Home

Nanine Linning, artistiek leider Scapino Ballet, maakt een voorstelling over de oceaan: ‘Soms verlang ik naar een omgeving die mij even draagt. Dat is wat de zee doet‘

Nanine Linning | choreograaf In de voorstelling La Mer verbeeldt het Scapino Ballet de oceaan: een lichaam dat ons heelt met schoonheid, maar lijdt onder onze hebzucht. Choreograaf Nanine Linning, zelf een kind van het water: „Wij werden miljoenen jaren geleden uit die oceaan geboren.”

Nanine Linning, artistiek leider Scapino Ballet.

Het zaad ontkiemde een aantal jaren geleden op een strandwandeling langs wat een verlaten stuk van de Californische kust leek. In de verte schemerde iets donkers: de Stille Oceaan hoestte ruwe olie op. Choreograaf Nanine Linnig (49) verliet het strand met zwarte voeten en haar armen vol met aangespoeld plastic afval. De zee, brenger van troost en rust in haar leven, „de bron waaruit de voorloper van de mens miljoenen geleden aan land kroop”, die zee is ziek, besefte ze.

Haar gevoelens en gedachten hierover vertaalden zich in de voorstelling La Mer, waarmee haar Scapino Ballet Rotterdam – Linning is artistiek leider – de komende vijf maanden door het land reist. Daarin is tijdens het premièreweekend een belangrijke rol weggelegd – ook als danser – voor sopraan en dirigent Barbara Hannigan. In de voorstelling laat Linning de oceaan, moeder aller leven, haar verhaal doen. Een vertelling met twee gezichten: tegenover de grote schoonheid van de mysterieuze onderwaterwereld staan de kwellingen die ze ondergaat door de methoden van de inhalige mens, zoals overbevissing, fracking en vervuiling.

De beeldtaal is beurtelings rauw en mooi, maar altijd poëtisch. Linning maakt al jaren wereldwijd indruk met vaak monumentale balletten over maatschappelijke thema’s, voorstellingen waarin ze kunstvormen laat samenvloeien in een veelal fantasierijk en tijdloos decor. In La Mer grijpt ze terug naar de mythologie uit de klassieke oudheid in de vorm van een waarschuwende schikgodin, sirenen – die met hun schoonheid en onweerstaanbare zang naïeve slachtoffers in een dodelijke val lokken – en ten slotte Venus, godin van de liefde, symbool van hoop, geboren uit het schuim van de zee. En dat op de impressionistische klanken van Claude Debussy’s orkestrale meesterwerken La Mer en Sirènes en de onheilspellende elektronische muziek van Yannis Kyriakides.

Onstilbare honger

Deze ochtend wandelt Linning in Rotterdam door het voorportaal van de zee. Achter het Nieuwe Luxor Theater ligt de Wilhelminapier, waar vroeger de oceaanstomers van de Holland-Amerika Lijn vertrokken. Toen was het HAL-kantoor een ongenaakbare reus op de Kop van Zuid, nu is het een dwerg tussen de wolkenkrabbers. Als arbeidsvitaminen weerklinkt hier de muziek van ronkende vrachtwagens, het gedril van boren en ander lawaai dat torenhoge menselijke ambities bezingt.

Linning kan met bewondering naar deze „gedurfde schoonheid” kijken – ze is niet voor niets de dochter van een architect. „Maar er zit een duistere kant aan”, zegt ze. „De onstilbare honger, het gezang van de sirenen dat ons in de greep houdt. We zitten gevangen in een economische belofte van meer, beter, sneller en goedkoper. Tegelijkertijd vergiftigen we daar onszelf mee. We weten het, maar we kunnen er geen weerstand aan bieden.”

Nanine Linning en Barbara Hannigan tijdens de zonsverduistering van augustus 2026.

Aan de overkant op Katendrecht wordt – naast migrantenmuseum Fenix – gebouwd aan Het Danshuis, een nieuw te verrijzen centrum voor dans dat in 2030 zijn deuren moet openen. Linning kijkt uit over de Rijnhaven, die deels gedempt wordt voor een park en woningbouw. De mens en de stad hebben ruimte nodig. Het water moet inschikken.

De zee is zo veel. „De rust. De storm. De kracht. De breekbaarheid. De tastbaarheid. Het eeuwige. Het eindeloze. En wat zie je hier in de haven? De mens die het water beteugelt, dwingt, ommuurt. We maken ons druk over waterkwaliteit, maar een kilometer verderop lozen we weet ik veel wat voor gif in zee. We doen allemaal mee in een huichelachtig systeem. Ons overlevingsmechanisme is: blokkeren, laten afglijden en wegkijken.”

Deze paradox fascineert Linning. „We gaan naar zee om te rouwen, te genieten, te verkoelen. We halen er eten uit. Ze is een weg waarlangs we reizen en zaken vervoeren. Ze is een geopolitiek machtsmiddel. Je zou zeggen dat we haar op waarde moeten schatten. Toch behandelen we haar buitengewoon slecht. Hoe kan dat? Ze geeft ons leven. Ze maakt meer zuurstof dan alle bossen bij elkaar. Die dubbelhartige houding verwondert me, maakt me razend. Maar deze voorstelling gaat niet over de ander. Het gaat over ons, want uiteindelijk zijn wij ook de oceaan.”

Linning grijpt daarmee terug naar een metafoor die menige religie en filosofie hanteert: de mens is een druppel in de oceaan, en de oceaan bevindt zich in die druppel. Dat besef vormt de kern van La Mer. De voorstelling wil zich niet verliezen in het aanwijzen van schuldigen.

„We zijn natuur gaan zien als iets waar wij buiten staan. Dat is vreemd. Wij werden miljoenen jaren geleden uit die oceaan geboren. We kijken weg van de vernietiging, en tegelijkertijd adoreren we de schoonheid. Wie wil er niet naar zee in de zomer? Onderzoek wijst uit dat mensen met zicht op zee gelukkiger zijn dan anderen. Wanneer ik ziek ben, kan de zee me genezen. Een voorstelling als La Mer kost me maandenlang zeventien uur per dag. Daarna komt de uitputting. Dan verlang ik naar een omgeving die mij even draagt. Dat is wat de zee doet.”

Repetitie voor La Mer van Scapino Ballet.

Niets gaat teloor

Aan het einde van de Paul Nijghkade op Katendrecht eindigt een niet meer gebruikte spoorlijn. Achter het houten stootblok slingert de Nieuwe Maas zich richting Noordzee. Op de Kop van Zuid staat Hotel New York. Linning vertelt over een bezoek met haar ouders aan die Amerikaanse stad. Op Ellis Island – de plek waar vroeger migranten per schip in de nieuwe wereld aankwamen – vonden ze op de metalen herdenkingswand ook de naam Linning. Het zou een voorouder kunnen zijn die hier vertrok.

„Mijn moeder leerde me over de geschiedenis van de wereld”, zegt ze, naar binnen turend door een glazen wand van migrantenmuseum Fenix. „Zij was antropoloog en vertelde verhalen over mensen van over de hele aarde. Mijn vader, architect, bracht me vorm en schoonheid bij. Het was een rijke opvoeding, vol kunst. We gingen geen kerk of tempel voorbij zonder er binnen te kijken, zonder van de geschiedenis te proeven, van de lange lijnen van de tijd. Tegenwoordig denken we in video’s van dertig seconden. In de middeleeuwen deden we honderd jaar of langer over de bouw van een kathedraal. Mensen waren bereid te werken aan een gebouw waarvan ze de voltooiing nooit zouden zien.”

„Sinds de Verlichting zijn we langzamerhand gestopt met leven in het licht van God, leven voor een hiernamaals. Heden ten dage geloven we dat alles moet gebeuren in dit bestaan op deze aarde. Daar spraken mijn ouders vaak over. Ik begreep al vroeg dat alles eindig is, dat we de dag moeten plukken, dat we onszelf nu moeten ontplooien, dat er na onze dood niet nog een bestaan elders wenkt. Dan keren we terug in het ecosysteem: als stof in de aarde of die druppel in de oceaan.”

En toch, wat opvalt aan haar choreografieën is de fascinatie voor het eeuwige en oneindige. Wie niet beter weet, zou denken dat ze altijd het boek Metamorfosen van de Romeinse dichter Ovidius binnen handbereik heeft. Dat ze dingen maakt met in het achterhoofd de kernzin: „Geen enkel ding in dit heelal, geloof me, gaat teloor, maar alles wisselt en vernieuwt.”

Het is waar, zegt Linning, ze houdt van de cycli waarin het bestaan zich plooit, en van verandering. „Metamorfosen krijgt steeds meer betekenis. De dood van mijn beide ouders zette me aan het denken over wat er van ons overblijft. Wat is nog tastbaar? Toen mijn vader vorig jaar stierf, had ik een bijzondere ervaring. Hij overleed om vier uur in de middag, ook de klok in zijn huiskamer bleek er op dat tijdstip mee gestopt te zijn. Ik besloot die mee naar huis te nemen. Nu zit er een nieuwe batterij in en verbeeld ik me dat het getik mij elke dag de hartslag van mijn vader laat horen. Alsof er iets eeuwigs aanwezig is.”

Repetitie voor La Mer van Scapino Ballet.

Linning kijkt naar de zon die zich spiegelt in de Rijnhaven. „In het licht van La Mer is het wel mooi dat Ovidius in Metamorfosen de wijsgeer Pythagoras ten tonele voert, die het water vergelijkt met de tijd. ‘Zoals water water voortstuwt en in de rug geduwd wordt, maar ook zelf naar voren duwt, zo holt de tijd vooruit en zit zichzelf achterna en vernieuwt zich steeds; wat vroeger was, is nu voorbij en nu gebeurt wat nog niet was; ieder moment verandert.’”

Ze strekt haar vingers voor zich uit. „Wanneer ik naar mijn handen kijk, dan zie ik mijn moeder. Dus de gedachte dat mijn ouders nog steeds in me zitten, in een andere vorm, dat idee heb ik eveneens in mijn werk. Mijn choreografieën gaan altijd over de reis, nooit over de bestemming. Want niets blijft hetzelfde. Ook wij niet. We blijven altijd onderweg. In zeven jaar vernieuwen alle cellen in ons lichaam zich. Dus we hebben vele levens in één leven. We mogen dingen opnieuw doen met een andere blik.”

Zwaartekracht

Ze is altijd een kind van het water geweest. „Na de zomervakantie, die we vrijwel altijd aan zee doorbrachten, zeiden mijn ouders altijd dat het enige dat ze van mij in die weken hadden gezien twee voeten waren die boven water uitstaken.” Zo’n twintig jaar geleden begon ze met duiken. Het gewichtloze ervan raakte haar. In haar kindertijd droomde Linning er al van om onder water te kunnen leven, en om te vliegen. In het duiken komen die beide fantasieën samen.

„Wanneer je op dertig meter diepte zwemt, leef je plots in een ander element. In tegenstelling tot op land, waar alles je naar beneden trekt, voelt het lichaam zich onder water vrij. Het gebrek aan zwaartekracht, je gewichtloos in alle richtingen kunnen bewegen, dat inspireert me, vroeger als danser en nu als choreograaf. Dansen is een permanent gevecht tegen zwaartekracht. Die kun je niet omzeilen. Maar ik zoek manieren om bij het publiek de illusie te wekken dat het wel kan.”

Het ontbreekt Linning daarbij nooit aan ideeën. „Zoals een vrouw haar kinderen al vanaf haar geboorte bij zich draagt, zo leven misschien mijn choreografieën al in mij. En dan is scheppen vooral een ontdekkingstocht. Ik hou van het onbekende. Als kunstenaar wil ik de hele dag dwalen in het gebied van het niet weten, van de onzekerheid, de spanning, het uitvinden, het onderzoeken. Daar leef ik. Dat is mijn kern.”

‘La Mer’, van 8 t/m 11 oktober in het Nieuwe Luxor Theater Rotterdam, met dirigent en sopraan Barbara Hannigan, het Rotterdams Philharmonisch en Laurens Collegium. Daarna op tournee tot eind maart, zonder livemuziek en Barbara Hannigan. www.scapinoballet.nl

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Theater

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next