Discriminatie Het aantal Nederlanders dat positief denkt over lhbti’ers, neemt niet langer toe. Dat blijkt uit de dinsdag gepubliceerde Lhbtiqa+ monitor van Movisie, Ipsos I&O en Panteia, in opdracht van het ministerie van OCW. De jongste respondenten, 18- tot 30-jarigen, denken het positiefst over homoseksualiteit.
Deelnemers aan de Pride-mars in Rotterdam, Nederland, 26 september 2026. De mars vraagt aandacht voor lhbti+-acceptatie en zorgen over afnemende acceptatie onder jongeren.
Jarenlang toonden studies naar de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland een stijgende lijn. Nieuw onderzoek signaleert een kentering. Het aantal Nederlanders dat positief denkt over lhbti’ers stijgt niet langer. Dat blijkt uit de dinsdag gepubliceerde Lhbtiqa+ monitor van Movisie, Ipsos I&O en Panteia, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Twee mannen die zoenen op straat? Twee jaar terug nam ruim een vijfde van de Nederlanders daar aanstoot aan, nu is dat meer dan een kwart. Ook naar andere specifieke onderwerpen is Nederland negatiever gaan kijken. Het aantal ondervraagden dat transgender vrouwen niet als ‘echte vrouwen’ ziet, is gestegen van 29 procent in 2024 naar 35 procent in 2026.
„Opvattingen over homoseksualiteit werden lange tijd steeds positiever”, zegt Karijn van den Berg, senior-onderzoeker bij Movisie. „Die lijn zet niet door, de acceptatie stabiliseert. Dat is een zorgelijke ontwikkeling.” De onderzoekers ondervroegen een representatieve groep van bijna drieduizend volwassen Nederlanders naar hun houding tegenover lesbische, homoseksuele, bi+-, aseksuele, queer, transgender, non-binaire en intersekse personen. Een grote meerderheid van 84 procent denkt positief over homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Al is er wel een groeiende groep (van 9 naar 12 procent) die aangeeft ‘neutraal’ tegenover homo’s en lesbiennes te staan.
De acceptatie van andere groepen binnen de lhbti-gemeenschap ligt een stuk lager. Bovendien is de acceptatie van elk van deze groepen een paar procentpunt afgenomen. Zo staat 52 procent van de ondervraagden positief tegenover non-binaire personen, in 2024 was dat nog 54 procent. Transgender mensen worden door 63 procent ‘geaccepteerd’, intersekse personen door 66 procent, concluderen de onderzoekers. ‘Relatief veel’ respondenten gaven toe nooit over de positie van aseksuele, non-binaire en intersekse personen te hebben nagedacht of het antwoord op stellingen over deze groepen niet te weten. „De acceptatie van deze groepen kan worden belemmerd door een gebrek aan kennis”, zegt Van den Berg.
Onder jongeren daalt de acceptatie van homoseksualiteit met rasse schreden, bleek twee weken geleden uit onderzoek van het Trimbos Instituut en de Universiteit Utrecht – onder jongens was in vier jaar tijd bijna sprake van een halvering. De tweejaarlijkse monitor van kennisinstituut Movisie verzamelde geen data onder jongeren. „De jongste categorie in ons onderzoek, 18- tot 30-jarigen, is juist het meest positief over homoseksualiteit”, zegt Van den Berg. „Ik kan me voorstellen dat jongeren, zodra ze de middelbare school hebben verlaten, wat zekerder zijn van zichzelf en minder beïnvloedbaar.”
Naast leeftijdsgroepen, splitsen de onderzoekers ondervraagden ook uit naar geslacht, politieke voorkeur, opleiding en religie (onder meer protestants en rooms-katholiek). Andere religies, zoals de islam en het jodendom, werden in de categorie ‘overig’ gestopt, „omdat er te weinig respondenten waren met die achtergrond”. Ook voor migratie-achtergrond werd geen onderscheid gemaakt – onder meer het Trimbos-onderzoek toonde aan dat jongeren met een migratieachtergrond gemiddeld minder tolerant reageren op homoseksualiteit. Eerder onderzoek van de Universiteit van Amsterdam vond dan weer géén zelfstandige samenhang tussen migratieachtergrond en lhbti+-opvattingen.
Naast zo’n 3.000 respondenten die vragen beantwoordden over acceptatie, werden ook bijna 2.300 lhbti-respondenten ondervraagd. Zij geven vaker aan te worden gediscrimineerd dan Nederlanders die cis-hetero zijn. Ook met hun mentale gezondheid lijkt het er minder goed voor te staan: zelfmoordgedachten komen vaker voor. „Het gaat met de groep als geheel genomen nog niet zo goed als we zouden willen”, zegt Van den Berg. „Toch is het welzijn van lesbische vrouwen en homoseksuele mannen op veel gebieden vergelijkbaar met dat van niet-lhbti-personen. Met andere groepen, met name non-binaire, transgender en intersekse personen, gaat het minder goed.”
Nadat ze de enquête hadden afgenomen, spraken de onderzoekers vijftig onder meer trans- en non-binaire personen. In een groepsgesprek op locatie hoorden ze „schrijnende verhalen” over hoe trans en non-binaire personen „hun gedrag aanpassen”. Van den Berg: „Mensen vertelden dat ze de sportschool mijden als die alleen een kleedkamer voor mannen en een voor vrouwen heeft.”
Transgender mensen vertelden de onderzoekers dat werkgevers ze soms als „risico” zien, vanwege aannames over een eventueel verlof bij een transitieproces.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie