In augustus 2021 evacueerde Nederland halsoverkop duizenden Afghanen uit Kabul, onder wie hoofdaanklager Arif Mobashir. Hun leven liep gevaar door de machtsovername van de Taliban. De gevluchte Afghanen werd een nieuwe toekomst beloofd. Maar vijf jaar later wil de regering-Jetten van hen af, op basis van regels die door de PVV zijn bedacht.
Toine Heijmans is algemeen verslaggever en columnist van de Volkskrant, en auteur van het boek 'De Asielmachine'.
Wat ‘grip op migratie’ werkelijk betekent, ondervindt Arif Mobashir aan den lijve. Vijf jaar geleden door Nederland ternauwernood geëvacueerd uit Kabul als gewaardeerd hoofdaanklager van de Afghaanse justitie, vijf jaar later met een eenvoudige brief van de immigratiedienst IND terugverwezen naar de wankele toekomst van alweer een tijdelijke verblijfsvergunning. Namens de Nederlandse rechtsstaat die de spelregels van de ene op de andere dag verandert, en daarmee het leven van een hele groep op z’n kop zet.
Welke moeite je ook neemt om Nederlander te worden, zegt Mobashir in de bibliotheek van Didam, het dorp waar hij nu vier jaar woont met zijn gezin: het kan zomaar gebeuren dat je terug moet naar wat inmiddels weer het land is van de Taliban. Eind juni zaten in Brussel Nederlandse ambtenaren om tafel met een diplomatieke afvaardiging van het regime om, in de woorden van minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie, ‘de terugkeer van Afghanen die niet in de EU mogen blijven, naar Afghanistan beter te regelen’. Alleen dat al geeft angst en onzekerheid.
Arif Mobashir bereikte met zijn gezin de luchthaven van Kabul op 23 augustus 2021. De Taliban namen de stad over, de Nederlandse ambassadeur belde hem met het dringende advies onmiddellijk te vertrekken en stuurde een e-mail met de route en de procedure. Hun leven was in gevaar: Mobashir maakte niet alleen deel uit van de Afghaanse justitie, maar had ook vijf jaar gewerkt met de Nederlanders.
‘Het zag er slecht uit, de chaos op het vliegveld was gevaarlijk, maar iemand herkende mij en hielp ons door de poort.’ De vlucht lukte. Met zijn echtgenote en vier kinderen belandde hij in de Harskampkazerne bij Ede en woonde vervolgens acht maanden in het asielcentrum van Paterswolde, voordat zij met een tijdelijke verblijfsvergunning van vijf jaar een huis kregen toegewezen in Didam.
Een permanente vergunning lag in het verschiet, en het Nederlanderschap; net als andere geëvacueerde Afghanen werkten ze hard aan de inburgering en het leren van de taal om dat te bereiken. Maar plotseling veranderde Nederland de spelregels: volgens de nieuwe asielwet geldt een (verlengde) verblijfsvergunning nog maar voor drie jaar, status voor onbepaalde tijd is afgeschaft. Met onzekerheid en angst tot gevolg: de toekomst blijkt alsnog geen toekomst.
‘Migratie is meer dan een woord’, zegt Arif Mobashir (41) in zorgvuldig Nederlands, ‘het is een tragedie.’ Van Kabul naar Didam, ‘daar was ik jurist, hier ben ik niets.’ En: ‘Migratie is alles verlaten: je familie, je werk, je taal. In Afghanistan gaf ik leiding aan honderd aanklagers, en ineens woonden we hier. We zijn veilig, Didam is een fijn dorp, ik studeer elke dag in de bibliotheek en lees de kranten om mijn Nederlands te verbeteren. Wij proberen een nieuw leven op te bouwen. En dan krijg je deze brief.’
Hij schuift een papier over tafel van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND): de afwijzing. Begin april, ruim op tijd, vroeg Mobashir een verblijfsvergunning aan voor onbepaalde tijd. Alles was ingevuld en aangevraagd, en op verzoek verstrekte Mobashir de IND ook de vereiste biometrische gegevens.
Tot zijn ontzetting, en die van velen, volgde maanden later een weigering in vijf korte alinea’s. Nieuwe regels: op 12 juni ging het Europees asiel- en migratiepact in, ‘hierdoor kan de IND vanaf deze datum geen verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd meer geven’. Ook niet aan door Nederland geëvacueerde Afghanen, die belangrijk waren voor de westerse oorlog tegen terreur in het land.
Opmerkelijk genoeg klopt de afwijzingsbrief van de IND niet. De nieuwe asielregels hebben weinig te maken met het Europees migratiepact: het was een Nederlands besluit vluchtelingen alleen nog een verblijfsvergunning te geven voor drie jaar, destijds bedacht door PVV-minister Marjolein Faber, die ‘het strengste asielbeleid ooit’ beloofde. Haar plannen leken gesneuveld, maar kwamen via een omweg deels in de wet terug: met het migratiepact voerde minister Van den Brink ook nieuwe, nationale regels in. Waaronder deze.
‘Het is een puur nationale keuze om dit zo te doen’, zegt de ervaren asieladvocaat Frans-Willem Verbaas. ‘En ze hebben het meteen op alle lopende zaken toegepast, dat is bijzonder. Normaal gesproken zou je een overgangsregeling treffen.’
Maar niet voor niets staat ‘grip op migratie’ twee keer in de afgelopen maand uitgesproken troonrede: Nederland wil streng zijn, zelfs voor de Afghanen die het zelf evacueerde uit Kabul.
Mobashir weet wat er speelt, maar wil zich niet mengen in de politiek. ‘Wij zijn mensen, geen debat. Geen dossier, geen politiek symbool. Bij onze aankomst kregen we kleding en kinderfietsen van wildvreemden, dat was hartverwarmend. Dat is het Nederland dat ik ken. Nu zie ik ook iets anders. Het is verwarrend. Het ene moment is er hoop, het volgende moment ben je bang. Het is heel moeilijk om te leven met angst en onzekerheid.’
Onder Afghanen en andere vluchtelingen leiden de wetswijziging en de afwijzingsbrieven tot grote onrust. Desgevraagd kan een woordvoerder van de IND niet ingaan op de situatie van Mobashir. Hoeveel Afghaanse evacués zijn afgewezen, is de dienst niet duidelijk, omdat die alleen de nationaliteit van aanvragers bijhoudt.
Destijds vluchtten ongeveer 4.500 Afghanen met Nederlandse hulp uit Kabul, blijkt uit een reconstructie gemaakt in opdracht van drie betrokken ministeries, maar onder hen waren ook evacués met een asielstatus of de Nederlandse nationaliteit.
Mobashir overweegt met een advocaat bezwaar te maken, ook omdat de brief van de IND verkeerde data noemt, maar dat kost geld en tijd, ‘het is nu al lastig me op mijn studie te concentreren’. De enige route voor vluchtelingen naar een vaste vergunning, lijkt nu een aanvraag om ‘Europees langdurig ingezetene’ te worden, zegt asieladvocaat Verbaas. Maar die is ingewikkeld en stelt stevige eisen, ook aan het inkomen. Dat betekent opnieuw bureaucratische rompslomp en onzekerheid.
‘Helaas’, zegt Mobashir, ‘zijn wij als groep een beetje vergeten.’
Het lot van de door Nederland geëvacueerde Afghanen kwam aan de orde tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer, begin september, waar minister Van den Brink vertelde dat de Afghanen heus in Nederland mogen blijven, en vervolgens mistig werd. ‘De coalitieafspraak is dat je straks ook vanuit tijdelijke verblijfsvergunningen kan naturaliseren. Daar zit wel een taaleis aan vast. Die vind ik dan weer terecht. Dus als mensen hier het Nederlanderschap verkrijgen, dan mogen daar eisen aan gesteld worden. Die eisen mogen hoog zijn, want dan krijg je namelijk echt het recht om Nederlander te zijn.’
De vraag waarom zijn ministerie geen overgangsregels bedacht, of een uitzonderingspositie, bleef onbeantwoord. Zijn partijgenoot, CDA-Kamerlid Jeltje Straatman, bracht helderheid: ja, Nederland heeft een ‘ereschuld’ aan deze groep Afghanen, maar ‘ik zou er ook voor willen waken om voor de ene groep een uitzondering te maken, want wat komt daar achteraan?’
Hoe minder vluchtelingen, hoe beter: het is de voortdurende angst voor wat politici noemen ‘aanzuigende werking’.
Arif Mobashir laat foto’s zien: samen met premier Mark Rutte in Kunduz, 2012, tijdens de ‘politietrainingsmissie’ die Nederland ondernam, na vier jaar oorlogvoeren tegen de Taliban in Uruzgan. En een foto met Mark Rutte in Den Haag, in 2023, op uitnodiging van de premier die hem wilde bedanken voor zijn samenwerking met Nederland. Toen woonde hij al in Didam.
Mobashir had de mogelijkheid om naar Amerika te vluchten, waar hij een opleiding volgde, maar koos voor Nederland, dat hij kende van drie eerdere bezoeken: ‘Het land van vrede en recht.’ Na zijn evacuatie werkte hij hard aan de verplichte inburgering, haalde het op een na hoogste niveau van de beheersing van de Nederlandse taal, liet zijn universitaire masterdiploma erkennen en stuurde honderd sollicitatiebrieven. Naar gemeenten en bedrijven - nergens werd hij uitgenodigd voor een gesprek. Daarom begon hij een hbo-studie voor juridisch medewerker, waardoor hij nu vaak te vinden is in de bibliotheek achter Nederlandse wetboeken. ‘En dit is een heel mooie dag’: vanochtend kreeg hij een uitnodiging te praten over een vrijwilligersfunctie als juridisch begeleider.
Tegelijkertijd maakt hij zich vooral zorgen over zijn kinderen. De oudste is 14, de jongste 5, ze gaan allemaal naar een Nederlandse school. Hij heeft het ze verteld, en ook dat geeft onrust. ‘Wat moeten mijn kinderen nu doen? Die spreken geen Pashtu meer, ze zijn vernederlandst, en nu horen ze ineens dat het tijdelijk kan zijn.’
Het is moeilijk, om als nieuwkomer kritiek te hebben op het land dat veiligheid biedt, maar de brief van de IND heeft hem ‘teleurgesteld’. Terugkeren is onmogelijk en dat Nederland nu met de Taliban praat ‘maakt me bang’. Diplomatieke gesprekken met het regime vindt hij niet erg, ‘zolang het gekoppeld wordt aan respect voor fundamentele mensenrechten, in het bijzonder van vrouwen en meisjes. Mensenrechten mogen geen politiek middel worden.’
Hij weet dat ‘grip op migratie’ een groot thema is, ‘ook in de rest van Europa’. Hij leest het in de kranten op de leestafel. ‘Maar achter een migrant schuilt ook een mens. Wij komen hier niet zomaar. Wij hebben alles gedaan wat de overheid van ons verwacht.’
‘Ik ben dit land dankbaar. Ik vraag geen medelijden. Maar integratie is geen eenrichtingsproces. Ja, de samenleving verwacht van ons dat we de taal leren, en meedoen, en integreren. Dat doen we ook. Maar daar staat rechtszekerheid tegenover, je moet op dit land kunnen vertrouwen. Zoals dit land op mij kan vertrouwen.’
Duizenden rechtszaken verwacht
De nieuwe asielregels treffen veel meer vluchtelingen dan alleen geëvacueerde Afghanen. Advocaten verwachten de komende tijd een stortvloed aan rechtszaken, waarin wordt gepleit voor het alsnog verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, en niet alleen voor drie jaar.
De Raad van State waarschuwde vorig jaar al, in een advies over de wet, dat het ontbreken van overgangsrecht op gespannen voet staat met het rechtszekerheidsbeginsel. Uit de eerste vonnissen blijkt nu dat rechters kritisch zijn. Dat gaat vooral om zaken waarin asielzoekers buiten hun schuld jarenlang moesten wachten op een beslissing op hun asielverzoek.
De rechtbank in Den Haag tikte de IND op de vingers in een zaak van Nigerianen die zes jaar moesten wachten op een asielstatus. De rechtbank in Haarlem oordeelde in een zaak van een Egyptische moeder en twee dochters dat de werkwijze ‘niet aanvaardbaar’ is ‘vanuit een oogpunt van rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en rechtsbescherming’. In die zaak nam de IND vier jaar de tijd voor een beslissing over de asielstatus. Om die vervolgens te dateren nadat de nieuwe regels zijn ingegaan, zodat een permanente verblijfsvergunning onmogelijk wordt.
Tot nu toe gaat de IND steeds in beroep; gisteren stond een zaak op de rol van de Raad van State. Die uitspraak, die later volgt, kan ook gevolgen hebben voor de geëvacueerde Afghanen.
‘De nationaliteit doet er niet zo toe, het nieuwe recht is op iedereen van toepassing’, zegt asieladvocaat Anton Hol. Volgens hem snijdt het ministerie zichzelf in de vingers: zonder overgangsrecht verwacht hij tot tienduizend rechtszaken, ook bijvoorbeeld van Syriërs die nu vijf jaar in Nederland zijn.
Hol: ‘Dit is bedoeld om mensen te ontmoedigen, en als ik het scherper stel: je zegt in feite tegen mensen: we moeten u toelaten, maar het zal nog heel lang duren voordat u mee mag doen in Nederland. Dat is de boodschap.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant