Home

‘Nederlandse gezinnen, Surinaamse, Soedanese en Colombiaanse Friezen verderop, of uit India. Dat is hoe mijn Friesland er ook uitziet’

Na het overlijden van zijn vader wist Sammy Shefa Idris vrij snel dat hij het rouwproces en de onafgemaakte gesprekken met zijn vader in beeld moest brengen. Zijn passie voor film hielp hem daarbij. ‘Geen idee of het een slimme keus was, maar ik denk dat ik niet anders kon.’

schrijft voor Volkskrant Magazine.

Waar ben je opgegroeid?

‘In Hurdegaryp, een dorpje naast Leeuwarden met een paar duizend inwoners. Mijn moeder is Marokkaans, mijn vader Soedanees, dus ik moet misschien eerst vertellen hoe zij daar zijn beland.’

Oké, hoe is dat gegaan?

‘Mijn vader ging in de jaren negentig naar Nederland om te studeren. Hij was heel jong, een jaar of 17. Volgens mij kwam hij wel in het asielzoekerssysteem terecht, maar hij kreeg vrijwel direct een huis in Hurdegaryp toegewezen, samen met twee landgenoten die later z’n vrienden werden. Terwijl hij hier leefde, brak in Soedan de burgeroorlog uit, en kon-ie niet meer terug. Het land zat op slot.

25 in 26

In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl

‘Op een gegeven moment ging hij op vakantie naar Marokko en daar heeft hij mijn moeder ontmoet. Tijdens die vakantie hebben ze zich verloofd. Dat was in Al Hoceima, de stad van mijn moeder. Een paar jaar later, in 2000, zijn ze getrouwd en is mijn moeder naar Nederland gekomen. Zij was volgens mij 26, hij 28, en een jaar later kwam ik.’

Konden ze een beetje aarden in Friesland?

‘Mijn vader vond Nederland heel fijn. Hij genoot van de rust. Mijn moeder begon na haar aankomst vrijwel direct met Nederlandse taallessen. Daar vond ze vrouwen met wie ze tot de dag van vandaag bevriend is, onder wie mijn peetmoeder Younes.

‘Ze wil ook niet weg uit Hurdegaryp, hoor. Ze woont daar al meer dan de helft van haar leven, maar het was wel wennen. In Marokko studeerde ze verpleegkunde. Ze stopte in haar derde jaar toen ze naar Nederland kwam en richtte zich eerst vooral op de zorg voor mij, mijn broertje en zusje. Toen wij ouder waren, is ze opnieuw gaan studeren en heeft ze haar opleiding tot verpleegkundige alsnog afgerond.

‘Als ik mensen vertel dat ik in Friesland opgegroeid ben, zeggen ze vaak: o jee, daar heb je het vast zwaar gehad, want je was vast de enige zwarte jongen in het dorpje. Maar dat was niet zo: we hadden een heel kleurrijke straat. Nederlandse gezinnen, Surinaamse, Soedanese en Colombiaanse Friezen verderop, of uit India. Dat is hoe mijn Friesland er ook uitziet.’

Wat voor kind was je?

‘Ik speelde veel buiten met de kinderen uit de straat, en met mijn broertje en zusje. Verder zat ik in een band, ik wilde altijd muziek maken. Vooral videoclips vond ik interessant. Als tiener was ik best vaak ziek. Ik stroomde daardoor tijdelijk van de havo naar vmbo-tl, maar dat vond ik wel prima. Ik had met wat vrienden een vakantiebaantje op Texel en Ameland: we maakten vakantiehuisjes klaar voor nieuwe toeristen. Mijn examens waren net achter de rug toen ik een telefoontje kreeg dat een van mijn beste vrienden, Meesam, overleden was.

‘Dat was een verschrikkelijke tijd. Ik kwam vaak in het azc waar hij woonde. Daar was het leuk: het rook er lekker, er was goed eten, het was gezellig. Later bedacht ik dat het voor de mensen die er zaten natuurlijk heel heftig is. Niemand wist of en wanneer hij weggestuurd ging worden, van die onzekerheid had ik als kind weinig besef. Meesam is verdronken in het kanaal waar we vaak zwommen. Ik was 16 en wist niet hoe ik om moest gaan met al die emoties.’

Hoe heb je dat gedaan?

‘Ik wist niet goed wat ik met mijn verdriet moest doen. Ik keek veel films, luisterde veel muziek en sprak veel met vrienden. Ik merkte dat kunst en muziek me hielpen om dingen te begrijpen en besloot die verschillende elementen samen te brengen in een film. Ik ben mijn vrienden gaan filmen met een geleende camera van school, en heb mijn omgeving vastgelegd in een amateuristische, maar liefdevolle film. Een jaar na zijn dood heb ik ’m vertoond op school. Zijn familie kwam ook langs, en het was fijn met hen en zijn vrienden samen te zijn.

‘Na die vertoning vertelde een docent me over de Filmacademie in Amsterdam. Ik ging naar de open dag. Het gaf me motivatie om mijn havodiploma te halen. Ik stuurde mijn film naar ze op, samen met m’n profielwerkstuk, en ik werd aangenomen. Het eerste jaar deed ik door corona vanuit Friesland, het jaar erop verhuisde ik naar Amsterdam.’

Was dat een groot verschil?

‘Ja. In Friesland zegt iedereen bedankt tegen de buschauffeur, en hoi tegen de mensen die op straat lopen. In Amsterdam zijn mensen meer met zichzelf bezig. Maar ik vond het meteen heel leuk, al die mensen om me heen met dezelfde interesses als ik. Ik begon als net 18-jarige aan een regieopleiding, wat betekende dat ik 25-jarigen aanwijzingen moest geven. Heel gek. Vooral ook omdat ik het gevoel had dat ik achterliep, omdat ik vrijwel geen filmervaring had.’

Hoe vond je de opleiding?

‘Heel cool. Mijn eerste film ging over Ridwan, een tiktokker met een verstandelijke beperking. Die film werd meteen opgepakt door onder andere de NPO. Ridwan en ik waren allebei pas 21 toen we deze film maakten, dus het voelt speciaal dat het zo goed heeft uitgepakt.

‘Maar mijn derde jaar eindigde op een verdrietige manier. Mijn vader en ik hadden de laatste paar jaar minder contact. We konden het over bepaalde dingen niet eens worden, en dus spraken we elkaar minder. Toen hij onverwacht een herseninfarct kreeg, bleef vooral de gedachte bij me hangen: had ik hem maar eerder benaderd en gezegd wat ik voelde, en wat ik nog met hem wilde bespreken.’

Hoe bedoel je?

‘Al die verwijten en gevoelens heb ik nooit met hem kunnen bespreken. Wat als ik m’n trots opzij had gezet en ik hem had benaderd? Het gesprek hebben we nooit kunnen voeren, want na een maand in coma is hij helaas overleden. Ik heb wel alles tegen hem gezegd als ik alleen met hem in het ziekenhuis was. Na een pauze van een week van school besloot ik dat ik er een film over moest maken.

‘Net als op m’n 16de was dat heel intuïtief, en een heel intens proces. Het ging over het onafgemaakte gesprek met mijn vader, maar verteld door de ogen van andere vaders en zonen. Via een mannenpraatgroep, onder andere, en voetbaljongetjes die vertellen hoe het is om een zoon te zijn. De film, Vaders zijn ook zonen, deed me realiseren dat mijn vader ook iemands kind is, dat hij alles in het leven ook voor het eerst deed.’

Sammy Shefa Idris wordt op 28 november 25 jaar

Woonplaats: Amsterdam

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Jezelf kennen, weten wat je uit jezelf kan halen en dat ook doen, dat vind ik volwassenheid. Dat doe ik best oké, denk ik. Een 7? Of een 6,5?’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Ja, diehard. De internetcultuur, dat elke meme weer een referentie is naar een andere meme. Ik voel me echt onderdeel van de Gen Z-generatie. Maar ik heb ook een oude ziel, hoor.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan heb ik een koophuis in Amsterdam.’

Wat intens, om tijdens zo’n rouwproces ook meteen te filmen.

‘Klopt. Geen idee of het een slimme keus was, maar ik denk dat ik niet anders kon. Film is voor mij een manier om met mijn emoties om te gaan. De crew, die bestond uit mijn klasgenoten, wist niet altijd waarom ze iets filmden, maar ze vertrouwden op mijn visie. De première was een mooi, persoonlijk en een fijn eindpunt van het hele proces van het maken van de film. Het betekende veel dat mijn moeder en mijn oom, de broer van mijn vader, daarbij konden zijn. Hij is de enige familie die we hebben in Nederland.’

Woont de rest in Soedan?

‘Nee, iedereen woont in een ander land. De meeste van zijn zussen zijn ook gaan studeren, maar dan in Egypte en Saoedi-Arabië. Over de familie in Soedan maak ik me wel zorgen. We hebben niet heel veel contact, ik ben daar nooit geweest, ik heb ze nog nooit in het echt gezien. Sommige familieleden willen ondanks alles niet vertrekken. Dat vind ik soms moeilijk, maar ik begrijp ook waarom ze zich zo sterk aan hun thuis vasthouden.’

Hoe zie je de toekomst voor je?

‘Ik hoop dat ik veel reis, zowel privé als voor mijn werk. Hopelijk heb ik een keer een Oscar, of een Grammy. Ik streef ernaar om kunst te maken omdat ik voel dat ik die móét maken, niet dat ik alleen maar werk om mijn rekeningen te betalen. Maar hoe ik mijn artiestschap verder ga invullen, daar ben ik zelf ook nog nieuwsgierig naar.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next