Natuurlijk had de trein van Berlijn naar Dresden een halfuurtje vertraging. Je zou je zorgen maken als de Duitse treinen tegenwoordig geen vertraging hebben. Van Dresden ging de reis naar Bad Schandau, we passeerden Heidenau, waar CDU en AfD gezamenlijk hadden besloten dat er geen stolpersteinen meer mogen worden geplaatst. Je kunt daar verontwaardigd over doen, maar we nemen het ter kennisgeving aan. De verontwaardiging immers is net een virtuele munt die niets meer waard is en waarin iedereen toch blijft handelen.
Dan van Bad Schandau met de bus naar Tsjechië, einddoel was Žatec. Toen het Koninkrijk Bohemen, het Habsburgse Rijk en het Derde Rijk nog bestonden, heette Žatec Saaz.
Žatec was die vrijdagavond uitgestorven. Als er mensen woonden, bleven ze binnen met de lichten uit. Het hotel had mij laten weten dat we opgewacht zouden worden door een virtuele receptionist.
Binnenkomen is binnenkomen. Een vriendelijke glimlach van een potentieel liefdesobject is fijn, maar zonder leef je ook verder.
’s Ochtends stommelden gelukkig wat Tsjechische toeristen door de gangen van het hotel. Ze wekten de indruk te zijn ingehuurd om door het hotel te stommelen. Ook zo verwen je je gasten.
Ik was hierheen gegaan omdat in het nabijgelegen Siřem, ooit Zürau, Kafka gelukkig was geweest. Een uitgever berichtte me dat er mensen gelukkig waren in Zagreb. Ja. Ikzelf ben weleens gelukkig geweest in Zagreb.
Maar ik wilde de plek zien waar Kafka gelukkig was geweest.
In Zürau woonde en werkte zijn lievelingszus Ottla, Ottla werd overigens op 7 oktober 1943 vergast in Auschwitz.
Drie keer per dag ging er een bus van Žatec naar Siřem. In afwachting van het vertrek hingen wij rond op het terras van een lokale brouwerij en hoewel het nog zeker 14 kilometer naar Siřem was, werd ik in navolging van Kafka alvast gelukkig.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant