Naar de bioscoop ga je voor je plezier, maar na alle voorpubliciteit zal vrijwel niemand dat verwachten van de documentaire NAZA van de Israëlische filmmakers Yuval Abraham en Rachel Szor. Wie het wel had verwacht, zoals de twee mannen naast mij, houdt het na tien minuten voor gezien. Dooie mensen! Wegwezen.
In plaats van ‘entertainment’ zou je NAZA beter ‘verplichte kost’ kunnen noemen voor wie wil weten met welke methoden Israël in Gaza ten strijde trekt. Veel feiten waren al wel bekend, maar toch maken ze nog meer indruk als ze worden uitgelegd door de strijders zelf. Sommigen van hen doen dat enigszins schuldbewust, anderen met een zekere trots. In alle gevallen zal het effect bij de meeste kijkers verpletterend zijn. De daders, hoe onherkenbaar ook gefilmd, krijgen een gezicht. Al die gezichten en stemmen vertellen samen het verhaal van een genocide.
Een genocide die technisch perfect wordt uitgevoerd. Hamas-leden worden via gehackte mobieltjes en AI opgespoord, het gebouw waarin ze wonen wordt een doelwit, de buren hebben pech, zij vallen onder het begrip ‘naza’, nevenschade: twintig van zulke doden zijn toegestaan, vijfhonderd mag soms ook. De daders kunnen de gesprekken van de slachtoffers nog kort voor de inslag volgen. Ze kunnen ook het gehuil en geschreeuw horen ná de inslag.
Dit veroorzaakt, godlof, bij sommige daders een begin van spijt. Een van hen vertelt dat hij na zo’n bombardement aan een collega vroeg hoe hij dit alles moest begrijpen. „Vertrouw het systeem”, zei die militair. En dat deed hij toen maar, want zolang je het systeem vertrouwt, komt alles goed, zelf als het systeem wordt aangestuurd door politieke boeven als Poetin, Trump en Netanyahu.
In het interview dat Coen van Zwol voor NRC met de filmers maakte, zegt Abraham: ,,Het is beangstigend, maar je begrijpt ook hoe die mensen eraan wenden. Ze hanteren eufemismen die afstand scheppen tot de realiteit.’’
Dat doen niet alleen de daders, maar ook de mensen die elders op de wereld zulke gebeurtenissen met afgrijzen volgen. Daarom hebben zij, ook ik, lange tijd moeite gehad om hier het begrip ‘genocide’ te gebruiken. Was dat niet een te beladen woord voor de begrijpelijke reactie op de moordpartij van 7 oktober 2023 door Hamas op Israëlische burgers?
Chaja Polak, schrijfster van het indrukwekkende boekje Brief in de nacht uit 2024, schreef een jaar later in NRC een artikel onder de kop ‘Waarom ik de oorlog in Gaza geen genocide wil noemen’. Zij verwierp „de excessieve reactie” van Israël op de moordpartij door Hamas, maar bleef erbij „dat wat er in de Holocaust heeft plaatsgevonden, ongekend en ongeëvenaard is. En iets anders dan het mensonterende dat er nu plaatsvindt in Gaza.” Zij gaf vervolgens enkele hartbrekende voorbeelden van het Joodse lijden waarbij kinderen betrokken waren.
Maar de documentaire NAZA laat vergelijkbare voorbeelden zien, dat is mede het belang van deze film. Zoals Abraham beschrijft in dat interview: veiligheidsagenten luisteren een gezin af, ze horen een baby huilen, een oma neuriën, ha, daar komt pa thuis – tijd voor de bom!
Misschien mag ik het zo samenvatten: de ene genocide is de andere niet, maar dat maakt ze niet minder genocide.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie