Milieu Deze dinsdag verscheen een rapport waaraan zo’n vijftig wetenschappers meewerkten. Voor het eerst werden de maatregelen ‘doorgerekend’ die Nederland „op de lange termijn leefbaar” moeten houden. En welvarend, want „klimaatbestendigheid is essentieel voor het verdienvermogen van Nederland”.
Op de hoek van de Jaarbeursboulevard in Utrecht staan twee groene torens genaamd ‘Wonderwoods’.
Uit veel monden klinkt dezer dagen de aansporing om Nederland veilig, gezond en welvarend te houden. En het land moet ‘weerbaar’ worden. Er is een noodpakket. Er gaat meer geld naar defensie. Bovendien verschijnen rapporten, zoals van oud-ASML-topman Peter Wennink eind vorig jaar, waarin wordt bepleit te investeren in technologie, om de mondiale concurrentieslag niet te verliezen.
Misschien terecht, al deze waarschuwingen, maar ze miskennen een veel grotere dreiging. Volgens klimaatonderzoeker Tim van Hattum en wateringenieur Alex Hekman beleeft Nederland sowieso een neergang als het klimaatverandering niet het hoofd weet te bieden. Als het doorgaat met de bodem uitputten en het water vervuilen en verkwisten.
„We vrezen de Russen, maar klimaatverandering is het land al lang binnengedrongen”, zegt Van Hattum. Hekman: „Wij wentelen de effecten van het intensieve landgebruik en onze ruimtelijke inrichting af op water en bodem. Die kunnen dat niet meer dragen. Als we zo doorgaan, beschikken de volgende generaties niet langer over natuurlijke hulpbronnen.” En bovendien, zo stelt Van Hattum: „Klimaatbestendigheid is essentieel voor het verdienvermogen van Nederland.”
Deze dinsdag verscheen een rapport – getiteld Natuurlijk kan het slimmer – waaraan zo’n vijftig wetenschappers meewerkten. Voor het eerst werden de maatregelen ‘doorgerekend’ die Nederland „op de lange termijn leefbaar” moeten houden, aldus Van Hattum, klimaatonderzoeker aan Wageningen University & Research en grondlegger van NL2120, een programma waarin wetenschappers, bedrijven, overheden, natuurorganisaties en het onderwijs samenwerken. Zes jaar geleden verscheen al een verkennend onderzoek, dat is nu onderbouwd.
Water stroomt over de drempel van de Spiegelwaal in de Waal bij Nijmegen.
De onderzoekers van Natuurlijk kan het slimmer beschouwen de natuur als „bondgenoot” op weg naar een „land waarin kustlandschappen met de zee meegroeien, rivieren weer ruimte krijgen en het landschap regenwater vasthoudt”. En dat is niet alles, want dat land heeft ook ‘groene en leefbare steden’, een „landbouw [die] voldoende voedsel produceert binnen de grenzen van bodem en water”.
Technische infrastructuur – bijvoorbeeld dijken of sluizen – geldt als gewenst, maar moet wél aansluiten bij het landschap, zoals een andere auteur van het rapport, Bregje van Wesenbeeck, onlangs stelde in haar intreerede als hoogleraar aan de TU Delft. „Niet als iets dat losstaat, maar als onderdeel van een systeem van water, sediment, vegetatie en menselijk gebruik.”
Voor vijf landschapstypen hebben de onderzoekers een „kansrijke” strategie ontwikkeld. In dit vergezicht ontstaat langs de kust een „overgangszone van duinen, kwelders, schorren en ondiepe wateren”, waarin het landschap zand en slib invangt en meegroeit „met de stijgende zeespiegel”. Tevens dient het als „stootkussen”.
Rivieren zullen daarnaast „vrijer stromen, met bredere, gevarieerde uiterwaarden en natuurlijke oevers”. In de veenweidegebieden komt het waterpeil hoger te staan, „waardoor het veen natter wordt, minder snel oxideert en mogelijk zelfs weer aangroeit”. Dan wordt kooldioxide beter opgenomen, wat verdere bodemdaling en broeikasgasuitstoot voorkomt.
Op hogergelegen zandgronden zullen beekdalen meer ruimte krijgen, zodat water weer ‘natuurlijk’ is op te vangen, „vast te houden en langzaam af te geven”. Zo is het landschap bestand tegen zowel droogte als wateroverlast én schept meer ruimte voor wonen, recreatie, drinkwater en voedselproductie. Steden, ten slotte, worden groener: een „gezonder en prettiger leefomgeving”.
Ruimte voor de rivier nabij Slot Loevestein.
De Zandmotor DeltaDuin, een voor de kust bij Ter Heijde aangelegde kunstmatige zandbank.
Een toekomstvisie is juist nu noodzakelijk, zeggen de onderzoekers, omdat Nederland ingewikkelde kwesties zonder samenhang probeert op te lossen. Dat kan efficiënter en veel goedkoper. Hekman: „Als we kustbescherming en natuurmaatregelen apart aanpakken, kost dat 80 miljard euro. Als je dat combineert: 50 miljard.”
Van Hattum: „Er is 20 miljard beschikbaar voor de zandgronden, vooral om stikstof te reduceren. Terwijl de beschikbaarheid van water op langere termijn veel belangrijker is. Wij zeggen: combineer die aanpak door de sponswerking van de zandgronden te vergroten, zodat je veel meer water vasthoudt, kijk vervolgens welke landbouw daarbij past.”
Hekman: „Je kunt wel boeren uitkopen, hier en daar een waterbuffer aanleggen, maar dat blijft ontzettend kostbaar als het landgebruik niet aansluit op het systeem van water en bodem. En dat moeten we op veel plaatsen weer repareren.”
Van Hattum: „Landbouw is natuurlijk de olifant in de kamer. Wat we nodig hebben, is een totaal nieuwe visie op het voedselsysteem. Dat ligt gevoelig, maar we moeten omturnen: minder vee, minder veevoer – zodat meer ruimte vrijkomt voor een groen-blauwe omgeving. Dat betekent niet dat we geen boeren meer willen. De voedselproductie is superbelangrijk. Maar ze moet wel anders.”
Alex Hekman: „Als we zo doorgaan, beschikken de volgende generaties niet langer over natuurlijke hulpbronnen.”
De kost gaat voor de baat uit, schrijven de onderzoekers. Natuurlijke systemen vergen „forse investeringen” op korte termijn, maar „dat betaalt zich uit op de lange termijn”. En elke geïnvesteerde euro leidt op langere termijn „tot wel 10 euro voor de maatschappij”.
Lastig is, geven de onderzoekers toe, dat de opbrengsten niet rechtstreeks terugvloeien naar waar de kosten worden gemaakt, maar dat de baten breed over de samenleving worden verspreid. Zo neemt in het „natuurlijk toekomstbeeld” de hoeveelheid landbouwgrond af met ongeveer 10 procent, met eerst grote sociale consequenties (boeren die bijvoorbeeld hun bedrijfsvoering moeten aanpassen) en minder opbrengsten: „De afname van de netto toegevoegde waarde van de landbouw voor de komende honderd jaar bedraagt ruim 200 miljard euro.”
Daar tegenover staat de „maatschappelijke meerwaarde”. Zo wordt de komende eeuw een grote hoeveelheid koolstofdioxide vastgelegd in natuurlijke landschappen, zo’n 3 procent van de nationale uitstoot, „wat een totale waarde vertegenwoordigt van circa 76 miljard euro”. Ook wordt de waterkwaliteit „fors verbeterd”, „wat een totale waarde vertegenwoordigt van circa 7,5 miljard euro”, zo berekenen de onderzoekers.
Dat de kwaliteit van de leefomgeving stijgt, zowel in de stad als op het platteland, betekent een „gezondheidswinst van zo’n 1,5 miljoen levensjaren” en een „significante afname van zorgkosten”. Ook het verlies van de arbeidsproductiviteit in de stad als gevolg van klimaatverandering, „onder meer voor werklieden in de buitenlucht”, neemt in deze visie af met 5,5 miljard euro, over een periode van honderd jaar.
Weliswaar is het een „honderdjarenplan”, maar toch heeft Hekman haast. Nu al moet rekening worden gehouden met de „stip op de horizon”, om spijtige beslissingen te voorkomen. Over de woningbouw bijvoorbeeld. Van Hattum: „De plaats van nieuwe woningen wordt niet vastgesteld op basis van of ze passen in het klimaatbestendige landschap. Als we niet opletten, wordt Nederland verbouwd zonder rekening te houden met water en bodem.” Dus? „Je moet onderweg steeds opnieuw kijken of je op koers ligt. Honderd jaar lijkt ver weg, maar we moeten er vandaag mee beginnen.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie