Historisch drama Paul Greengrass maakte een historisch drama over de Engelse boeren die in 1381 rebelleerden tegen de hoge belastingen onder de zwakke, 14-jarige koning Richard II.
Thomasin McKenzie, Jamie Bell en Andrew Garfield in de film The Uprising.
De timing kon niet beter zijn: The Uprising komt uit in de week na het verzet in de Tweede Kamer tegen box 3-belastinghervormingen. Waarom moet het volk opdraaien voor het in stand houden van de toch al scheve verhouding tussen belasting op arbeid versus belasting op vermogen? Zo wordt de immense ongelijkheidskloof tussen arm en rijk alleen maar verder vergroot.
Regie: Paul Greengrass. Met: Andrew Garfield, Jamie Bell, Tom Hollander, Thomasin McKenzie. Lengte: 128 min. Te zien in de bioscoop.
In Nederland heeft het onrechtvaardige belastingstelsel nog niet tot een echte opstand geleid van een woedende menigte die met zeis, sikkel en hooivork naar de zittende macht trekt. Dit gebeurt wel in The Uprising, de nieuwe film van Paul Greengrass (Bourne, Captain Phillips). Zijn middeleeuwse epos gaat over de Engelse Boerenopstand (Peasants’ Revolt) van 1381. Deze was gericht tegen de grootgrondbezitters, die voor de zoveelste keer de belasting verhoogden. De 14-jarige Richard II is koning, maar de feitelijke macht ligt bij zijn raadgevers, in de film getoond als konkelende mannen die om hem heen draaien. Zij manipuleren de door nachtmerries geplaagde koning voor hun eigenbelang: meer geld en behoud van macht.
Een eenvoudige boer, de fictieve lijfeigene Ploughman (Andrew Garfield), raakt betrokken bij de rebellie, die geleid wordt door historische figuren zoals de revolutionaire priester John Ball (Jamie Bell) en oud-ridder Wat Tyler (Cosmo Jarvis). Tienduizenden mannen en een enkele vrouw sluiten zich bij de opstand aan, die niet alleen gericht is tegen de landadel en de staat, maar tevens tegen de hebzuchtige kerk.
Zoals alle historische films gaat The Uprising ook over het heden. Zo gebruikt de elite de door Hillary Clinton gemunte term ‘deplorables’ om de ongewassen, opstandige meute te beschrijven. En een ontevreden, boze menigte versus arrogante, autoritaire machthebbers – meer 2026 kun je het niet krijgen.
Andrew Garfield (midden) als Ploughman in The Uprising.
Greengrass wrijft die onmiskenbare parallel er flink in. Hij toont zich verder ook een weinig subtiel regisseur, nog los van de prangende vraag of zijn karakteristieke shaky camera-stijl wel geschikt is voor een historische film. Zo wordt er de hele film door constant geschreeuwd, het is immers een opstand!
Een van de eerste scènes dient als perfecte illustratie voor zijn onderschatting van de visuele geletterdheid van het publiek. Er verschijnt een tekst in beeld die de kijker inlicht over de gevolgen van de pest in 1381, met een decimering van de bevolking. Vervolgens zien we Ploughman in een groot bed liggen met naast hem een gapend gat. Hij draait zijn arm naar de leegte naast hem. Alsof het nog niet duidelijk genoeg is toont Greengrass ook nog eens een shot van een geëmotioneerde Ploughman die knielt voor drie kruizen: zijn door de pest omgekomen vrouw en kinderen. Greengrass vertrouwt duidelijk de intelligentie van de bioscoopbezoeker niet. Hij doet daarmee in feite hetzelfde als de elite in zijn film, het neerkijken op gewone mensen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie