Home

Na de dood van surfer Sander Dikken bleef één vraag hangen: hoe rouw je samen als iedereen anders verdriet heeft?

De film Schuim, die zaterdag in première gaat, draait niet zozeer om het ongeluk in Scheveningen dat vijf surfers in 2020 het leven kostte. Het rouwproces van de ouders en de zus van de omgekomen Sander staat centraal. ‘Niemand had ruimte voor het verdriet van de ander.’

schrijft voor de Volkskrant over sport en media

Rouw is als een bezem die alles schoonveegt, zegt Susanne Dikken, de zus van de in 2020 omgekomen surfer Sander. ‘Die bezem ruimt op, komt oude dingen tegen. Verdriet, maar ook mooie dingen. Om verder te komen, moet je de bezem zijn gang laten gaan.’

Moeder Hanne Dikken vergelijkt rouw met een vriend die, als hij zich eenmaal aandient, nooit meer van je zijde wijkt. ‘Het gevoel dat je iemand mist, dat is je nieuwe vriend.’

In drie Haagse bioscopen en filmhuizen gaat zaterdag Schuim in première. In de documentaire staat niet zozeer het ongeluk centraal waarbij op 11 mei 2020 vijf surfers omkwamen in een metershoge schuimlaag in de zee bij Scheveningen, maar de lange periode (van rouw) die volgde voor de nabestaanden. De film is begin volgend jaar ook te zien op Omroep West.

Drie jaar

Documentairemakers Bart Grimbergen en Hans Mors volgden, samen met cameraman en editor Roel Wijngaards-De Meij, drie jaar lang de zus en de ouders van de 38-jarige Sander Dikken tijdens hun rouwproces. Het was even intiem als pittig om er getuige van te zijn, zegt Grimbergen. ‘Maar het was ook heel verrijkend voor ons. Ik denk dat wij allebei anders zijn gaan kijken naar wat rouw is en hoe je daarmee omgaat.’

Mors: ‘Iedereen beleeft rouw op zijn eigen manier. Het gebeurt vaak genoeg dat mensen elkaar in zo’n verdrietige periode kwijtraken. Hoe krijg je het voor elkaar om nog verbonden te blijven?’

Grimbergen: ‘Eigenlijk ligt het heel erg voor de hand: iedereen heeft zijn eigen verdriet, omdat iedereen een andere relatie heeft met de overledene. Dat had ik me, toen we hieraan begonnen, nooit zo gerealiseerd.’

Met zeven anderen lag Sander Dikken op maandag 11 mei 2020 in het water om te gaan bodysurfen. Na twee maanden kon er weer ‘buiten worden gespeeld’, zoals de vrienden het onderling noemden: de coronamaatregelen waren vanaf die dag versoepeld. Zolang ze anderhalve meter afstand hielden, mochten groepen weer buiten sporten.

Dikken was een ervaren surfer: hij gaf les en had onder meer een apneatraining gevolgd om zo lang mogelijk zijn adem onder water in te houden (hem lukte dat 5 minuten en 40 seconden). Hij kende de gevaren van de zee: een paar uur voor het ongeluk had hij zijn vrienden nog geappt dat ze niet te dicht bij het noordelijke havenhoofd moesten komen, omdat daar die dag een verraderlijk grote hoeveelheid schuim op het water dreef.

Onrust en paniek

In de film is te zien hoe de onrust en de paniek die avond om zich heen grepen bij de familieleden en vrienden van de surfers. De hulpdiensten waren massaal uitgerukt, nadat duidelijk was dat vijf surfers tegelijk werden vermist. Susanne appte haar broer om van hem te horen dat hij ‘oké’ was. Antwoord kreeg ze nooit meer.

Die avond werden Sander en de 30-jarige Joost, met wie hij goed bevriend was, als eersten door de KNRM uit het water gehaald. De omstandigheden waren uitzonderlijk zwaar voor de redders: in Schuim vertelt een van hen, Brend van den Berg, hoe moeilijk het was te moeten accepteren dat ze de vijf niet van de dood hebben kunnen redden. Ook de met Sander bevriende Ruurd, die wel uit het schuim wist te ontsnappen, komt aan het woord.

Media uit alle uithoeken van de wereld berichtten dagenlang over het ongeluk dat Sander, Joost, Pim (24) en de in Delft studerende vrienden Mathijs (23) en Max (22) niet hadden overleefd. Dat zoveel surfers tegelijk omkwamen op zee, was uitzonderlijk. Vermoedelijk waren ze gestikt in de metershoge schuimlaag, die voortkwam uit de combinatie van veel algenresten en een harde wind uit het noordnoordoosten.

Als regisseur was de in Den Haag opgegroeide Bart Grimbergen benieuwd wat er die dag precies was gebeurd en hoe de families verder waren gegaan. De makers hadden daar met de vijf betrokken gezinnen over willen praten. Met een deel van hen voerden ze ook gesprekken. Uiteindelijk is het goed zo, zegt Mors, ‘ook omdat de ouders en zus van Sander zo goed kunnen reflecteren op hun eigen rouwproces.’

Horten en stoten

Dat proces verliep in haar geval met horten en stoten, vertelt Susanne Dikken in haar woonkamer in Scheveningen – Sander en zij woonden op loopafstand van elkaar. ‘Ik had nooit voorzien dat de dood van iemand zo veel impact op me zou hebben. Dat die rouw als een bezem door je leven gaat, moet je eerst kunnen aanvaarden. Vervolgens wordt alles overhoop gehaald.’ Lachend: ‘Het is echt één grote puinhoop geworden.’

Hoe stak de relatie met haar broer in elkaar en hoe kijkt ze daar nu naar? Hoe verhoudt ze zich nu tot de Susanne van toen? Zulke vragen drongen zich de afgelopen jaren op. Nog steeds is haar rouwproces continu in beweging. ‘Elk jaar is daarin anders, elk seizoen is anders. Het leek me interessant als mensen met zo’n proces zouden meekijken.’

Haar andere broer, Jeroen, had geen behoefte om aan de film mee te werken, maar hij zag het eindresultaat wel. Susanne vond het geen probleem als het proces dat zij doormaakt sinds de dood van Sander zichtbaar zou worden voor anderen. ‘De heel kwetsbare stukken rouw heb ik natuurlijk vooral zelf beleefd. Maar ik hoopte dat het een integere, oprechte film zou worden die andere mensen kan helpen bij hun eigen rouwproces.’

Zeker in de eerste weken na de dood van Sander, dacht ze dat ze de rouw meer met haar ouders en broer zou kunnen dragen. ‘Elk jaar op 11 mei komen we nog steeds met z’n allen bij elkaar op het strand in Scheveningen. Maar verder is het heel individueel. Wanneer mijn ouders en ik bij elkaar zaten, hoopte ik dat we het over Sander konden hebben. Maar dat lukte niet. Er was veel spanning, er zat veel lading op. Niemand had ruimte voor het verdriet van de ander.’

Moeder Hanne vertelt in Schuim dat ze zo graag makkelijker met haar man en kinderen over de dood van Sander had willen praten. ‘Maar het ging gewoon niet, er was te veel verdriet.’ Vader Jan noemt rouw een eenzaam proces. ‘Je komt altijd weer bij jezelf terug.’

Tempo

Rouw heeft zijn eigen tempo voor iedereen, zegt Susanne Dikken. ‘Ik weet dat mijn ouders zich in het begin zorgen maakten om hoe het met me ging. Alles was zo zwart bij mij, vooral het eerste jaar. Terwijl ik dacht: vertrouw me nou maar, laat mij maar in die put donderen. Want als jullie me halverwege die put willen vasthouden, kom ik ook nergens.’

Door de aanwezigheid van de filmmakers als neutrale getuigen lukte het Susanne en haar ouders beter zich naar elkaar open te stellen. ‘Normaal ben je allemaal met je eigen proces bezig. Als gezin verval je toch snel in oude patronen, dat gebeurde minder snel met Bart en Hans erbij. Daardoor ontstond er meer ruimte om te luisteren naar elkaars gevoelens.’

‘We zijn geen therapeuten’, zegt Mors. ‘Maar we maken veel human interest-programma’s. We zien vaker dat het mensen goed kan doen als ze voor de camera over hun diepere zieleroerselen praten.’ Al blijft het kwetsbare materie, merkt Grimbergen op. Mors: ‘Daarom hebben we er ook zo ontzettend lang aan gewerkt.’

De gesprekken waren, ook door de aanwezigheid van Susannes 7-jarige dochter, lang niet allemaal topzwaar, benadrukt Grimbergen. ‘Bij Man bijt Hond belden we ooit aan bij een vrouw die haar kind bleek te hebben verloren. Sinds die dag heb ik niet meer gelachen, zei ze. Susanne, Hanne en Jan kunnen gelukkig echt nog lachen met elkaar.’

‘Lange weg’

Zes jaar later blikt Susanne Dikken terug op de dood van haar broer. ‘Maar het is zo’n lange weg’, zucht ze telefonisch. ‘Soms denk ik weleens: doe ik het niet goed genoeg of zo? Ik heb zo lang tijd nodig gehad om weer mee te kunnen doen. Vanaf 1 november ben ik voor 32 uur aangenomen bij een bedrijf, dat voelt echt als een enorme stap voor me.’

Als alleenstaande moeder merkt ze hoe haar agenda steeds meer wordt opgeslokt door afspraken. Ze kan zich weer druk maken om energieverkopers die haar een contract proberen aan te smeren. ‘Ik ben weer gevangen in de shit van alledag. Dat is toch een goed teken.’

Schuim is vanaf zaterdag 10 oktober te zien in Pathé Scheveningen, Flora Filmtheater en Filmhuis Den Haag.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next