bieden. 

Kamal (33) zit op de bank die hij die ochtend gevonden heeft. In tegenstelling tot zijn buurman heeft hij nog geen dak boven zijn hoofd.

Ook Kamal verdient geld door bij de Mercadona gekochte producten door te verkopen. Zo sprokkelde hij in 44 dagen geld bijeen voor een telefoon – die van hem was tijdens de zwemtocht naar Ceuta kapot gegaan. Zijn handeltje heeft hij vandaag gepauzeerd om zijn nieuwe slaapplek af te maken. 

Op het industrieterrein zijn minder voorzieningen dan op het strand: er zijn geen toiletten of douches, het Rode Kruis komt er geen maaltijden uitdelen. Kamal is daarvoor afhankelijk van de inwoners van Ceuta. „Sommigen zijn heel aardig, daar kan ik mijn telefoon opladen en mag ik soms douchen.” Maar er is ook veel racisme, merkt hij. „Anderen roepen naar mij: ‘Ga terug naar je eigen land’. Dat zijn de meesten hier, ze zeggen dat er geen plek voor ons is in Europa.”

De 10-jarige Ganat komt langszoeven in een winkelwagen, die ze voortduwt met haar benen. „Kom Kamal, kom”, roept ze. In haar wagen rijdt ze langs een groep vrouwen die de was doen in emmers naar de met pallets afgeschermde hut onder een schuin dak van blauw zeil waar ze met haar moeder slaapt. Haar moeder Lamyae (38) staat voor de tent boven een klein vuurtje in een pan te roeren.

„Ik wil liever een echte tent”, zegt Ganat terwijl ze een bel blaast met haar roze kauwgom. Ze gaat een uurtje per dag naar ‘school’, een lage tafel op autobanden waar iemand uit het kamp de jonge kinderen begeleidt. Als ze gevraagd wordt naar de woonsituatie op het industrieterrein, zegt Ganat: „Je kan hier vannacht blijven slapen, dan snap je het zelf.”

Kamal heeft zijn zoon niet meegenomen en mist hem verschrikkelijk. „Ik doe dit voor hem”, zegt hij met een snik in zijn stem. Hoe het verder moet, weet hij niet. Het is nu niet mogelijk om asiel aan te vragen, zegt Kamal, maar hij wil het voorlopig ook niet. „Dan nemen ze je vingerafdrukken en sturen ze je een paar weken later terug naar Marokko. Ik wil pas asiel aanvragen als het kansrijk is. Ik wacht op een oplossing.”

Een vrouw met haar in Ceuta geboren zoon in een tent op het industrieterrein bij de Marokkaanse grens. Politie-agenten op het strand van Trampolín, en migranten die koken en bidden op het strand.

‘In een kano of zwemmend oversteken’

Nasreddine heeft al vijf keer asiel aangevraagd, toen hij nog in Marokko woonde. Al zijn verzoeken werden afgewezen. Hoewel hij in Ceuta nog geen asielprocedure is begonnen – hij heeft van het Rode Kruis gehoord dat het op dit moment niet mogelijk om asiel aan te vragen – weet hij dat zijn slagingskans klein is. De Europese Unie beschouwt Marokko als een veilig land van herkomst. Hij heeft zijn hoop gevestigd op de Spaanse regering, op een regeling waarmee hij toch naar het vasteland kan. 

„Het leven is hier zwaar, maar ik wil echt niet terug naar Marokko”, zegt Nasreddine. Met vier anderen slaapt hij in een tent die ze voor 35 euro bij de Decathlon hebben gekocht. „Daarin slapen we als vissen tegen elkaar aan.”

Hij wenkt zijn tentgenoot Redouan (25) en vraagt hem zijn pet af te doen. Redouan buigt zijn hoofd en wijst op een paar wonden onder zijn korte zwarte haar, opgelopen toen hij twee weken eerder om twee uur ’s nachts door iemand op zijn hoofd werd geslagen, wie het was heeft hij niet gezien. „Het is hier net een jungle”, zegt Redouan. „We willen het niet, maar we worden gedwongen te leven als beesten. Toen ik naar de politie ging om te vertellen dat ik was geslagen, zeiden ze dat ik het zelf moest oplossen.”

„Ik heb geduld”, zegt Nasreddine. Maar als een oplossing uitblijft, sluit hij niet uit dat hij gaat proberen per boot naar Spanje te gaan, een tocht van 35 kilometer. Nasreddine en Redouan kennen een paar anderen die op die manier al vertrokken zijn, tegen een prijskaartje van vijf- tot zevenduizend euro voor de smokkelaar. Het zal nog lang duren voor het duo dat bedrag heeft opgebracht. „Misschien kan het ook in een kano, of zwemmend”, zegt Redouan.  

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next