De Spaanse schrijver Irene Vallejo werd wereldberoemd met Papyrus, haar onderzoek naar de geschiedenis van het schrijven en van boeken. In de 44ste Van der Leeuw-lezing verlegt ze haar onderzoeksgebied naar de zorg. ‘Het beeld van de mens als een van nature egoïstisch wezen is een enorme versimpeling van wie we zijn.’
werkt sinds 2012 voor de Volkskrant als journalist en columnist.
We doen het in bed, uiteraard, maar ook op andere plekken. Meestal liggen we op onze rug, soms op onze buik. We doen het hangend, zittend of juist opgekruld. En vrijwel altijd begint het met die stem, die fluistert in ons oor, waarna de wereld om ons heen verdwijnt en het kalme ritueel van liefkozingen begint.
Onze handen strelen de pagina’s van het boek, onze ogen de opeenvolgende woorden. ‘Op bepaalde glorierijke momenten raakt lezen aan geluk’, zegt Irene Vallejo, de Spaanse auteur die geldt als een van de belangrijkste ambassadeurs van lezen sinds ze wereldwijd bekendheid verwierf met haar bestseller Papyrus – Een geschiedenis van de wereld in boeken.
Op vrijdag 6 november zal Irene Vallejo de 44ste Van der Leeuw-lezing houden in de Martinikerk in Groningen, onder de titel Book and Flesh – An Insight into Reading through the Body. Coreferent is dichter en schrijver Joost Oomen. Gratis kaarten zijn verkrijgbaar op de site van de organisatie.
Want wat is er nou heerlijker dan even niet toegeven aan die duizelingwekkende verleiding van de sociale media? Om even die hypnotiserende schermpjes, inclusief alle verdovende kleurenpixels, links te laten liggen en in plaats daarvan gewoon een ouderwets boek te pakken, simpelweg omdat het aangenaam is om een trager ritme op te zoeken, omdat lezen concentratie vergt, omdat een boek geen batterijen heeft die opgeladen moeten worden, omdat het knispert en een bijzondere geur heeft. En omdat je het kunt strelen.
De Van der Leeuw-lezing gaat uiteraard over boeken, zegt Vallejo (1979) vanachter haar beeldscherm in haar huis in Zaragoza. ‘Want boeken zijn nu eenmaal bondgenoten die ons helpen bij het ontwikkelen van kalmte, concentratie, intimiteit, de omgang met complexiteit en andere vormen van kritisch denken; stuk voor stuk vaardigheden die we nodig hebben als burger en die absoluut niet tot stand komen door op schermen naar sociale media te kijken.’
‘De Romeinse geschiedschrijver Tacitus zei ooit: ‘De waarheid wordt krachtiger dankzij onderzoek en reflectie; de leugen door haast en twijfel.’ Hij schreef dat millennia geleden op, maar het zou zo een diagnose van deze tijd kunnen zijn.’
Uit het laatste Pisa-onderzoek van de Oeso bleek dat de leesvaardigheid onder 15-jarigen er in Nederland belabberd voor staat. Betekent dit dat er gouden tijden aanbreken voor de leugen?
‘Misschien wel, maar tegelijkertijd is het belangrijk om te beseffen dat zorgen over het einde der tijden al zo oud zijn als de wereld. Ook in perioden die we nu beschouwen als hoogtepunten van de beschaving, zoals het oude Rome of het oude Athene, klonken er geluiden over hoe de nieuwe generatie veel te lui was, of ongemanierd, en welke apocalyptische gevolgen dat zou hebben. Die geluiden klonken ook tijdens de renaissance en de verlichting, want blijkbaar zit er iets in ons waardoor we geloven dat het vroeger allemaal beter was, en dat de toekomst juist eng is.
‘In werkelijkheid valt het natuurlijk altijd mee. Ik dacht bijvoorbeeld dat Papyrus, dat in feite een non-fictie-essay van 500 pagina’s is over lezen, slechts een handvol liefhebbers zou aanspreken. Ik ging ervan uit dat ik als boekenliefhebber tot een ouderwetse minderheid behoorde. Maar het is nu zes jaar later, en inmiddels begrijp ik dat onze minderheid gigantisch groot is. Natuurlijk zijn we als mensheid gefascineerd door nieuwigheden, door schermen en sociale media. Die zijn spannend en verrassend. Maar als je terugkijkt in de geschiedenis, dan zie je dat er dingen zijn die werkelijk alle modegrillen en nieuwigheden hebben overleefd.’
Zo beschrijft Vallejo in Papyrus de verbazing van iemand uit de klassieke oudheid die via een tijdmachine in een modern huis terechtkomt. De deurbel, de iPad, de citruspers, tampons – alles zou hem verwarren. Tot hij bij de boekenkast komt en meteen weet hoe je de voorwerpen daarin moet vasthouden, hoe je erdoorheen moet bladeren en hoe je met je vinger de regels moet volgen. Hij zou zich opgelucht voelen, omdat er toch iets van zijn wereld is blijven bestaan.
De weinige voorwerpen die we na een duizendjarige geschiedenis nog altijd gebruiken, zoals het wiel, de lepel, de hamer en het boek, hebben bewezen taaie overlevers te zijn, zegt Vallejo. Ze hebben de proeve van de tijd doorstaan zonder dat er iets beters voor in de plaats kwam. Waarschijnlijk omdat hun ontwerp de perfectie raakt.
‘Dus nogmaals: het klopt dat boeken nog nooit zo veel concurrentie hebben gehad als nu, maar tegelijkertijd werden er nog nooit zo veel boeken geschreven en gepubliceerd als nu. Nooit waren er zo veel bibliotheken en boekenclubs en nooit ging het in het publieke debat zo uitvoerig over het belang van lezen.’
Er is dus eigenlijk weinig reden tot zorg?
‘Jawel, die is er wel. Maar als we het specifiek over die leesvaardigheid hebben, maken veel mensen volgens mij de denkfout om lezen als iets puur technisch te beschouwen. Nu denken we: zodra je alle tekens weet te ontcijferen en daarvan woorden kunt maken, kun je lezen.
‘Maar zo werkt het niet. Lezen is een zeer complex neurologisch proces. Voordat je de gave onder de knie hebt om alle betekenissen te begrijpen in een tekst, net als alle subtiliteiten en omissies, heb je jaren aan training nodig. Goed lezen vergt continue oefening, dus volgens mij is het voornaamste probleem dat we niet ambitieus genoeg zijn wanneer we kinderen leren lezen. We accepteren dat ze leesvaardig zijn zodra ze de tekens kunnen ontcijferen, maar dat is slechts het begin.’
In Nederland bleek onlangs dat zelfs de premier lees- en schrijfvaardigheid niet bijster belangrijk lijkt te vinden. Hij laat een groot deel van zijn publieke uitingen schrijven door generatieve AI.
‘AI biedt ons de mogelijkheid in een soort gemakkelijke luiheid te vervallen en daarmee beschadigen we onszelf, als maatschappij. Door het allemaal uit te besteden aan een machine laten we onze vaardigheid om na te denken en om ideeën te uiten enorm verslonzen.
‘Daardoor wordt het voor grote groepen mensen veel moeilijker om machtige mensen te confronteren en hun strategieën te bevragen. Zelf kritisch kunnen nadenken is niet alleen een essentiële eigenschap om de moeilijkheden van het leven te doorstaan, maar ook om als burger je eigen rechten te kunnen verdedigen en te strijden voor je welzijn.
‘Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis was lezen een vaardigheid die aan de elite toebehoorde, omdat zij de enigen waren die het zich konden veroorloven lessen te nemen. Daardoor had zij als enige toegang tot kennis, wat haar een gigantisch voordeel opleverde.
‘De elites van nu zijn zich bewust van dat privilege en moedigen hun kinderen daarom aan vooral zelf te blijven lezen, zelf na te denken en niet continu op hun scherm te zitten, waarmee het gevaar bestaat dat die kloof van weleer terugkomt. Dat zou heel erg zonde zijn, want het heeft onze voorouders oprecht eeuwen van strijd en moeite gekost om zoiets essentieels als kennis toegankelijk te maken voor iedereen. Ik zie het daarom echt als een verplichting tegenover onze voorouders om die strijd nu niet zomaar op te geven.
‘Kunnen lezen is namelijk zo belangrijk. Mijn zoon is geboren met serieuze gezondheidsproblemen, en onze artsen hebben ons altijd aangeraden boeken met hem te lezen. Ze zeiden dat lezen zou helpen zijn spraak te ontwikkelen en hem logisch zou leren nadenken. We hebben die adviezen opgevolgd en die artsen hadden volledig gelijk.’
Uw zoon Pedro heeft het syndroom van Pierre Robin, een aandoening waarbij kinderen geboren worden met meerdere afwijkingen.
‘Ja, en zijn ervaringen met lezen intrigeren mij, zoals je merkt. Zodra we met hem begonnen te lezen, was het alsof ik in een experiment was beland. En de resultaten waren oprecht verbluffend. Voordat we begonnen met lezen, was hij bijvoorbeeld bang om vragen te beantwoorden. Hij dacht namelijk dat er zoiets bestond als een goed antwoord, waardoor hij, uit angst om het verkeerde antwoord te geven, vrijwel altijd besloot te zwijgen.
‘We hadden daarom geen idee van zijn innerlijke wereld, maar toen we samen verhalen gingen lezen, veranderde dat drastisch. Zodra we over fictieve verhalen spraken, voelde hij geen angst om fouten te maken. Het was alsof hij instinctief begreep dat je bij fictie alles mag zeggen. Hij voelde zich vrij om over personages en het plot te praten, waardoor wij opeens begrepen met welke angsten en ideeën hijzelf rondliep. Via fictieve personages sprak hij opeens over zichzelf.’
U zegt eigenlijk dat lezen van ons niet alleen betere burgers maakt, maar dat lezen ook gezondheidsvoordelen biedt?
‘Absoluut, lezen is goed voor je gezondheid. Er zijn meerdere experimenten gedaan die aantonen dat je stressniveau drastisch daalt wanneer je twintig minuten leest voor het slapengaan. Dat is medisch gezien heel interessant, want stress is een onderliggende factor bij heel veel ziekten in de hedendaagse wereld.
‘Verder lopen er onderzoeken naar de invloed van lezen bij het vertragen van dementie en andere neurodegeneratieve ziekten. En lezen kan ook helpen bij het omgaan met trauma. Dus ja: er is al wetenschappelijk bewijs dat lezen de gezondheid van onze hersenen verbetert, in tegenstelling tot schermen en sociale media, die dat absoluut niet doen.
‘Overigens was dit in klassieke tijden gewoon gemeengoed. Toen ik ernaar op zoek ging, vond ik meerdere klassieke filosofen die een relatie legden tussen verhalen en genezing. Blijkbaar begrepen ze toen beter dat er een bepaalde psychologische kracht in verhalen schuilt die invloed kan hebben op je mentale gezondheid. Met de intrede van de moderne geneeskunde zijn we dat idee waarschijnlijk verloren, maar volgens mij is het tijd om er toch weer aandacht aan te besteden.’
Precies dat wil Vallejo doen tijdens haar Van der Leeuw-lezing in Groningen. Net zoals boeken kwetsbaar zijn en bescherming verdienen, zo is ook het menselijk lichaam fragiel en onderhevig aan tijd en ziekte, zegt ze. Beide hebben een vorm van zorg nodig. ‘Waar ik in Papyrus de archeologie van schrijven en boeken onderzocht, wil ik in mijn nieuwe boek de archeologie van de zorg onderzoeken. De Van der Leeuw-lezing is het startschot van die zoektocht.’
Waarom fascineert de zorg u zo?
‘Dat komt door de ervaringen met mijn zoon en met mijn vader, voor wie ik tijdens de laatste jaren van zijn leven mantelzorger was. Door hen heb ik de afgelopen vijftien jaar veel tijd doorgebracht met mensen die afhankelijk zijn van zorg, en vooral de laatste tijd vraag ik mij af waarom onze soort ooit eigenlijk de beslissing heeft genomen om te zorgen voor de ander.
‘Vanuit het evolutionaire idee dat alleen de sterksten overleven, is dat namelijk iets wat volledig zou moeten indruisen tegen onze intuïtie. Maar toch doen we het al een geschiedenis lang. We vinden namelijk steeds meer bewijs dat zelfs in de prehistorie, toen de overlevingsstrijd zwaar en wreed was, sommige van onze voorouders de zorg voor zieke en gehandicapte soortgenoten op zich namen.’
Waarom deden ze dat?
‘Omdat zorgen voor de kwetsbaren ons juist een sterkere soort maakte. Zorg voor elkaar is een fundamentele uiting van onze capaciteit om samen te werken. En die samenwerking is de sleutel geweest voor ons succes als mensheid. We zijn niet bijzonder sterk, niet al te snel. We zijn niet goed bestand tegen honger, dorst, hitte en kou. We kunnen niet vliegen, niet onder water leven.
‘We zijn eigenlijk enorm kwetsbaar. Sterker: we worden, in vergelijking met andere diersoorten, hulpeloos geboren; onze baby’s zijn kwetsbaar en dat vele maanden lang. Zonder de zorg die ze krijgen van anderen, zouden ze nooit overleven. Als we niet voor elkaar konden zorgen, zouden we uitgestorven zijn. De mens kon dus alleen uitgroeien tot de machtigste soort op aarde door voor de zwakke exemplaren te zorgen, en die paradox vind ik fascinerend.’
U zegt dat zorgen voor de zwakkeren een samenleving sterk maakt, maar er waren ook samenlevingen waar helemaal geen ruimte was voor zwakheid. In Sparta werden gehandicapte kinderen verstoten of zelfs vermoord.
‘Dat beeld van Sparta dat zwakke kinderen verstootte, is zeer hardnekkig, maar de voornaamste bron voor dat verhaal, Plutarchus, schreef dat pas vele eeuwen later op, en daarom is het niet betrouwbaar. Het enige wat we zeker weten, is dat Sparta continu in oorlog was en daarom heel veel gehandicapten moet hebben gehad. Er moet een zorgsysteem hebben bestaan, want de sociale harmonie zou volledig verstoord zijn geraakt als iedere gewonde soldaat verbannen was.
‘Het zijn overigens precies dit soort voorbeelden die mijn fascinatie voeden voor wat ik de archeologie van de zorg noem. We hebben in ons hoofd namelijk bepaalde ideeën van hoe de geschiedenis was – complete eeuwen of millennia brengen we soms terug tot één versimpeld beeld, en in dat beeld bevinden zich meestal geen zwakkere soortgenoten – maar dat betekent natuurlijk niet dat dat beeld klopt. Juist de Grieken en de Romeinen hadden nota bene gehandicapte goden. Voor hen zat er niets tegenstrijdigs aan het bewonderen of verafgoden van mensen of entiteiten die beperkingen hadden.’
Het is dus niet waar dat we nu beter dan ooit zorgen voor de zwakkeren in de samenleving?
‘Het beeld dat we sinds Darwin van onszelf schetsen, namelijk van de mens als een van nature egoïstisch wezen dat geneigd is zo veel mogelijk rijkdom te vergaren en enkel wil samenwerken als hij of zij daar zelf van profiteert, is niet alleen een enorme versimpeling van wie we zijn; het is ook lang niet altijd het heersende idee geweest.
‘Hetzelfde geldt voor het idee dat wreedheid efficiënt is, en dat het krachtig overkomt om geen zwakheden te accepteren. Ik begrijp heus wel dat het gebeurt, want het zijn handige ideeën voor mensen die macht willen vergaren. Maar die simplificatie leidt wel tot een harde maatschappij waarin de publieke zorg continu onder druk staat.
‘Daarom pleit ik ervoor het gesprek over wie we zijn op een andere manier te voeren. Dat is al vaker in de geschiedenis geprobeerd. In de begindagen van het christendom zijn er ook talloze pogingen gedaan om te benadrukken dat het menselijk is om een hechte gemeenschap te vormen en de zwakkeren bij te staan.
‘We zijn nu weer behoorlijk ver weggedreven van die ideeën; volgens mij is het hoog tijd om opnieuw te benadrukken dat voor elkaar zorgen en met elkaar samenwerken óók een essentiële onderdelen zijn van onze geschiedenis. Het zijn zelfs eigenschappen die horen bij de essentie van onze soort.’
Wie is Irene Vallejo?
Irene Vallejo (Zaragoza, 1979) studeerde klassieke talen aan de universiteiten van Zaragoza en Florence. Ze beleefde haar grote doorbraak in 2019 met Papyrus – Een geschiedenis van de wereld in boeken. Het werd in meer dan veertig talen vertaald; wereldwijd zijn er ruim 1,5 miljoen exemplaren van verkocht. In het Nederlands verschenen sindsdien van haar hand Elyssa – Koningin van Carthago (2024), Uit liefde voor het lezen – Een pleidooi (2025) en Wijn en kussen – Tijdloze wijsheden uit de antieke wereld (2026).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant