Corruptiezaak De Italiaanse aanklager Fabio De Pasquale won roemruchte corruptiezaken, onder anderen tegen oud-premier Silvio Berlusconi. Maar hij werd veroordeeld omdat hij in een grote zaak tegen Shell ontlastend materiaal zou hebben achtergehouden. In hoger beroep sprak het hof hem onlangs vrij. „We hebben deze slag gewonnen, maar de oorlog verloren.”
De Italiaanse aanklager Fabio De Pasquale in afwachting van de uitspraak in de corruptiezaak tegen oud-premier Silvio Berlusconi, in oktober 2012.
Natuurlijk is Fabio De Pasquale, de bekendste Italiaanse corruptiebestrijder van de afgelopen decennia, opgelucht. Wie wil niet vrijgesproken worden en zijn naam gezuiverd zien? Maar blij, nee. De openbaar aanklager uit Milaan kijkt terug op zijn lange strijd tegen corruptie in binnen- en buitenland en ziet „niets meer dan de ruïnes van wat we hebben opgebouwd”.
De Pasquale is één van de twee Italiaanse officieren van justitie die in 2011 een strafrechtelijk onderzoek naar grootschalige omkoping door oliebedrijven Shell en het Italiaanse Eni initieerde. De twee leidden de strafzaak naar één van de grootste internationale corruptiezaken in de recente geschiedenis, die rond het Nigeriaanse olieveld OPL245. Maar vervolgens werd hij, samen met zijn collega Sergio Spadaro, zélf beschuldigd van strafbare feiten. Na een rechtszaak die zich vijf jaar voortsleepte, is hij deze zomer uiteindelijk volledig vrijgesproken van juridische malversaties. Het vonnis kreeg hij afgelopen week binnen.
Het is goed dat hij gelijk heeft gekregen, zegt De Pasquale aan de telefoon, maar het kwaad is geschied. Zijn carrière is stuk en de afbraak van de internationale corruptiebestrijding is een feit. Aan het einde van deze maand stopt hij als openbaar aanklager, hij gaat met vervroegd pensioen. „We hebben met het Milanese parket een reputatie als bestrijders van corruptie in het internationale zakenleven opgebouwd. Dat is allemaal kapot. De ambitie om grote zaken op te pakken is weg.”
Het Italiaanse hooggerechtshof publiceerde vorige week de onderbouwing van de vrijspraak van De Pasquale en Spadaro. Zij werden in oktober 2025 in Brescia tot 8 maanden voorwaardelijke celstraf veroordeeld vanwege het achterhouden van ontlastend bewijs in de strafzaak tegen Shell en Eni. Die zaak draaide om circa 1 miljard dollar aan smeergeld, die deze oliemaatschappijen begin deze eeuw zouden hebben betaald om de exploitatierechten van een olieveld voor de kust van Nigeria in handen te krijgen. De Pasquale en Spadaro werkten in hun onderzoek intensief samen met het Nederlandse Openbaar Ministerie. In 2016 viel de opsporingsdienst FIOD het hoofdkantoor van Shell in Den Haag binnen. Het telefoonverkeer van toenmalig ceo Ben van Beurden werd afgetapt.
Na jaren onderzoek eindigde de internationale corruptiezaak in 2021 in de rechtszaal in Milaan in vrijspraak voor de oliemaatschappijen. Kort daarna werden De Pasquale en Spadaro zelf vervolgd, én veroordeeld. Zij zouden documenten en een video hebben achtergehouden die mogelijk ontlastend materiaal voor Shell en Eni bevatten. De reputatie van vooral De Pasquale liep hierdoor grote schade op: onder anderen de Italiaanse premier Giorgia Meloni keerde zich openlijk tegen hem. Eerder in zijn carrière had De Pasquale faam verworven door én oud-premier Bettino Craxi én oud-premier Silvio Berlusconi veroordeeld te krijgen. NRC portretteerde hem een jaar geleden als het gezicht van de afbrokkelende internationale rechtsorde.
De aanklagers hebben altijd volgehouden dat zij te goeder trouw hebben gehandeld in het proces tegen Shell en Eni. De rechtszaak was al vergevorderd, de documenten die zij niet deelden met de advocaten van de oliebedrijven zouden geen verschil meer maken voor het vonnis. Bovendien hadden de twee aanklagers hun beslissing in alle openheid overlegd met de top van het Italiaans openbaar ministerie. Van ‘achterhouden’ was geen sprake. Toch veroordeelden twee lagere rechtbanken de beide aanklagers tot een voorwaardelijke celstraf.
De ongekend zware straf voor iets dat hoogstens in het tuchtrecht hoort, leidde internationaal tot verontwaardiging, van onder meer de anticorruptietak van de Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO) en aanklagers en advocaten door heel Europa. In een open brief vroegen twintig openbaar aanklagers, advocaten, hoogleraren en activisten uit de hele wereld de OESO om een grondig onderzoek naar de „zeer verontrustende elementen” in de „agressieve aanval” op De Pasquale en Spadaro. De aanklagers lieten het er niet bij zitten en gingen in cassatie. Het hooggerechtshof geeft de twee nu volledig gelijk. In het vonnis schrijft het dat ze „niet verwijtbaar nalatig” zijn geweest. De twee waren niet verplicht de documenten met de oliebedrijven te delen, en hadden alles met hun meerderen overlegd.
Of de oliemaatschappijen een rol speelden in de zaak tegen de twee aanklagers of in de beslissing van het Italiaans openbaar ministerie om achter twee eigen aanklagers aan te gaan, is nooit vast komen te staan. Wel had de strafzaak een groot effect op de lopende corruptiezaak rond het Nigeriaanse olieveld. Toen De Pasquale van de zaak werd gehaald, trok zijn opvolger meteen het hoger beroep tegen de vrijspraak in. Daarmee strandde ook het strafrechtelijk onderzoek in Nederland, dat werd geseponeerd.
Het corruptieonderzoek naar Shell en Eni was het laatste ambitieuze internationale corruptieonderzoek van de ‘Milan Office’, de afdeling waar De Pasquale en Spadero werkten. Hun ambitieuze aanpak van grensoverschrijdende corruptie werd internationaal geroemd. De aanklagers in Milaan werkten nauw samen met openbaar ministeries en opsporingsdiensten in andere landen. Na de veroordeling van de twee aanklagers werd de specialistische tak grotendeels ontmanteld. Nu ook de VS een voortrekkersrol in de aanpak van corruptie hebben opgegeven, is het animo om grote zaken op te pakken wereldwijd tanende. De Pasquale: „Er is niks meer van over. We hebben deze slag gewonnen, maar de oorlog verloren.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie