Kunstmatige intelligentie Tien literaire uitgevers reageerden op vragen van NRC over hun AI-beleid. „Zeker in de hoge literatuur is de pen en stem van auteurs herkenbaar.”
Journalisten, schrijvers en vertalers protesteren eind september bij het kantoor van Meta in Amsterdam tegen misbruik van hun auteursrechtelijk beschermde teksten.
Een keer in de twee maanden stuurt Paulien Loerts, directeur van Singel Uitgeverijen, een mail aan de auteurs van haar zeven uitgeverijen, waaronder die van de ‘literairen’: Querido, De Arbeiderspers, Nijgh & Van Ditmar en De Geus. Vorige week wijdde zij een groot deel van haar ‘auteursbriefje’ aan artificial intelligence, want „net als voor alle andere (internationale) uitgeverijen gaan de ontwikkelingen ook voor ons heel snel”.
In haar mail geeft Loerts twee voorbeelden van de onrust die dat oplevert. „Deze week werd er door schrijvers, journalisten en vertalers bij het Nederlandse hoofdkantoor van Meta gedemonstreerd tegen het ongeautoriseerde gebruik van auteursrechtelijk beschermde teksten voor het trainen van AI-taalmodellen. Vorige week werd een auteur in Frankrijk van de shortlist van de Prix Goncourt geschrapt na beschuldigingen van AI-gebruik.”
Singel Uitgeverijen heeft geen AI-protocol, schrijft Loerts, maar wel een aantal „uitgangspunten”. Zo staat sinds kort in contracten met schrijvers dat AI-gebruik bij de totstandkoming van een boek „alleen is toegestaan in overleg met de uitgever”. Voor bijvoorbeeld research mag AI wél worden gebruikt, „maar we gaan ervan uit dat onze auteurs hun boeken zélf schrijven en het ons melden als ze daarbij gebruik maken van AI”.
Meer literaire uitgeverijen hebben AI-gebruik opgenomen in contracten, blijkt uit een rondgang. Tien uitgeverijen beantwoordden vragen van NRC. Zoals Atlas Contact, dat anderhalf jaar geleden een bepaling toevoegde aan het door hen gebruikte modelcontract van de Auteursbond: ‘Het is de auteur niet toegestaan om bij het schrijven van het werk gebruik te maken van generatieve kunstmatige intelligentie.’
Atlas Contact heeft geen regels voor AI-gebruik als hulpmiddel, zegt directeur Tanja Hendriks, want ‘hulpmiddel’ is volgens haar een brede term, die door iedereen anders geïnterpreteerd wordt. „Een beschrijving van wat er precies wel en niet is toegestaan zal binnen korte tijd achterhaald zijn, omdat er door de snelle ontwikkeling van AI steeds weer nieuwe toepassingen mogelijk worden.”
In contracten van Das Mag staat geen AI-bepaling, al is de uitgever op dit moment wel bezig met het opstellen van protocol. „Hierover zijn we ook in gesprek met schrijvers”, vertelt mede-oprichter Daniël van der Meer. Bij de ondertekening van een contract wordt nu tegen auteurs gezegd dat ze hun eigen teksten moeten schrijven en „niets van de directe output van een prompt mogen gebruiken”.
Voor AI-gebruik „als extra paar ogen of als meedenker” ligt dat lastiger, erkent Van der Meer, „maar wij pleiten ervoor dat gebruik zo beperkt mogelijk te houden, vanwege de achtergrond waartegen AI-bedrijven worden gebouwd. Denk aan milieuoverlast en de scraping van teksten waar copyright op zit.” Ook voor auteurs zelf is AI-gebruik niet goed, zegt hij, „omdat het al snel een automatisme wordt waar je niet zonder kan”.
Om uit te sluiten dat Das Mag lezers teksten voorschotelt die niet door mensen zijn geschreven, overweegt de uitgever boeken standaard te laten testen door AI-detector Pangram. Van der Meer: „Anderen zullen die teksten ook daarop testen, dus wij zien het als onze plicht om auteurs te beschermen als ze hier hoog op blijken te scoren, wat natuurlijk niet volledig AI-gebruik bewijst.”
Dat het gebruik van Pangram grote consequenties voor de uitgeefwereld kan hebben bewijst het voorbeeld dat Loerts aanhaalde in haar auteursbriefje. Thélyson Orélien werd van de shortlist van de Prix Goncourt gehaald nadat Pangram had uitgewezen dat grote delen van zijn romandebuut met behulp van kunstmatige intelligentie zijn geschreven. Zelf ontkent Orélien elk gebruik van kunstmatige intelligentie. Pangram sloeg aan op de vele herhalingen in C’était ça ou mourir, zegt hij, die kenmerkend zijn voor de „Haïtiaans en Caraïbische literaire traditie”.
Op de vraag of ze wel eens botsen met auteurs die gebruik maakten van generatieve AI bij het schrijven, antwoordt geen van de uitgeverijen bevestigend. „Al hebben we wel een keer een manuscript van een auteur door een AI-detector gehaald, omdat er zinnen in stonden die ik niet vertrouwde”, vertelt hoofdredacteur Job Lisman van Prometheus. „Dat pakte gelukkig goed uit.”
Van der Meer vertelt dat hij dit jaar een manuscript afwees dat door Das Mag aan een AI-detectortest was onderworpen omdat er iets niet in de haak leek. „De test leverde een 100 procent score op.” Toen de auteur zich bij een andere uitgever meldde, stelde Van der Meer die op de hoogte. „Omdat we hopen dat anderen dit ook bij ons zouden doen.”
Prometheus ziet geen reden AI-beleid op te stellen. „We zijn een echte auteursuitgeverij”, zegt Lisman. „Samen met auteurs werken we aan een schrijverschap. Het gaat niet alleen om hun verhalen, maar ook om de manier waarop ze die vertellen. Zeker in de hoge literatuur is de pen en stem van auteurs herkenbaar.”
Daar komt bij, zegt Lisman, dat hij zijn auteurs wil vertrouwen. Een standaard Pangram-test ziet hij niet zitten. „Dat lijkt mij heel onaangenaam voor de auteurs, die hun ziel en zaligheid leggen in een werk, maar ook voor ons als uitgever, want dan moeten we een wantrouwende houding aannemen.”
Ook uitgeverij Koppernik noemt „vertrouwen” als een van de argumenten om geen regels over AI-gebruik op te stellen. Auteurs van de kleine Amsterdamse uitgeverij hebben „een sterke afkeer” van AI, zegt een medewerker, vanwege copyright-issues en een „devaluatie van creativiteit”. De meesten schrijven volgens hem nog met pen en papier.
Journalisten, schrijvers en vertalers protesteren eind september bij het kantoor van Meta in Amsterdam tegen misbruik van hun auteursrechtelijk beschermde teksten.
Bij Van Oorschot is „een AI-werkgroepje” in het leven geroepen dat regelmatig bij elkaar komt om AI-ontwikkelingen in de gaten te houden en „te bespreken waar nieuw beleid nodig is of aangepast moet worden”. Meulenhoff Boekerij onderzoekt waar en onder welke voorwaarden AI een rol kan spelen in het uitgeefproces. „Daarbij staan de maker en diens rechten en belangen steeds centraal”, laat de uitgever weten. „Menselijke creatie staat voorop. We willen AI alleen inzetten binnen heldere kaders, met menselijke redactionele verantwoordelijkheid en volledige transparantie.” Beide uitgevers gaan niet in op gedetailleerde vragen van NRC.
En hoe zit het met AI-gebruik van de uitgevers zelf? Zetten ze generatieve AI in voor audio, illustraties, redactie en vertalingen? Atlas Contact, Koppernik, Das Mag en Singel Uitgeverijen zeggen dat ze geen gebruik maken van generatieve AI bij werkzaamheden die bijdragen aan de inhoud en vormgeving van een boek. „Uit den boze”, noemt Koppernik het. Bij Prometheus is AI weleens ingezet „voor het doortrekken van een wolkenlucht op een omslag”, zegt Lisman. Hij sluit vanwege de snelle ontwikkelingen niet uit dat AI in de toekomst gebruikt wordt voor „correctiewerk en grammaticale dingen”, waarna redacteuren „zich over de opmerkingen buigen”.
Geen van de benaderde uitgeverijen werkt met vertaalmachines, die menselijke vertalers overbodig maken, of op z’n best financieel zwaar benadelen, omdat die alleen nog matige AI-vertalingen mogen verfraaien voor een veel lager tarief. Job Lisman van Prometheus sluit het gebruik van een vertaalmachine „voor een bepaald type boeken” in de toekomst niet uit. „Al moet daar naderhand altijd een mens aan te pas komen”, zegt hij.
Over één ding zijn de door NRC benaderde uitgevers het eens: ze stellen geen teksten beschikbaar voor trainingen van AI-bedrijven, zéker niet als daar geen vergoeding van die bedrijven tegenover staat. Veel van de benaderde uitgevers melden expliciet in hun uitgaven dat tekst- en datamining niet is toegestaan zonder schriftelijke toestemming, al is dat geen garantie dat boeken dan niet voor AI-trainingsdoeleinden gebruikt worden. „Wij zijn ons ervan bewust dat dit helaas geen volledige garantie biedt, en steunen een collectieve aanpak tegen het onrechtmatig gebruiken van copyrighted teksten”, schrijft Koppernik.
Over de toekomst van tekst- en data-mining wordt verschillend gedacht. Zo kan hoofdredacteur Lisman van Prometheus zich „niet voorstellen” dat de door zijn uitgeverij uitgebrachte boeken ooit „in zo’n machine worden gestopt”, ook niet tegen een vergoeding, want „daar is onze band met auteurs toch te heilig voor”. Maar Paulien Loerts schrijft in haar auteursbriefje dat Singel Uitgeverijen onderzoekt „of we kunnen en willen meewerken aan nieuwe initiatieven die wél toestemming en betaling als uitgangspunt hebben”. Loerts: „We hebben aan het begin van de zomer twee sessies met een paar auteurs georganiseerd over wel of niet samenwerken met bedrijven die wellicht geld verdienen aan het trainen van AI-modellen. De meningen van onze auteurs waren zeer divers. Van zeer positief tot uitermate negatief. Dit najaar vervolgen we die discussie. In elk geval zijn het altijd de auteurs die bepalen wat er wel of niet met hun boeken gedaan wordt.”
Directeur Hendriks van Atlas Contact zegt dat ze zich kan voorstellen dat het platform Bookpact.ai in de toekomst kan bemiddelen tussen uitgevers en AI-bedrijven, waardoor gebruik ten behoeve van allerlei AI-toepassingen kan worden ingekocht tegen een vergoeding. „Dat heeft alleen betrekking op werk van auteurs die daaraan mee willen werken”, benadrukt ze.
Bookpact.ai is een platform „waarop uitgevers via opt-in per titel bepalen óf en hoe een boek gebruikt mag worden door AI-bedrijven, een vergoeding voor dat gebruik vastleggen en inzicht krijgen in de toepassing ervan”. Het platform concurreert met journalistenvakbond NVJ, de Auteursbond en Stichting Lira, die tech- en AI-bedrijven willen dwingen te stoppen met het volgens hen illegale gebruik van teksten, die rondzwerven in gratis toegankelijke online databases. Binnenkort dagvaarden ze techbedrijf Meta, in de hoop dat auteurs via een collectieve regeling gecompenseerd worden voor het gebruik van hun werk.
Waar voor Bookpact.ai de belangen van de uitgevers centraal staan, vechten de NVJ, de Auteursbond en Stichting Lira voor de belangen van auteurs. Dat kan „prima naast elkaar bestaan”, vindt Paulien Loerts van Singel Uitgeverijen. „We hebben ook hier immers dezelfde belangen.” Ook Job Lisman vindt het belangrijk dat de Literaire Uitgeversgroep (LUG), waar Prometheus onderdeel van uitmaakt, „in gesprek blijft met de Auteursbond”.
Maar Tanja Hendriks van Atlas Contact is minder positief. „De Auteursbond is bij voorbaat kritisch over de stappen die de uitgeverijen nemen om afspraken te maken met AI-bedrijven”, zegt ze, „maar maakt niets bekend over de manier waarop ze hun plannen willen realiseren, en welke middelen ze daarvoor zelf kunnen inzetten”.
„Literaire uitgevers hebben meestal een goede band met hun auteurs”, zegt Noor van der Heijden van de Auteursbond. „Er is soms wat onenigheid, want ons uitgangspunt is dat AI-afspraken over het werk van auteurs niet alleen afspraken tussen uitgevers en AI-bedrijven kunnen zijn. We werken aan een collectieve regeling voor alle schrijvers, zodat zij hun zelfstandige positie behouden.” Toch staat het gedeelde belang volgens Van der Heijden voorop: een eind maken aan wat zij „de diefstal van de eeuw” noemt.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie