Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Eerste zin uit een artikel op de website van de BBC: ‘Can you imagine seeing the words ‘shame lips’ on your medical notes?’. Het artikel ging over de recente toevoeging van het woord ‘vulvalippen’ aan de Dikke Van Dale, als alternatief voor ‘schaamlippen’.
Een van de aanjagers hierachter is Schaamteloos, een initiatief van The Pleasure Society, The Oh Collective en The Vulva Gallery, dat er – terecht – voor pleit het woord ‘schaamte’ niet meer te gebruiken als we naar lichaamsdelen verwijzen. ‘Er zijn toch ook geen schaamballen?’, luidde een van de slogans. De BBC vertaalde dat als ‘after all there are no shame balls’.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Waar het idee van ‘schaamte’ rondom geslachtsdelen precies vandaan komt, is niet helemaal helder. Etymologiewiki verwijst naar de Bijbel: ‘De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken, behandelen we zorgvuldiger en met meer respect dan die waarvoor we ons niet schamen’, zo staat in 1 Korintiërs 12. Daarnaast wordt nog een Nederlandse tekst uit 1599 geciteerd (‘schaemelheyd’) en een Vlaamse arts uit 1733: ‘De uytwendige Teeldeelen der Vrouwen, die buyten ’t snyden zichtbaar zijn, worden gemeenlijk ook Schaam-deelen genaamt.’
Andere bronnen wijzen het Latijnse woord ‘pudendum’ aan als oorsprong, een afgeleide van pudere, dat zoveel betekent als ‘zich schamen’. Waren de Romeinen dan zo preuts? Niet per se, schrijft vaktijdschrift Clinical Anatomy. De Romeinen zelf gebruikten pudendum voor zowel mannelijke als vrouwelijke genitaliën en oorspronkelijk had het woord niets met schaamte te maken, ‘maar stond het voor respect, bescheidenheid, oprechtheid, eer, deugd, bewondering en devotie’.
Andere woorden uit dezelfde regio die hun oorsprong vinden in de oudheid: penis, scrotum, rectum en labia. Ook danken we sommige seksuele termen aan de klassieken. Cunnilingus bijvoorbeeld, of masturberen – afkomstig van ‘masturbor’. Vreemd genoeg is het woord ‘orgie’ dan weer een afgeleide van Orgel Joke.
Dat we schaamte – in ieder geval in taal – bij het menselijk lijf weg gaan houden is een goede ontwikkeling. Schaambeen, schaamhaar, schaamstreek, schaamspleet; ze mogen allemaal bij het vocabulaire grofvuil. En nu we dan toch bezig zijn: ‘balzak’ loopt ook niet bepaald over van charisma. Dat zit hem dan vooral in het ‘zak’-gedeelte, dat klinkt gewoon te plomp.
‘Baltas’ daarentegen opent deuren. En misschien is ‘eikel’ ondertussen ook wel klaar voor een naamsverandering, met name omdat er geen misverstand mag bestaan over wat eekhoorns precies eten. Noem het gewoon wat het is: penishoofd. Dat zou niet misstaan in medisch jargon (‘Patiënt klaagt over jeukende rode krans vlak onder de rand van het penishoofd’) en zou tegelijkertijd ook een uitstekend scheldwoord zijn (‘Hallo penishoofd, knipperlicht of zo?’). Maar goed, zoals ik hier wel vaker heb geschreven: niemand luistert ooit naar me. Terecht overigens.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant