Home

Opinie: 7 oktober kon weleens tot in de eeuwigheid gaan duren

Voor de getroffen families en de vrijgelaten gijzelaars zal het trauma van het bloedbad van 7 oktober natuurlijk nooit overgaan. En voor alle anderen mág het nooit overgaan, zolang Netanyahu die dag maar blijft rekken.

De afgelopen drie jaar zijn een tergend trage vorm van marteling geweest en de teneur van de tijd tussen de rivier en de zee is dat het nog steeds 7 oktober is: we blijven die verschrikkelijke dag die maar niet voorbij wil gaan herbeleven. De gezichten van de Israëlische gijzelaars die uit Gaza zijn vrijgelaten en van die diepbedroefde ouders van wie de kinderen nooit meer terugkeerden, vullen nog steeds onze televisieschermen. Velen van hen prijken ook op de kandidatenlijsten van diverse politieke partijen, zij aan zij met generaals buiten dienst en reservisten.

Amper een week geleden reageerde een van de getroffen vaders op de lijst van de Likoed-partij op een vrijgelaten gijzelaar (een vrouw van diep in de tachtig) die zich uitsprak tegen Benjamin Netanyahu, door te zeggen dat hij wenste dat ze kon worden teruggestuurd in gevangenschap van Hamas. Harde woorden, maar in een oorlog is alles geoorloofd. Als wie dan ook in Israël durft te stellen dat 7 oktober achter ons ligt, wijst iedereen om hem heen onmiddellijk op een vliegtuig van FlyDubai in de lucht en berispt hem voor het uiten van zulke onzin: ‘Zie je wel, we worden nog steeds afgeslacht.’

En zelfs terwijl de enige ernstige verwondingen bij dit incident die van de Indiase piloot waren, waren de Israëlische media er als de kippen bij om hem te omschrijven als een dappere held die Israël verdedigde – domweg omdat hij zijn eigen leven redde door een gestoorde terrorist van zich af te slaan.

Over de auteur

Etgar Keret is een Israëlische schrijver, bekend om zijn absurdistische korte verhalen, graphic novels en scenario’s voor film en televisie.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Dat was duidelijk een direct, specifiek gevaar, maar Netanyahu was meteen al te zien in een gelikte video met een gevechtsklare straaljager achter hem. Hij verzekerde het Joodse volk dat de Iraniërs ons in de komende weken gaan aanvallen. En als ze dat niet doen, dan valt Israël misschien Iran wel aan, of een ander buurland, als een preventieve daad van zelfverdediging. Er zijn tenslotte nog maar weinig plekken in de regio die we niet hebben aangevallen terwijl die oneindige dag zich nu al drie jaar voortsleept: Gaza, Libanon, Jemen, Qatar, de Westelijke Jordaanoever. En zelfs Turkije kon wel eens aan dat lijstje worden toegevoegd als die antisemieten ons maar een goed genoeg excuus verschaffen.

Voor de getroffen families en de vrijgelaten gijzelaars zal het trauma van 7 oktober natuurlijk nooit overgaan. En voor alle anderen mág het nooit overgaan, zolang Netanyahu die dag maar blijft rekken. Hij weet namelijk dat wanneer die dag eindigt, de gewonde, bloedende natie die hem op het schild heeft gehesen eindelijk de vrijheid zal hebben om tot enige vorm van introspectie en verantwoording over te gaan. Dan trappen we misschien niet langer in de fictie dat Israëliërs nog steeds slachtoffer zijn van een voortdurende slachting. Als hij echter zijn bangmakende kaarten goed uitspeelt en erin slaagt om regelmatig nieuwe existentiële bedreigingen te benoemen, kon 7 oktober weleens tot in de eeuwigheid duren.

Aan nieuwe bedreigingen is nooit gebrek: een duister gerechtshof in Den Haag, een antisemitische burgemeester van New York en altijd wel een Europees land dat naar Israël uithaalt. Voor het Joodse volk is er nooit gebrek geweest aan existentiële dreigingen. Alleen al in de afgelopen weken zijn we aangevallen door een nieuwe en wel heel bijzondere, in de vorm van een documentaire met de titel NAZA. Na honderden gewapende terroristen te hebben weerstaan en talloze Iraanse raketten te hebben overleefd, wordt ons dappere land nu belaagd door een nieuw onconventioneel wapen genaamd ‘overdenking’.

In plaats van ons aan te vallen met getrokken messen, houden deze van zelfhaat vervulde Israëlische filmmakers ons een spiegel voor en proberen ze de paar Israëliërs die dapper genoeg zijn om erin te kijken te dwingen om zichzelf te zien; om de gevolgen van hun daden te bezien – en van hun falen om in actie te komen. En dit allemaal terwijl de slachting zogenaamd voortduurt. Er is niets zo wreed als een slachtoffer te midden van een slachting een spiegel voorhouden, vooral als het beeld dat hij in die spiegel ziet dat van een slachtoffer is wiens eigen handen onder het bloed zitten.

De oplossing van Netanyahu en zijn minister van Cultuur was een oproep de filmmakers hun staatsburgerschap te ontnemen. Toen premier Yitzhak Rabin 31 jaar geleden werd vermoord, kwam niemand met het idee om het staatsburgerschap van de moordenaar op te heffen. Maar ja, het enige dat die man had gedaan was een poging om het vredesproces om zeep te helpen door de zittende premier te vermoorden, terwijl die twee harteloze regisseurs een film hebben gemaakt. En niet zomaar een film, maar het soort film dat op festivals over de hele wereld wordt onthaald op lange staande ovaties. Al dat publiek applaudisseerde schaamteloos voor de film terwijl de ‘slachting’ voortduurt.

Wie naïef genoeg is om te denken dat 7 oktober over drie weken eindelijk zal ophouden na de Israëlische verkiezingen en het aftreden van Netanyahu, moet nog maar goed nadenken. Het ‘veranderingsblok’ dat campagne voert tegen de zittende oorlogsregering heeft zich over bijna de gehele linie geschaard achter het streven van het kamp van Netanyahu om alle Arabische partijen te verbieden aan de verkiezingen deel te nemen.

Deze partijen hebben altijd zitting gehad in het Israëlische parlement als vertegenwoordiging van ruwweg een vijfde van de bevolking. Maar dat was vóór 7 oktober. Dat waren andere tijden. Nu zijn we ervan overtuigd dat we voor ons leven vechten en dus kunnen we niet toestaan dat die partijen zich met opgeheven hoofd manifesteren.

Als alles weer een beetje gekalmeerd is, kunnen we overwegen of we de Palestijnse burgers van Israël weer toestaan om hun vertegenwoordigers vrij te kiezen. Misschien kunnen de huidige oppositieleiders zelfs iets van hun energie aanwenden om de echt ondemocratische partijen te diskwalificeren, zoals de racistische fracties van Bezalel Smotrich en Itamar Ben-Gvir. Maar niet nu. Dat is een luxe die we ons nu niet kunnen permitteren.

Houd intussen de ogen open en wees alert: het is nog steeds 7 oktober. Dat is geen datum of een voorbijgaande gebeurtenis, maar een gemoedstoestand. En met of zonder Netanyahu: ik vrees dat die nooit zal overgaan.

Vertaling: Leo Reijnen

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next