Mike Flanagan geldt als een van de beste horrormakers van dit moment. Zijn serie Carrie komt vandaag online, naar de bestseller van Stephen King die vijftig jaar geleden al succesvol werd verfilmd door Brian De Palma. Waarom durfde hij zich nu aan deze horrorklassieker te wagen?
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Je moet er maar zin in hebben. Brian De Palma’s verfilming van Carrie, een van de beroemdste boeken van thrillerschrijver Stephen King, geldt als een van de beste en invloedrijkste horrorfilms van de jaren zeventig.
Regisseur De Palma maakte van Kings verhaal over een gepest meisje met telekinetische krachten een uitermate bloederige horrorfilm, waarin Carrie (onvergetelijk gespeeld door Sissy Spacek) uiteindelijk wraak neemt op haar pestkoppen én haar wrede, godvrezende moeder (Piper Laurie).
Het boek werd daarna nog twee keer verfilmd, maar die versies konden niet tippen aan het origineel. Hoofdrolspelers Spacek en Laurie kregen zelfs Oscarnominaties, wat niet gebruikelijk is voor horrorfilms.
Van zo’n klassieker kun je misschien maar beter afblijven. Dat was in eerste instantie ook de gedachte van regisseur en schrijver Mike Flanagan. De Amerikaan geldt als een van de beste horrormakers van dit moment, vooral door geweldige series als Midnight Mass, The Haunting of Hill House en The Fall of the House of Usher.
Maar Flanagan kan ook als geen ander uit de voeten met het werk van Stephen King. Zo maakte hij met Doctor Sleep een ondergewaardeerd vervolg op The Shining, verfilmde hij met succes Gerald’s Game en The Life of Chuck en werkt hij nu aan het notoir lastig te verfilmen fantasy-epos The Dark Tower.
Toch was Flanagan bepaald niet happig toen het plan op zijn bureau belandde om Carrie opnieuw te verfilmen, maar dan in serievorm. Want nee, Flanagan had de oorspronkelijke film in zijn jeugd niet voor niets ‘tientallen keren’ gezien, vertelt hij in een videogesprek.
‘Het is een van mijn eerste filmherinneringen: een iconische film van een iconische regisseur met een iconische hoofdrol. De Palma’s film is een begrip. Hij heeft de lat zó verschrikkelijk hoog gelegd. Mijn onderbuik zei direct dat ik mij hier echt niet aan moest wagen.’
Vanwaar dan toch die omslag?
‘Het is inmiddels ruim vijftig jaar na verschijning van het boek en de film. Veel thema’s die Stephen in zijn boek beschrijft, zoals pesten, wreedheid en empathie, zijn nog steeds relevant, en in het schoolsysteem van nu alleen maar relevanter geworden. Dat zit vooral ook in de toename van geweld op scholen. Op een gegeven moment zag ik bijvoorbeeld een beeld voor me van Carrie die door een metaaldetector loopt op school, en voor het eerst te maken krijgt met een oefening voor schoolshootings. Die beelden kreeg ik niet meer uit mijn hoofd.’
Waarom wilde u Carrie in het TikToktijdperk plaatsen?
‘Omdat ik het allemaal zie gebeuren bij mijn tienerkinderen. Een van hen is 15 en ik zie elke dag hoe hij probeert te overleven in de jungle die ‘middelbare school’ heet. Met de komst van sociale media is alles nog erger geworden. Och man, de angst die je als ouder voelt omdat je kind in een wereld opgroeit die de hele tijd kan meekijken met pesterijen en wreedheden. Die ervaringen zijn allang niet meer persoonlijk: telefoons maken alles collectiever.’
Is de wereld voor Carrie nu naargeestiger dan in de jaren zeventig?
‘Pesten en wreedheid maken in onze wereld steeds vaker de dienst uit, tot op het hoogste niveau. Sociale media hebben de planeet, de politiek en onze sociale interacties totaal veranderd. Verschrikkelijk, maar het maakt onze serie wel relevanter, ook omdat we hierin de kans hebben om wat dieper te graven, en te kijken hoe die wereld Carrie ook langzaam geweld aandoet. We laten nu een Carrie zien die nog niet volledig is buitengesloten van de wereld, maar open en nieuwsgierig is. Totdat ze ontdekt hoe wreed die wereld ook kan zijn.
‘Het feit dat Carrie nu een serie is, geeft ons ook de kans om andere personages uit te diepen, zoals pestkop Chris Hargensen. Die is niet meer alleen de mean girl, maar ook een product van haar eigen omgeving en de omstandigheden. Op die manier kunnen we veel meer inzicht krijgen in de cyclus van die tienerwreedheid: De Palma’s film had daar toch wat minder tijd voor.’
Die film had met Sissy Spacek en Piper Laurie twee onvergetelijke hoofdrolspelers. Hoe moeilijk was het om die rollen opnieuw te casten?
‘De rol van moeder Margaret heb ik geschreven met Samantha Sloyan in gedachten. Ik werk nu ruim een decennium met haar samen, en denk dat ze geboren is voor deze rol. Dat komt ook doordat ze geen enkele behoefte had om hetzelfde te doen als Piper Laurie in de film. Deze Margaret moest totaal anders worden, veel meer van deze tijd en iets minder monsterlijk.
‘Het duurde een eeuwigheid voordat we Carrie vonden: in totaal hebben meer dan duizend mensen auditie gedaan. Maar toen ik de eerste tape zag van Summer H. Howell, wist ik direct dat zij het was. Summer speelt een versie van het personage dat ik in eerdere verfilmingen nooit heb gezien: kwetsbaar, maar ook met een zekere levenslust en verwondering. Ze is totaal niet beïnvloed door eerdere vertolkingen, maar maakt er echt iets nieuws van.’
Wat was de rol van Stephen King in dit proces? Ik neem aan dat u eerst toestemming moest vragen.
‘Meestal stuur ik hem een voorstel met één groot voorbehoud: als hij het niet wil, doen we het absoluut niet. Ook zijn eerste reactie was terughoudend: waarom in vredesnaam? Maar na het lezen van het voorstel was hij vrij snel om. Ook voor hem voelde het als iets nieuws, als iets anders.’
Krijgt u van King vervolgens de absolute vrijheid om te doen wat u wil?
‘Inhoudelijk blijft Stephen het liefst zo ver mogelijk van de verfilmingen van zijn werk. Natuurlijk moet hij het goedkeuren, leest hij de scripts en wordt hij geconsulteerd voor de casting, maar daar stopt de bemoeienis. Dat wil hij zelf ook niet: hij zal nooit de set op lopen om je te vertellen hoe je moet werken. Voor mij als maker is die vrijheid heerlijk.
‘Tegelijkertijd heeft die vrijheid ook een keerzijde. Zodra de verfilming uitkomt, houdt Stephen zich niet in. Kijk maar naar Stanley Kubrick: zijn verfilming van The Shining werd door Stephen verafschuwd, en dat laat hij dan ook overal weten. Dat maakt het altijd spannend. Maar Stephen wil echt dat ik iets maak wat ík wil maken, niet iets om hem te pleasen.’
Waarom blijft u zo vaak terugkeren naar zijn werk?
‘Het hart in zijn verhalen. Natuurlijk kent iedereen Stephen vooral als de ‘master of horror’, maar wat mij altijd aanspreekt in zijn werk is zijn menselijkheid, zijn empathie en zijn optimisme. Stephen is in de kern vooral een romanticus. En hij gelooft in mensen. Het is nooit zijn doel om horror te schrijven: het gaat hem om de mensen. De horror is toevallig de kwast waarmee hij schildert.
‘Zelf word ik altijd opgezogen door zijn verhalen omdat hij zo’n empathische verteller is, iemand die de duisterste verhalen altijd volstopt met hoop. Dat is iets wat ik zelf heel erg nodig heb, in mijn werk, maar ook in mijn leven. De wereld is al zo’n duistere plek. Het gaat erom dat je die duisternis erkent en er niet voor terugdeinst, maar je moet nooit de hoop en empathie verliezen.’
Dat zie ik ook vaak terug in uw werk, dat vaak grimmig en duister is, maar óók empathisch en menselijk.
‘Ik denk dat ik dat volledig aan Stephens werk te danken heb: zonder zijn boeken had ik dit werk waarschijnlijk nooit gedaan, was ik nooit geworden wie ik nu was. Het mooiste compliment dat ik kan krijgen, is dat ook mijn andere werk wordt vergeleken met Kings boeken. Een verhaal zonder hoop en menselijkheid is geen verhaal dat ik wil vertellen. Daar zit niets interessants in.’
Vorig jaar maakte u met het apocalyptische melodrama The Life of Chuck een uitstapje naar een ander genre, maar uw volgende projecten zijn toch vooral weer horrorfilms en -series. Waarom blijft u altijd terugkeren naar horror?
‘Als kind was ik altijd doodsbang, altijd angstig. Maar het lezen en kijken van horror maakte mij stap voor stap steeds wat moediger. Die moed kon ik vervolgens gebruiken in mijn dagelijks leven. Ik denk dat het genre daarvoor van onschatbare waarde is. Horror is een oefening in moed.
‘Tegelijkertijd is er ook iets magisch aan die horrorverpakking. Het is een soort suikerlaagje dat mensen aanspreekt en hun verdedigingsmechanismen omzeilt. Daardoor kan horror vaak rechtstreeks doordringen tot de kern, als een Trojaans paard dat talloze actuele thema’s herbergt, zonder dat het daar op het eerste gezicht misschien over lijkt te gaan.’
Heeft u een specifieke film die u anders naar de wereld liet kijken?
‘Ik herinner me dat ik als kind Night of the Living Dead keek. Ik dacht dat het over zombies ging, maar toen ik oud genoeg was, zag ik dat de film vooral gaat over ras en racisme in de Verenigde Staten. Ik kwam voor de zombies, maar zag een enorm rijke film die veel dieper gaat dan veel andere films die misschien geen horror zijn. Het genre is op die manier zó machtig.
‘Het steekt mij dat horror nog steeds niet altijd de waardering en het respect krijgt die het genre verdient. Mensen doen horror nog vaak af als iets dat alleen inspeelt op onze basisinstincten: puur geweld, exploitatie, duisternis. Maar horror is zó veel rijker.’
Tegelijkertijd gaat het beter dan ooit met het genre, met ook dit jaar weer succesvolle films als Obsession en Backrooms.
‘Het grappige is dat iedereen elk jaar weer opnieuw verrast is over het succes van horrorfilms. In 2025 zei iedereen opeens: kijk, horror leeft als nooit tevoren door het succes van Sinners en Weapons. En volgend jaar zal er waarschijnlijk weer iets nieuws zijn waardoor mensen schrikken van de aantrekkingskracht van het genre. Maar horror is al decennialang uitermate succesvol. Het genre vindt zichzelf altijd opnieuw uit en blijft verrassen.
‘Ik weet nog dat Get Out uitkwam in 2017, en dat mensen zeiden dat we horror eindelijk serieus konden nemen. Maar hetzelfde werd ruim vijftig jaar geleden al gezegd over The Exorcist. Toch blijven we door deze cyclus gaan.’
Hoe kijkt u zelf naar de staat van het genre anno 2026?
‘Ik vind het fantastisch dat zo veel jonge filmmakers de horrorlens blijven gebruiken om naar de problemen van nu te kijken. Horror heeft de gave om direct in te spelen op de grote maatschappelijke thema’s van deze tijd. Met een dramafilm bereik je dat toch wat minder snel, omdat dat publiek vaak kleiner is dan dat van een horrorfilm.
‘Kijk hoe snel Backrooms en Obsession een succes werden. Jongeren zagen hun angsten, onzekerheden en ervaringen terug op het grote scherm, terwijl die films ook nog eens draaiden om thema’s als misogynie, exploitatie en isolatie. Het is de wereld van nu, die je als geen ander kunt zien dankzij dat horrorhaakje. O, man, wat hou ik van dit genre.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant