De strijdbijl is begraven, nu er een streep staat door de bezuinigingen. Sociale partners praten daarom woensdag met het kabinet over een sociaal akkoord. Daar hangt veel van af, want als het overleg stukloopt dreigen flinke bezuinigingen op onderwijs.
De vakbonden en PRO vierden feest toen het kabinet vorige week de plannen voor de sociale zekerheid van tafel veegde. Het betrof onder meer de halvering van de WW-duur, een snellere stijging van de AOW-leeftijd en het versimpelen en korten op de WIA-uitkeringen voor arbeidsongeschikten.
Al deze plannen, die bij elkaar 6,8 miljard euro moesten opleveren, gaan vooralsnog niet door. Vooralsnog, want het kabinet wil de komende maanden een sociaal akkoord sluiten met de polder, oftewel de werkgevers- en werknemersorganisaties.
Nu de bezuinigingen niet meer boven de markt zweven, zijn alle partijen bereid te praten. Het eerste gesprek vindt woensdagochtend plaats op het Catshuis.
De uitkomst van het sociale akkoord is nog ongewis. Maar volgens minister Eelco Heinen (Financiën) hebben de sociale partners aangegeven dat ze bereid zijn tot grote hervormingen. Ze zouden er volgens de minister "zelfs van overtuigd zijn dat ze uiteindelijk een grotere besparing kunnen binnenhalen dan het kabinet zich had voorgenomen".
Vooral aan de WIA moet iets gebeuren, daar zijn alle partijen het over eens. Het systeem voor arbeidsongeschiktheid is totaal vastgelopen.
Op dit moment krijgen zo'n 900.000 mensen een uitkering. De wachtlijsten zijn daarnaast veel te lang, doordat er te weinig keuringsartsen zijn en er steeds meer mensen uitvallen.
Ook moeten mensen sneller weer aan het werk worden geholpen, zodat ze niet afhankelijk worden van een WW-uitkering. Daarnaast willen de sociale partners dat werken meer gaat lonen. Verder staat ook de loondoorbetaling bij ziekte op de agenda. Ondernemers zijn nu nog verplicht zieke werknemers twee jaar loon door te betalen, maar willen daarvan af.
Tot slot moet ook het verdienvermogen van Nederland onderwerp van gesprek zijn. Werkgevers willen minder regeldruk en meer economische groei aanwakkeren.
Van het sociaal akkoord hangt veel af, want de 6,8 miljard euro is niet uit de boeken verdwenen. Minister Heinen heeft een boekhoudkundig trucje uitgehaald door het bedrag op zijn eigen begroting te parkeren.
De miljarden staan specifiek op de plek van de prijsbijstelling, wat in de politiek ook wel de 'kaasschaaf' wordt genoemd. Als het sociaal akkoord klapt of te weinig geld oplevert, krijgen alle ministeries minder geld omdat hun budget niet meegroeit met de inflatie.
Met name het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt dan geraakt, want deze begroting is door de lonen en spullen erg inflatiegevoelig. Het kabinet heeft bovendien besloten dat defensie, justitie en veiligheid en infrastructuur uitgezonderd worden. Daardoor zal de bezuiniging voor een nog groter deel bij onderwijs terechtkomen.
In de Tweede Kamer ontstond vorige week tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen onrust toen dat nieuws naar buiten kwam. Voor D66, die zichzelf de onderwijspartij noemt, zal een bezuiniging op moeilijk te verkroppen zijn. De VVD zal daar minder moeite mee hebben.
Binnen het kabinet stonden ook niet alle neuzen dezelfde kant op: D66-minister Rianne Letschert (Onderwijs) schoot direct in de verdediging. Er zal minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), ook van D66, dan ook alles aan gelegen zijn afspraken te maken met de sociale partners. Als hij daar niet in slaagt, is het volgende conflict binnen de coalitie dus al bekend.
Source: Nu.nl economisch