Home

Dev Summit 2026: "Baseer webperformance op de ervaring van echte gebruikers"

Een hoge Lighthouse-score staat mooi in een rapport, maar vertelt nog niet of een website voor echte bezoekers prettig werkt. Karlijn Löwik, ceo en medeoprichter van RUMvision, wil webperformance daarom uit de frontendniche halen en begrijpelijk maken voor het hele ontwikkelteam. Tijdens de Tweakers Developers Summit laat ze in haar talk Code, RUM, fix, repeat: Core Web Vitals op autopilot zien hoe Real User Monitoring en AI samen kunnen helpen om vertragingen sneller te vinden en op te lossen. De AI mag daarbij speurwerk overnemen, maar de developer blijft aan de knoppen.

Een hoge Lighthouse-score staat mooi in een rapport, maar vertelt nog niet of een website voor echte bezoekers prettig werkt. Karlijn Löwik, ceo en medeoprichter van RUMvision, wil webperformance daarom uit de frontendniche halen en begrijpelijk maken voor het hele ontwikkelteam. Tijdens de Tweakers Developers Summit laat ze in haar talk Code, RUM, fix, repeat: Core Web Vitals op autopilot zien hoe Real User Monitoring en AI samen kunnen helpen om vertragingen sneller te vinden en op te lossen. De AI mag daarbij speurwerk overnemen, maar de developer blijft aan de knoppen.

Karlijn woont in Groningen met haar man, webperformance consultant Erwin (en voormalig Dev Summit-spreker), en hun vijfjarige dochter Hannah. Haar loopbaan begon met een juridische studie, maar de dagelijkse praktijk bleek minder goed bij haar te passen. "Ik heb een hekel aan conflict. Ik help liever mensen, leg dingen graag uit en zorg liever voor oplossingen."

Via haar man en een tijdelijke klus belandde ze alsnog in de IT. Wat begon als ondersteuning bij de bedrijfsvoering, groeide uit tot een vaste rol binnen een webbureau. Daar ontdekte Karlijn dat ze technische onderwerpen goed kon vertalen en complexe discussies kon terugbrengen tot de kern. Haar loopbaan laat volgens haar zien dat ook een niet-technische achtergrond waardevol kan zijn in de IT.

RUMvision ontstond bijna vijf jaar geleden uit een praktisch dataprobleem. Het webbureau was gespecialiseerd in websitesnelheid, maar miste gebruikersdata waarmee het verbeteringen kon koppelen aan conversie. Karlijn was toen negen maanden zwanger en kan de startdatum daardoor nog precies terughalen. Lachend: "Mijn dochter en het bedrijf groeien min of meer tegelijk op." Als co-chair van de W3C RUM Community Group spreekt ze inmiddels met partijen als Google, Mozilla, Cloudflare en Akamai over meetmethoden, webstandaarden en Real User Monitoring.

Wie over webperformance praat, komt al snel uit bij laadtijden en technische scores. Karlijn gebruikt liever een bredere term: Sitespeed User Experience, afgekort SUX. "Snelheid is pas relevant wanneer die wordt gekoppeld aan wat een gebruiker daadwerkelijk ervaart. Een knop die niet reageert, content die tijdens het lezen verspringt of een advertentie die plotseling de halve pagina inneemt, voelt voor een bezoeker simpelweg alsof de site niet goed werkt."

Ook het woord performance is volgens haar op zichzelf te vaag. "XXL Nutrition denkt ook dat het in de performance zit. En de formule 1 ook." Bij websites draait het uiteindelijk om een veel concretere vraag: kunnen bezoekers zonder onnodige vertraging of frustratie doen waarvoor ze kwamen?

Dat doel verschilt per organisatie. Voor een webwinkel kan een snellere ervaring direct effect hebben op conversie. Een uitgever wil dat bezoekers blijven lezen en dat advertenties op tijd, maar zonder hinder worden geladen. Voor een overheidswebsite telt vooral dat belangrijke informatie bereikbaar blijft, ook via een slechte verbinding of tijdens een calamiteit. Seo kan een extra reden zijn om naar Core Web Vitals te kijken, maar mag volgens Karlijn nooit het vertrekpunt worden. De echte gebruiker moet centraal blijven staan.

Toch krijgt performance in veel organisaties vooral aandacht tijdens de bouw van een nieuwe website. Daarna stapelen de toevoegingen zich op: chatwidgets, heatmaps, consenttools, marketingpixels en losse scripts van externe partijen. Afzonderlijk lijken die ingrepen vaak beperkt, maar samen kunnen ze de ervaring flink vertragen. Vooral Google Tag Manager verandert geregeld in een ongecontroleerde verzamelplaats. "Elke marketeer heeft gratis toegang tot Google Tag Manager en pleurt er al die meuk in."

Een tweede valkuil is de aanname dat een gekozen platform of framework vanzelf snel is. Single-page applications (SPA's) kunnen voor developers prettig werken en na de eerste pageview vlot aanvoelen, maar de eerste laadbeurt kan zwaar zijn. Zeker wanneer veel JavaScript moet worden gedownload, geparset en uitgevoerd.

Op een recente MacBook en een snelle telefoon valt die belasting niet altijd op. Veel bezoekers gebruiken echter een goedkoper of ouder toestel. Juist daar kan zware JavaScript-code merkbaar ten koste gaan van interactiviteit. Karlijn: "Iedere developer heeft een mooie nieuwe shiny MacBook en een mooie snelle telefoon. Maar niet elke gebruiker heeft dat natuurlijk."

Dat betekent niet dat een SPA of JavaScript-framework per definitie verkeerd is. Het betekent wel dat teams moeten meten welke prijs hun technische keuzes hebben bij echte gebruikers. Een labtest op één krachtige machine is daarvoor onvoldoende.

De hoeveelheid tools en metrics maakt webperformance onnodig onoverzichtelijk, vindt Karlijn. Lighthouse levert een herkenbare cirkel met een score op, maar blijft een labtest. De test simuleert één situatie, kan niet als een echte bezoeker door de site klikken en stopt op een bepaald moment tijdens het laden. Alles wat daarna gebeurt door advertenties, interacties of dynamische content blijft grotendeels buiten beeld.

"Fantastische visual. Die wil iedereen", zegt Karlijn over het bekende rondje met een cijfer. Precies daardoor krijgt de score soms meer betekenis dan hij verdient. Teams optimaliseren dan voor het cijfer in plaats van voor hun bezoekers. "Je doet het uitstekend op LinkedIn, maar het levert geen geld op."

Core Web Vitals zijn een stap vooruit, omdat ze gegevens van echte Chrome-gebruikers bevatten. Maar ook deze openbare dataset heeft beperkingen. De cijfers worden over 28 dagen verzameld en laten vooral zien dát gebruikers een bepaalde ervaring hadden. Ze vertellen een developer niet automatisch welk script, element of deployment de verslechtering veroorzaakte.

Real User Monitoring vult dat gat. RUM verzamelt gegevens uit de browsers van daadwerkelijke bezoekers en laat veel sneller zien wat er na een wijziging gebeurt. Een team dat deployt, hoeft daardoor geen weken te wachten voordat een trend zichtbaar wordt. Soms is binnen een halfuur al duidelijk of de ervaring verbetert of juist achteruitgaat. De relevante vraag is dus niet welke dataset de mooiste score oplevert, maar welke informatie een team nodig heeft om een probleem echt op te lossen.

Tijdens haar talk introduceert Karlijn daarvoor de workflow Code, RUM, fix, repeat. Een team brengt een wijziging uit, volgt via echte gebruikersdata wat die wijziging doet, zoekt de oorzaak van een regressie, past de code aan en meet opnieuw. Bekende boosdoeners zijn zware scripts van externe partijen, verkeerd toegepaste lazy loading, cache-instellingen die onbedoeld blokkeren en hero-images die pas laat worden geladen.

De technische basis verandert minder snel dan soms wordt gedacht. Minder onnodig JavaScript versturen, afbeeldingen verstandig laden en goed cachen blijven relevante principes. Tegelijk nemen browsers steeds meer werk over dat vroeger via losse library's werd opgelost, zoals lazy loading. Developers moeten dus de basis blijven begrijpen, maar ook weten wat de browser inmiddels zelf kan.

Het probleem is dat RUM-data uit veel dimensies en uitsplitsingen bestaat. Voorheen konden vooral ervaren performanceconsultants daar snel de juiste conclusies uit trekken. AI maakt die kennis volgens Karlijn toegankelijker. RUMvision bouwde daarom een koppeling via het Model Context Protocol (MCP) waarmee developers RUM-data direct binnen hun eigen AI-workflow en codebase kunnen gebruiken. Het protocol geeft de assistent gecontroleerde toegang tot de relevante meetgegevens en context.

"Iedereen had ineens een MCP, dus wij hadden er blijkbaar ook één nodig."Karlijn geeft eerlijk toe dat het team aanvankelijk sceptisch was. "Iedereen had ineens een MCP, dus wij hadden er blijkbaar ook één nodig." De meerwaarde werd duidelijk toen de assistent analyses kon reproduceren waarvoor een consultant normaal uren door data en code zoekt. Een handmatige analyse van twee tot drie uur leverde in een test vrijwel hetzelfde advies op als een vraag aan de gekoppelde AI, maar dan binnen enkele minuten.

Een developer kan daardoor in gewone taal vragen waar een regressie vandaan komt. De AI gebruikt gegevens van echte bezoekers, zoekt een waarschijnlijke bottleneck in de code en kan een concrete aanpassing voorstellen. De kennis zit daarmee niet langer alleen in het hoofd van een kleine groep specialisten. Met gevoel voor understatement merkt ze op: "Dat is voor mijn Erwin niet zo goed nieuws. Maar voor veel developers en tweakers wel."

AI neemt het denkwerk niet volledig over. Developers moeten beoordelen of een analyse klopt, een voorgestelde wijziging veilig is en welke gevolgen die elders heeft. Daarvoor blijft technische basiskennis nodig. Karlijn: "Wie niet begrijpt waarom grote hoeveelheden JavaScript problematisch kunnen zijn, kan ook moeilijk beoordelen of een gegenereerde oplossing logisch is."

Vooral junior developers lopen volgens haar risico. Zij beschikken over krachtige"Als organisaties over twee jaar besluiten dat AI niet meer mag worden gebruikt, kunnen developers hun systemen dan nog begrijpen en onderhouden?" hulpmiddelen, maar hebben nog weinig ervaring om fouten te herkennen. Teams mogen bovendien niet volledig afhankelijk worden van één assistent. "Als organisaties over twee jaar besluiten dat AI niet meer mag worden gebruikt, kunnen developers hun systemen dan nog begrijpen en onderhouden?"

De automatische piloot uit de titel van haar talk heeft dus nog altijd een menselijke gezagvoerder nodig. AI kan monitoring volgen, regressies aanwijzen en fixes voorbereiden; de developer bepaalt wat uiteindelijk naar productie gaat.

Zo wil Karlijn webperformance behapbaar maken voor teams waarin het onderwerp nu vaak tussen verschillende datasets en prioriteiten verdwijnt. Haar uitnodiging is direct: "Webperformance was altijd een ratjetoe aan data. Iedereen vond het belangrijk, maar niemand prioriteerde het. Ik ga vertellen hoe je dat wél doet, terwijl AI een deel van het werk overneemt."

Enthousiast geworden om Karlijns talk bij te wonen? Koop dan hier een kaartje. De verkoop van de kaarten gaat hard, dus wacht niet te lang. Meer informatie over het programma, workshops en de andere sprekers vind je op de aparte Dev Summit-website. We zien je heel graag eind oktober!

Source: Tweakers.net

Previous

Next