Na haar vlucht naar de VS hield Irene Butter haar mond over haar tijd in Bergen-Belsen en Westerbork. Tot haar dochter haar in de jaren zeventig voor een schoolpresentatie vroeg naar haar ervaringen in de kampen: pas toen begon de Duits-Amerikaanse Holocaust-overlevende te spreken. Ze hield nooit meer op.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Tot op hoge leeftijd zette Butter zich in om de kennis over de Holocaust te verbreden en, zoals ze het zelf omschreef, als getuige van de geschiedenis op te treden. Vrijdag overleed Butter, die naast vredesactivist ook hoogleraar was, op 95-jarige leeftijd. Vorig jaar stond ze via een videoverbinding nog de USC Shoah Foundation te woord, een Amerikaanse stichting die getuigenissen van overlevenden verzamelt.
Butter wordt in 1930 in Berlijn geboren als Irene Hasenberg. Haar vroege jeugd in Duitsland omschrijft ze als idyllisch. Haar grootvader is de eigenaar van een bank, haar vader werkt eveneens binnen het bedrijf. Butters ouders proberen haar en haar broer aanvankelijk weg te houden van de opkomst van Hitler en de gevolgen daarvan voor een Joodse familie.
In 1937, nadat Butters grootvader wordt onteigend, besluit het gezin te vluchten. Ze komen in de Amsterdamse Rivierenbuurt terecht, niet ver van de familie Frank. De kinderen leren al snel Nederlands en integreren goed. Maar wanneer nazi-Duitsland in 1940 Nederland binnenvalt, zit het gezin opnieuw in de val. ‘De wereld werd plotseling veel kleiner, voor ons en voor andere Joden.’
Het gezin ervaart de nodige solidariteit van niet-Joodse buren, vrienden en kennissen, bijvoorbeeld wanneer hun persoonlijke bezittingen ondergebracht moeten worden. ‘Veel niet-Joden begonnen de davidsster te dragen toen dat voor ons verplicht werd.’ Maar pas na de oorlog, herinnert Butter zich, wordt haar duidelijk hoeveel Nederlandse Joden de Shoah niet hebben overleefd, omdat ze verraden zijn.
Butters vader raakt doordrongen van het feit dat zijn gezin ook in Nederland niet veilig is en gaat op zoek naar alternatieven. Via de ambassade van Ecuador in Zweden regelt hij paspoorten voor de vier, maar die worden pas geleverd als het gezin al naar doorgangskamp Westerbork is afgevoerd. Toch blijken de identiteitsbewijzen van waarde: de nazi’s gebruiken Joden die over een buitenlands paspoort beschikken als wisselgeld om eigen krijgsgevangenen vrij te krijgen.
Het kan niet voorkomen dat het gezin naar Bergen-Belsen wordt gedeporteerd, waar Duitsland deze zogeheten Austauschjuden gevangenzet. ‘Er werd ons gezegd dat het een betere plek was om te zitten. Dat waren leugens, natuurlijk.’ Butter zorgt er voor haar doodzieke moeder, houdt de barakken schoon en verzorgt de kinderen, van wie de ouders overdag dwangarbeid moeten verrichten.
Ze komt er opnieuw kortstondig in contact met Anne Frank (decennia later spreekt ze de naam ‘Anne’ nog altijd op zijn Nederlands uit). Vanwege hun status zitten Butter en haar familie in een speciale sectie van het Duitse kamp, de twee meisjes worden permanent gescheiden door een hek van prikkeldraad. Omdat de nazi’s de gevangenen daar nog hopen uit te ruilen, zijn de omstandigheden er marginaal beter.
Zo mogen gevangenen in Butters sectie wat kleren houden. Via een vriendin uit de barakken hoort Butter over Frank. ‘Ze was dun, heel bleek en had alleen een grijze deken om zich heen.’ Anne Frank vraagt de vriendinnen wat kleding over het hek te gooien, een verzoek waaraan de tieners gehoor geven. Een andere gevangene gaat er met het pakketje vandoor.
Na elf maanden doen de paspoorten hun werk en wordt het gezin uitgeruild tegen Duitsers uit Palestina. Ze worden op de trein naar Zwitserland gezet. Haar vader overleeft de treinreis niet, Butters moeder en broer worden bij aankomst verzwakt opgenomen in het ziekenhuis.
De tiener komt uiteindelijk terecht in een VN-vluchtelingenkamp in Algerije. ‘Er waren daar echte bedden en we kregen drie maaltijden per dag. Maar we kregen er vooral onze vrijheid terug.’ Maanden gaan voorbij waarin Butter zich afvraagt of ze wees geworden is. Pas als ze na de oorlog naar de VS migreert, wordt Butter met haar moeder en broer herenigd. Op de boot richting New York wordt ze 15 jaar.
Daar rondt ze haar middelbare school soepel af. Omdat de openbare universiteit City College gratis is (die staat in die tijd bekend als de ‘Harvard van de armen’), kan Butter verder studeren. Het vormt de basis van haar latere, lange academische carrière. Ze behaalt een doctoraat in de economie, ontvangt een onderzoeksbeurs en komt aan de Universiteit van Michigan te werken als hoogleraar publieke gezondheid.
Pas na decennia gaat ze praten over haar Holocausttrauma en schrijft er boeken over. ‘Mensen wilden het eerder niet horen.’ Ook reist ze met haar twee kinderen terug naar Duitsland, een ervaring die ze zowel ‘pijnlijk als bijzonder’ noemt. Ze bezoeken samen Bergen-Belsen: ‘Met de kinderen de plaats bezoeken waar je had moeten sterven, voelde bevrijdend.’
Tot op hoge leeftijd blijft Butter onderwijzen over de Shoah en antisemitisme, onder meer op Amerikaanse en Duitse scholen. Ze beschouwt dat als vanzelfsprekend: ‘Als je je niet uitspreekt, sterven de slachtoffers dubbel’, citeerde ze vorig jaar Auschwitz-overlevende en schrijver Elie Wiesel.
Ook spreekt Butter zich uit tegen de Russische invasie van Oekraïne en Trumps omstreden migratiebeleid. Na de Capitoolbestorming van 2021 waarschuwt ze in een opiniestuk met klem voor de opmars die het fascisme in de VS maakt. ‘We hebben allemaal een verantwoordelijkheid om aan een wereld te bouwen die zo gelijkwaardig mogelijk is.’
Meermaals werden aan Butter prijzen toegekend. Zo ontving ze vorig jaar op de Nederlandse ambassade in de VS de Anne Frank Award, voor Amerikanen die zich inspannen tegen discriminatie en intolerantie.
Een jaar eerder had ze ook al het Kruis van Verdienste (Bundesverdienstkreuz) toegekend gekregen, de hoogste burgerlijke onderscheiding van Duitsland.
In 2022 werd Butter voor haar werk beloond met de Kay Family Award van de Anti-Defamation League, voor burgers die zich inzetten tegen onrecht en extremisme.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant