Rechtszaak Booking.com wil de ruim zesduizend Nederlandse werknemers verplichten minstens twee dagen per week naar het hoofdkantoor in Amsterdam te reizen, maar driekwart van het personeel ziet dat niet zitten. Dinsdag stonden de partijen tegenover elkaar in de rechtbank.
Exterieur van het hoofdkantoor van Booking.com in Amsterdam.
„Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat te veel thuiswerken – laat staan alléén maar thuiswerken – ronduit slecht is voor de geestelijke gezondheid van werknemers,” zegt Stefan Sagel, een van de twee advocaten van Booking.com. „Dat mensen graag thuis werken, betekent niet dat dat op termijn goed voor ze is. Integendeel. Het lijkt fijn op de korte termijn, maar de kater komt later.”
Het is druk in de Amsterdamse rechtbank, waar Booking voor het eerst in zijn dertigjarige geschiedenis tegenover de eigen ondernemingsraad (OR) staat. Er zijn tolken – Booking heeft personeel uit zo’n honderd landen – advocaten, OR-leden, personeels- en gebouwmanagers van de digitale reis- en hotelgigant. Een enkeling moet staan.
De inzet: Booking wil de pakweg zesduizend mensen die het in Nederland in dienst heeft, verplichten minstens twee dagen per week naar het hoofdkantoor vlakbij het Centraal Station in Amsterdam te reizen. Dat heeft, bezweert advocaat Sagel, niets te maken met pogingen om de prima winstgevendheid van het bedrijf op te vijzelen, of met een drang tot controle van de werknemers. De aanwezigheidsplicht is goed voor hun „psychosociale veiligheid en gezondheid”. Sagel: „Overleggen, van elkaar leren, samen één cultuur vormen gaat nou eenmaal beter als mensen daadwerkelijk samen zijn.”
De Ondernemingsraad ziet dit anders en weigert in te stemmen met het voorstel van de directie de aanwezigheid verplicht te stellen. Het overleg daarover zit na bijna een jaar vergaderen muurvast, waardoor Booking de verplichting nu via de rechter probeert af te dwingen.
Veel personeelsleden snappen niet waarom hun werkgever zo hamert op hun fysieke aanwezigheid. Het huidige beleid – waarmee Booking nota bene schermt in personeelsadvertenties – voldoet prima, zegt OR-advocaat Julien Blok. Nu nog werkt het bedrijf met een ‘aanbeveling’ voor het personeel om 40 procent van de werkweek naar kantoor te komen.
Booking draait fantastisch, zegt Blok. De omzet steeg vorig jaar met zo’n 10 procent naar 19 miljard euro, de nettowinst bedroeg meer dan 6 miljard. Over de huidige ruime thuiswerkregeling is 87 procent van de werknemers tevreden, terwijl driekwart van het personeel de verplichte aanwezigheid niet ziet zitten, aldus Blok.
Software-engineer Alexey Shatlovsky zegt namens de OR dat het argument van de directie over de relatie tussen verplichte aanwezigheid en cohesie rammelt. Want wat heeft zijn team er nou aan als de leden na lang zoeken overal verspreid door het enorme kantoor een werkplekje hebben bemachtigd? Wat ook meespeelt: Shatlovsky’s werk bestaat voor een belangrijk deel uit digitaal contact: „Ik voer al mijn gesprekken in Teams of in Slack, met collega’s in Roemenië, Bangalore of Engeland. Wat maakt het uit waar ik zelf zit?”
Het is een terugkerend thema. Medewerkers zeggen in de rechtbank dat ze best naar kantoor willen komen, maar dan moet er wel een werkplek zijn, met een bureau waar ze zich kunnen concentreren. „Met de huidige thuiswerkregels komt 27 procent van het personeel naar Amsterdam. Ik ben graag op kantoor, maar heb ook woensdagochtend grote moeite een goeie werkplek te vinden”, zegt applicatiespecialist Bas Clason. „Als we naar 40 procent aanwezigheid gaan, denk ik niet dat het nog past. De krapte wordt alleen maar erger.”
Daar wordt aan gewerkt, bezweren de Booking-advocaten en -managers in de rechtbank. Sagel, al tien jaar advocaat van de hotelgigant, is vol lof over het „state of the art kantoorgebouw”, met zijn „7.000 stoelen, 3.200 bureaus, drie restaurants, plekken om samen te werken, samen te eten, samen te ontspannen met sport en spel”. Booking denkt volgens hem permanent aan „employee wellbeing”. Kijk maar naar de „meditatiesruimtes, gebedsruimtes en kolfkamers.”
Om aan de bezwaren van het personeel over de overvolle dinsdagen en donderdagen tegemoet te komen, wordt alles „nog beter”, vult collega-advocaat Hein Koster aan. Denk aan „33 procent meer meeting rooms, 38 procent meer focus rooms, 22 procent meer zitgelegenheid in de restaurants”. Wat Koster ook nog kwijt wil: de „restaurantbeleving in de drie restaurants op de Campus” is al ongekend, los nog van de pilot om het aanbod van broodjes en salades „nog beter te maken dan het al is”.
De rechter heeft weinig zin in lange bespiegelingen over de luxe van het Booking-kantoor en kent evenmin genade voor de manier waarop Booking heeft aangekondigd om de verplichte aanwezigheid van het personeel op kantoor te gaan controleren – door de 1.100 managers in Amsterdam digitaal verzamelde data te verstrekken over wanneer hun personeel precies op kantoor aanwezig was. Over de privacy-aspecten daarvan moet Booking nog met de OR om tafel, zegt zij.
Aan het eind van de drie uur durende zitting schetst de rechter hoe zij een redelijk thuiswerkbeleid voor zich ziet. Het is helemaal niet raar dat een werkgever mensen 40 procent van de tijd op kantoor wil wil hebben, zegt de rechter, bijvoorbeeld vanwege de cohesie in het bedrijf. Als Booking en de OR daar niet snel samen afspraken over maken, zal zij die „hard op papier zetten”. Dat een deel van het personeel ver weg woont en lang onderweg is, verandert daar niets aan. Dat is „uiteindelijk een keuze van de werknemer zelf”, aldus de rechter. Bovendien schept zoiets duidelijkheid, zegt zij tegen de vertegenwoordigers van de OR. „Jullie kunnen straks tegen je personeel zeggen: Nederlandse rechters zijn gek, maar ze vinden 40 procent verplichte aanwezigheid heel normaal.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie