Honderdduizenden Fransen protesteerden dinsdag tegen de belabberde staat van het onderwijs. De steeds gewelddadiger betogingen, waarbij al zo’n duizend mensen gewond raakten, lijken alleen maar te groeien. Ook de betoging in Parijs eindigt in traangas.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Verslag vanuit Parijs.
‘Papa!’ Juist terwijl een vriend van haar vertelt dat de Franse scholieren- en studentenprotesten steeds meer steun van buiten krijgen, ook van ouderen, ziet Simone (20) haar vader voorbijlopen op de Place de la République in Parijs. Papa krijgt een kus en een knuffel van Simone en haar zus.
Een beetje bezorgd is hij wel, zegt vader Bertram Ehrhart (68), bibliothecaris, een bruin sjekkie in de hand. ‘Maar staken is nog altijd een recht in Frankrijk, ook voor kinderen. Mijn dochters’, zegt Ehrhart, met een blik op de rij zwart geharnaste politiemannen van de CRS naast hen, ‘zijn 20 en 24, ze weten wat ze doen.’
Die aanpak van de protesten door die CRS, de Franse rellenpolitie, leidt de afgelopen dagen tot steeds meer verontwaardiging – en sympathie voor de demonstranten. Wat begon als protesten van scholieren tegen belabberd onderwijs, groeit rap uit tot een breder gedragen verzet tegen de regering. En tegen het geweld dat zij inzet.
Voor een scholierenprotest zijn er vandaag opvallend weinig scholieren aanwezig. Het gros van de 100 duizend betogers in Parijs, met nog eens 350 duizend elders in Frankrijk, bestaat uit studenten. Die voegden zich vorige week in groten getale bij hun jongere broeders. Uit solidariteit, maar ook omdat ze zelf nog maar net uit school zijn en heel goed weten wat er ontbreekt.
‘In mijn examenjaar, in een dorpje buiten Parijs’, zegt Lenore (20), student muziekwetenschappen, ‘kwam het plafond van mijn klaslokaal naar beneden door vochtschade. De muren lekten. De filosofieleraar was twee maanden ziek, een vervanger was er niet, en ik moest eindexamen doen. Ik kreeg 8 van de 20 punten – godzijdank ben ik geslaagd.’
Dat soort anekdotes is veelvuldig te horen op de protestroute tussen Place de la République en Place de la Nation. Sterker nog, de eerstvolgende betoger verklaart eveneens dat in zijn school het plafond loskwam – zij het door een verrotte dwarsbalk.
De overige grieven: overvolle klassen, een tekort aan leraren, gebrek aan invallers, ijskoude lokalen in de winter en onleefbaar hete klassen in de zomer, tot en met kakkerlakken en ratten aan toe.
De betogingen begonnen op 21 september, toen een stel scholieren in een voorstad van Parijs in staking ging. Al snel sloten leerlingen van andere scholen zich bij hen aan. Daarbij kwam het al snel tot ongeregeldheden. Betogers raakten met politie in gevecht en beschadigden schoolgebouwen. In Nantes en Rouen staken demonstranten scholen in brand.
De keiharde repressie die daarop volgde, wekt de woede van steeds meer Fransen. Er zijn honderden gewonden, één puber raakte zijn hand kwijt toen hij een flitsgranaat probeerde terug te gooien. Een video uit Parijs toont vier agenten tegenover een tiener. Als die een van hen schopt, schiet een agent een traangasgranaat in zijn gezicht. De jongeman verloor meerdere tanden en brak zijn kaak.
Al vanaf het begin omschrijft de regering de protesten als ‘violences urbaines’, stedelijk geweld, een term die wordt gebruikt voor onrust in de banlieux en daarmee is verworden tot een eufemisme voor ‘migranten die relschoppen’. Op televisie verkondigde Bruno Retailleau, presidentskandidaat van de conservatieve Les Républicains, dat volwassenenstrafrecht voor de jeugd de oplossing is.
Terwijl de scholieren hele legitieme, eenvoudige wensen hebben, zegt Cyril Gizard (53), docent lichamelijke opvoeding aan de Franse versie van een ROC ten noorden van Parijs. ‘Genoeg leraren, stoelen en tafels, schone scholen, een eerlijk systeem voor toelating op scholen. Mensen met een Arabische of Afrikaanse achtergrond hebben veel minder kans op goed onderwijs in Frankrijk.’
Onzekere toekomst
Erger nog dan het belabberde onderwijs is volgens de jongeren hier dat hun zorgen geen prioriteit zijn voor de regering. Hier loopt een generatie die angstig is over haar toekomst, net als jongeren elders in Europa. Woonruimte, werkgelegenheid, inflatie. Het wemelt ook van betogers die zich verzetten tegen ander onrecht. Palestijnse vlaggen wapperen naast Franse vlaggen en de rode hesjes van vakbond CGT.
En iedereen weet: dit is een beslissend moment, met de verkiezingen van april 2027 in aantocht. De radicaal-rechtse Marine le Pen van Front National ligt ver voor op de concurrentie. De links georiënteerde jongeren hier, net als aanwezige leraren en ouders, hopen de schooldemonstraties om te zetten in een nationale protestbeweging.
Dat is precies de vrees van de autoriteiten, vermoedt Mathias (20), student muziekwetenschappen. Daarom grijpen ze volgens hem zo hard in; ze willen geen herhaling van de gelehesjesprotesten uit 2018 en 2019. ‘Ze hopen ons protest in een vroeg stadium te smoren, maar het tegendeel gebeurt. De rest van de maatschappij hoort ons. Langzaam maar zeker groeien de protesten.’
Aan het einde van de middag hangt een wolk traangas boven Place de Nation, eindpunt van de betoging. Terwijl de knallen van geluidsgranaten klinken en het traangas sist, gooien enkele honderden overgebleven betogers stokken en blikjes naar de politie. Die rent heen en weer over het plein en dunt de menigte gestaag uit.
Ja, dit begon vorige maand als schoolprotesten, zegt Edwyn, die niet met achternaam in de krant wil, terwijl hij zijn rode ogen samenknijpt in een poging het brandende gevoel eruit te persen. ‘Maar het is nu meer dan dat. Het gaat om een jeugd die hoop op een behoorlijke toekomst wil.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant