Schoolboeken Scholen klaagden er al jaren over en nu heeft de ACM geconstateerd: de markt voor lesmateriaal functioneert niet goed. Een aantal grote uitgeverijen bepaalt de prijzen en dwingt verkoop af van zowel papieren- als online-lespakketten.
Grote uitgevers bieden tegenwoordig vrijwel alleen maar pakketten van papieren en digitaal lesmateriaal. Scholen zitten hier soms wel vier jaar aan vast.
Het eerste dat Paul Zevenbergen opviel toen hij vier jaar geleden aantrad bij coöperatie Sivon was dat de markt voor lesmateriaal vreemd in elkaar zat. Jarenlang had hij als leraar economie zijn leerlingen uitgelegd wat een ‘oligopolie’ is: een beperkt aantal aanbieders dat de markt waardoor er weinig marktwerking is. En nu zag hij, als directeur bij Sivon, precies dat: een oligopolie van drie grote educatieve uitgeverijen.
Sivon is negen jaar geleden begonnen de krachten van middelbare en basisscholen te bundelen om sterker te staan in de onderhandeling met grote uitgevers – inmiddels zijn 467 schoolbesturen lid. Ze vertegenwoordigen zo 5.320 scholen en zo’n 1,6 miljoen leerlingen (van de 2,28 miljoen leerlingen). Sivon helpt groepen scholen die samen iets willen inkopen.
Dat is ook wel nodig, bleek maandag uit een rapport van concurrentiewaakhond Autoriteit Consument en Markt (ACM). De markt voor leermiddelen, die worden betaald met publiek geld, functioneert niet, schrijft de ACM na onderzoek. Educatieve uitgevers moeten stoppen met de verkoop van verplichte pakketten van digitale en papieren producten, vindt de toezichthouder. Het aanbod van herbruikbare boeken is de laatste jaren bovendien gedaald tot „bijna nul”. Zevenbergen: „Wij zeggen al langer en gelukkig zegt de ACM het nu ook: laat leraren kiezen of ze een papieren methode willen, een online methode of beide. Maar geef ze de keuzemogelijkheid. Die is er nu niet.”
De uitgeverijen zijn daar sinds begin dit jaar mee bezig, zegt een woordvoerder van de brancheorganisatie voor educatieve uitgevers, MEVW. Maar om papieren lesboeken, die zijn verweven met online opdrachten, weer los van elkaar aan te bieden, moet de inhoud worden veranderd. Dat kost tijd, zegt hij. Over een jaar komen de eerste losgekoppelde producten weer op de markt.
De markt voor lesmateriaal wordt beheerst door drie grote uitgevers die 77 procent in handen hebben, schrijft de ACM. Het gaat om Noordhoff, Malmberg en ThiemeMeulenhoff, schrijft de ACM. Nieuwe partijen betreden sporadisch de markt, onder meer vanwege de hoge ontwikkelkosten van een nieuwe methode, de lange „terugverdientijd” en de moeite die nodig is om scholen te overtuigen van een overstap.
Eén gevolg van de marktconcentratie is dat de prijs voor lesmateriaal de afgelopen zeven jaar harder is gestegen dan van vergelijkbare producten zoals boeken en apps, concludeert de ACM. In 2024 gaven de middelbare scholen er zo’n 280 miljoen euro aan uit. De uitgevers moeten transparant worden over de totstandkoming van die prijzen, schrijft de ACM. Anderhalf jaar geleden had adviesbureau KPMG al geprobeerd inzicht te krijgen in de prijsopbouw en de marges van de educatieve uitgevers, maar dat was niet gelukt. Advieskantoor PwC is dat wel gelukt, zeggen de uitgevers, en die onderzoekers concluderen dat de prijzen niet harder dan de inflatie zijn gestegen.
Scholen wisselen volgens de ACM vrijwel niet van lesmethode als de prijs stijgt. Dat is in de praktijk ook helemaal niet makkelijk, vertelt Paul Zevenbergen. „Het heeft grote gevolgen voor de leraar en de lessen.” En als een school het wil, duurt het vaak jaren doordat scholen vier jaar of langer aan een licentie voor een online lespakket vastzitten. Zevenbergen wijst erop dat scholen het geld dat ze verplicht afdragen aan de uitgeverijen, ook aan extra leraren of verbetering van het schoolgebouw zouden kunnen besteden.
In 2008 veranderde de wet, waardoor niet ouders maar scholen de lesmethodes gingen inkopen. Het ene schoolbestuur koopt in voor vele honderden scholen, het andere slechts voor één. Er is veel meer op hun bord gekomen dan boeken inkopen alleen. Ze moeten onderhandelen met ict-leveranciers, soms laptops inkopen en veilig internet bieden aan de leerlingen en leerkrachten.
Zo’n 77 procent van de Nederlandse markt is in handen van Malmberg, Noordhoff en ThiemeMeulenhoff, 23 procent niet. Dat wijst er volgens de branchevereniging van de uitgeverijen op dat scholen wel degelijk iets te kiezen hebben. Bovendien, zegt hun woordvoerder, zijn de scholen zelf verantwoordelijk voor de keuze voor bepaalde leermaterialen. Ze tekenen immers zelf de contracten.
Onderwijl werden de grote uitgeverijen stuk voor stuk overgenomen door internationale concerns. Malmberg is inmiddels eigendom van de internationale uitgeverij Sanoma, Noordhoff is in handen van Infinitas Learning, dat ook uitgeverijen in Zweden en België heeft, en eigendom is van private-equitybedrijf NPM Capital. En ThiemeMeulenhoff is van de internationale Klett Gruppe.
Toenmalig onderwijsminister Marielle Paul (VVD) kreeg eind 2024 Kamervragen over de marktconcentratie waar schoolbesturen al veel langer kritiek op hebben. Ze verwees toen naar de ACM, die in 2025 het onderzoek begon.
Arash Mortezavy is leraar scheikunde op scholengemeenschap Visser ’t Hooft in Leiderdorp en werd vorig jaar verkozen tot ‘leraar van het jaar’ in landelijke verkiezingen. Hij is bevlogen én kritisch op het lesmateriaal. Met zijn sectie Scheikunde kochten ze vorig jaar een nieuwe methode. Voorheen mocht dat per jaar; vorig jaar moesten ze het verplicht voor vier jaar afnemen. „Die packagedeals moeten weg”, zegt Mortezavy. „Je moet als lerarensectie kunnen kiezen voor papier of digitaal of beide – wat je maar wilt. Ik ben vóór digitaal onderwijs hoor, maar we moeten als leraar kunnen bepalen wat we nemen.”
Het materiaal is inhoudelijk ook niet altijd geschikt, vindt Mortezavy. Zijn scheikundesectie heeft al verschillende keren met de uitgever gebeld om te zeggen dat de nieuwe aanpassingen te ingewikkeld zijn en om te vragen of dat aangepast kan worden, en het antwoord was ‘nee’. Dat vindt hij als leraar onverteerbaar: „Scheikunde heeft een volgorde. Je kunt het ene niet uitleggen als je het andere nog niet hebt behandeld. Die volgorde klopt soms gewoon niet in de lesmethodes.” Hij past het materiaal dus zelf aan, in zijn vrije uren.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie