Home

Een eigen kredietbeoordelaar begrijpt de Afrikaanse economie nu eenmaal beter

Hannah Wanjie Ryder | expert ontwikkelingsfinanciering De Afrikaanse Unie lanceert woensdag een eigen kredietbeoordelaar. AfCRA moet een alternatief bieden voor dominante westerse partijen als Moody’s, S&P en Fitch. „Hun begrip van Afrikaanse economieën en de dynamiek ervan is beperkt.”

Hannah Wanjie Ryder, directeur van Development Reimagined: „Maximale transparantie en onafhankelijkheid worden essentieel voor AfCRA’s geloofwaardigheid.”

Een toegangsbewijs. Zo omschreef Colin Powell in 2002 een kredietrating voor een staat, tijdens een bijeenkomst met Afrikaanse ministers van Financiën in Washington. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken zag zo’n internationaal erkende beoordeling van de kredietwaardigheid als een vrijbrief tot de wereldeconomie, en vooral tot het geld dat daar beschikbaar is. Alleen Zuid-Afrika, Botswana, Mauritius en Senegal hadden toen een internationale kredietrating. Het overgrote deel van het Afrikaanse continent miste die.

Bijna een kwart eeuw later wil Afrika daar met een eigen instituut iets te vertellen krijgen. Woensdag lanceert de Afrikaanse Unie in Port Louis op Mauritius de Africa Credit Rating Agency (AfCRA). De nieuwe kredietbeoordelaar is een aanvulling op een systeem dat volgens Afrikaanse regeringen nu tekortschiet. Westerse ratinggiganten als Moody’s, Standard & Poor’s (S&P) en Fitch zouden de internationale markt te veel naar hun hand zetten. Deze ‘Grote Drie’ bepalen mede welke partijen een land geld mogen uitlenen, en tegen welke voorwaarden. Maar, luidt een veelgehoord Afrikaans verwijt, ze schatten de risico’s van lenen aan Afrikaanse landen verkeerd in.

De Afrikaanse Unie (AU) ziet het gemis aan goed onderbouwde kredietbeoordelingen al langer als probleem voor het continent. Daarom gaf ze het African Peer Review Mechanism (APRM), een technisch agentschap van de unie, in 2017 opdracht te onderzoeken of een eigen Afrikaanse kredietbeoordelaar haalbaar zou zijn.

Dat het agentschap er nu echt is, vindt de Keniaans-Britse expert in ontwikkelingsfinanciering en handel Hannah Wanjie Ryder een belangrijke stap. „Afrikaanse landen zijn de markten beter gaan begrijpen”, zegt ze telefonisch. „Steeds meer daagt het besef: wacht eens, hier moeten we anders naar kijken en een eigen oplossing voor bedenken. Denk aan het Afrikaans monetair fonds of een Afrikaans betalingssysteem. Het idee daarachter is steeds hetzelfde: meer zeggenschap en meer eigenaarschap.”

Met haar adviesorganisatie Development Reimagined doet Ryder al jaren onderzoek naar de manier waarop financiële risico’s van Afrikaanse landen worden beoordeeld. Het nieuwe agentschap wil de Afrikaanse markt beter in beeld brengen, zegt Ryder. „Het huidige systeem kent grote gaten.” Volgens het APRM hebben slechts 32 van de 55 AU-lidstaten een recente rating van de Grote Drie. „Hier ligt echt een kans om het anders te doen en een nieuwe weg in te slaan voor kredietbeoordelingen.”

Wat laten de grote kredietbeoordelaars volgens u liggen?

„Heel wat, denk ik. De huidige kredietbeoordelaars hebben in Afrika maar beperkt voet aan de grond. Hun begrip van Afrikaanse economieën en de dynamiek ervan is beperkt. Veel analyses worden elders gemaakt. Terwijl betrouwbare en gestandaardiseerde data in verschillende landen moeilijk verkrijgbaar zijn en grote delen van de economie buiten de officiële statistieken vallen. Het is vrij duidelijk dat de beoordelaars niet het werk doen dat eigenlijk echt nodig is. AfCRA wil het anders aanpakken: dichter op de economieën zelf zitten. Met meer lokale kennis, en voorbij de officiële cijfers kijken, ook naar de informele economie. Een vollediger beeld van Afrikaanse economieën levert beter onderbouwde ratings op.”

Het pleidooi voor AfCRA berust deels op het idee dat Afrikaans risico vaak verkeerd wordt ingeschat. Waar gaat het mis?

„Kijk naar Senegal. Kredietbeoordelaars maken zich zorgen over de grote afhankelijkheid van dit land van binnenlandse en regionale financiering. Senegal heeft een deel van zijn schuld omgezet in binnenlandse en Afrikaanse schuld, om meer greep op zijn obligatieleningen te krijgen. Maar het heeft zijn eurobonds dus wel afgelost. Op deze manier kan een land land zijn financiering spreiden en werken met geldschieters die zijn economie beter begrijpen. Dat hebben ze bij de Grote Drie niet door.

„Daarnaast is er veel discussie over de vraag of Afrikaanse ontwikkelingsbanken bij een schuldencrisis hun geld met voorrang moeten terugkrijgen. De aangesloten landen zeggen van wel, want het staat in de verdragen waarmee die instellingen zijn opgericht. Toch zegt Fitch bijvoorbeeld: het IMF beschouwt zo’n instelling niet als preferente schuldeiser, dus doen wij dat ook niet. Daardoor werd bijvoorbeeld Afreximbank [een van Afrika’s belangrijkste handelsbanken] afgewaardeerd. Het laat de gebrekkige kennis zien over het werkelijke denken en handelen van Afrikaanse regeringen. De Grote Drie hebben er tot nu toe simpelweg niet genoeg tijd en geld voor uitgetrokken om die die dynamiek te begrijpen.”

Intussen breiden de Grote Drie in Afrika uit door belangen te nemen in lokale kredietbeoordelaars. Moody’s heeft nu de controle over het Afrikaanse ratingbureau GCR, en S&P stapte in bij het Nigeriaanse bureau Agusto & Co. Hoe belangrijk vindt u die stappen?

„Ik zou niet zeggen dat het too little too late is. Maar idealiter hadden de internationale kredietbeoordelaars jaren geleden al gereageerd. Toen Afrikaanse regeringen alarm sloegen. Tegelijkertijd moet het continent zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Je eigen instellingen opbouwen en versterken is daarbij een eerste stap. Ook de EU heeft met Scope een eigen kredietbeoordelaar. In Latijns-Amerika is gesproken over eigen bureaus, China heeft er al diverse. Afrika staat dus niet alleen in de gedachte dat we uit deze structuur moeten zien te komen. Uiteindelijk willen we een systeem waarin veel meer informatie circuleert en veel meer duidelijkheid bestaat.”

Is de recente ‘interesse’ van de Grote Drie in Afrika een impliciete erkenning dat hun huidige manier van beoordelen tekortschiet?

„Het komt vanuit een bepaalde noodzaak, ja. Ze zien Afrika steeds meer als een zakelijke markt, zowel voor ratings van landen als van bedrijven. Ze willen hun beoordelingen natuurlijk beter kunnen afstemmen op de behoeften van de mensen voor wie die ratings bedoeld zijn. Tegelijkertijd hebben deze bureaus nog altijd een sterke positie in het financiële systeem. Dat verandert niet zomaar.”

Maar als internationale geldschieters blijven vertrouwen op deze kredietreuzen, welk wezenlijk verschil kan AfCRA dan maken?

„Dat is een terechte vraag. Zo’n Afrikaanse kredietbeoordelaar kan tegenwicht bieden. Afrikaanse regeringen kunnen bijvoorbeeld zeggen: als je deze methodologie gebruikt of van deze aanname uitgaat, kom je tot een andere beoordeling. Daar zit de kracht van meer informatie. Hetzelfde geldt voor beleggers. Ook als zij verplicht zijn de huidige ratings te gebruiken, kunnen ze de vraag opwerpen: waarom krijgt dit land van jullie deze rating terwijl deze andere kredietbeoordelaar tot een ander oordeel komt?”

Over de vraag of Afrikaanse landen structureel door kredietbeoordelaars worden benadeeld, bestaat onder onderzoekers discussie. Het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP berekende in 2023 dat Afrikaanse landen voor 74,5 miljard dollar nadeel ondervonden van ongunstige beoordelingen, een combinatie van misgelopen financiering en hogere rente. Toch zou dit verschil niet per se wijzen op systematische vooringenomenheid. Onderzoekers van de Konrad Adenauer Stiftung en het Leibniz Institute for Economic Research kwamen eerder dit jaar wel tot de conclusie dat Afrikaanse staten in de ratings gemiddeld een halve tot een volle trede lager scoorden dan gerechtvaardigd is.

Voor een groot deel gaat het de AfCRA om zeggenschap. Wie bepaalt welke economische kenmerken een risico opleveren? Welke data tellen mee? En hoeveel waarde hecht je aan politieke stabiliteit of informele economie? De antwoorden daarop kunnen grote gevolgen hebben voor de financiële toekomst van een land. „Afrika vraagt niet om een voorkeursbehandeling”, schreef APRM-topvrouw Marie-Antoinette Rose-Quatre maandag. „Het vraagt een nauwkeuriger, op bewijs gestoelde beoordeling van zijn economieën, instellingen en kansen.”

AfCRA moet als zelfstandige private instelling gaan werken; Afrikaanse regeringen mogen er geen aandelen van bezitten. Hoe groot het startkapitaal wordt en wie het kapitaal verschaft, is nog niet duidelijk.

Dit project is met stevige politieke steun van de Afrikaanse Unie opgezet. Begrijpt u de zorgen over AfCRA’s onafhankelijkheid?

„De grootste uitdaging is waarschijnlijk dat mensen het als een politiek project zien, en niet als iets waarmee je een gat in de markt vult. Zelf denk ik dat dit gat er wel degelijk is en dat zo’n nieuwe kredietbeoordelaar nodig is. De huidige Afrikaanse kredietbeoordelaars zijn goed in wat ze doen, maar missen het politieke momentum om effectief te zijn. Politieke belangstelling trekken is hier noodzakelijk. Daarmee bedoel ik niet dat dit een politiek project moet worden; heel duidelijk is juist gezegd dat AfCRA onafhankelijk wordt en in private handen komt. Het gaat vooral om zichtbaarheid, want alleen zo kun je meer invloed hebben. Maar er zullen ook critici zeggen dat het enige doel ervan is Afrikaanse landen hogere ratings te geven.”

Hoe zou AfCRA die kritiek overtuigend kunnen weerleggen?

„Veel zal afhangen van hoe het zich presenteert en zijn methodologie uitlegt. Maximale transparantie en onafhankelijkheid worden essentieel voor AfCRA’s geloofwaardigheid. Hoe zijn ratings tot stand komen, moet voor analisten duidelijk zijn. Bij de Grote Drie heeft dat soms te veel weg van een zwarte doos; zelfs met analyses van IMF en Wereldbank blijven ratings dan moeilijk te doorgronden.”

CV Econoom en diplomaat

Hannah Wanjie Ryder (1981) is een Keniaans-Britse econoom en voormalig diplomaat. Ze studeerde economie en ontwikkelingsstudies aan de University of Sussex en behaalde daarna een master economie aan de University of London. Ryder werkte jarenlang voor de Britse overheid, onder meer als econoom bij het ministerie voor Internationale Ontwikkeling. Van 2014 tot 2016 leidde ze bij het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP China de afdeling Policy and Partnerships. In 2017 richtte ze Development Reimagined op, een Afrikaans geleide adviesorganisatie op het gebied van ontwikkelingsfinanciering en handel, waarvan ze directeur is.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Afrika

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next