Steeds minder jongeren spreken Limburgs. Om het tij te keren wil de provincie dat de taal dezelfde Europese status krijgt als het Fries. Een van de vereisten om dat te bereiken: peuteronderwijs in het Nederlands en Limburgs. Hoe gaat dat eraan toe?
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
De peuters van de Rakkertjes in het Limburgse Born zijn buiten uitgespeeld en gaan binnen in een halve kring om juf Eveliene zitten. Na het ‘boete sjpele’ staat immers ‘krink’ op de volgende kaart van het dagprogramma. Het is tijd voor de Limburgse taal. Floortje in de deretuin is het voorleesboek. ‘Floortje zuut ein gael deer mit broen vlekke.’
Het gele dier met bruine vlekken dat Floortje ziet, heeft ‘eine lange nek en bein waor gein énj aan liekt te kómme’, leest Eveliene voor. Welk dier heeft zo’n lange nek en zulke lange benen? ‘Een giraf’, roept het ene kind, ‘eine sjiraf’, zegt een ander. Allebei goed, want bij de Rakkertjes krijgen de 2- tot 4-jarige peuters tweetalig onderwijs.
Zo ziet de provincie Limburg het graag. Het provinciebestuur wil dat het Limburgs na 2030 dezelfde Europese status krijgt als het Fries. Die erkenning brengt volgens het Europees Handvest verplichtingen met zich mee en één daarvan is dat de regionale taal wordt versterkt door vanaf de allerjongsten er onderwijs in te geven.
‘De overdracht van het Limburgs aan nieuwe generaties staat onder druk’, zegt de Limburgse cultuur en erfgoed-gedeputeerde Jasper Kuntzelaers. Driekwart van de 1,1 miljoen Limburgers kan ‘plat kalle’ – Limburgs praten. Dat zijn vooral ouderen, want van de jongeren en kinderen gebruikt 40 procent de taal. ‘Als we niets doen, spreken we het straks niet meer. Het is onderdeel van onze identiteit.’
Nu staat het Limburgs één niveau lager dan het Fries en het Papiaments. Bij die talen liggen de bescherming en bevordering ervan vast in bijvoorbeeld bestuur, rechtspraak en onderwijs – de regionale taal als schoolvak. Dat wil Limburg ook. De provincie stelde een adviescommissie in om te achterhalen wat daarvoor nodig is.
Dat blijkt een waslijst aan maatregelen voor de komende vier jaar. Denk aan structureel gebruik van het Limburgs in de Provinciale Staten, een kennisinstituut voor Limburgse taal en ondersteuning van Limburgstalige media.
Wat niet hoeft, benadrukt commissievoorzitter Yuri Michielsen, is wat ze in Friesland wel hebben gedaan: een standaardtaal ontwikkelen. ‘Limburgers moeten hun eigen variant kunnen blijven spreken en schrijven’, stelt Michielsen. Het ontbreken van een standaardtaal sluit wel juridisch gebruik ervan uit. ‘Zoals door de rechter of de overheid.’
Het Limburgs is een toontaal en kent honderden dialecten, die per dorp sterk kunnen verschillen. De commissie bepleit een provinciale taalverordening waarin staat hoe, bij afwezigheid van een standaardtaal, dialecten kunnen worden opgeschreven.
Met die regels schrijft iedereen in zijn eigen variant van het Limburgs. Een straat is in Mestreech – zoals Maastricht op enkele in Limburg gebruikelijke tweetalige plaatsnaamborden is aangegeven – ‘straot’ en in Valkeberg (Valkenberg) ‘sjtraot’. Maar wie gewend is ‘stroat’ of ‘sjtroat’ te schrijven, moet dat wat Michielsen betreft gewoon blijven doen.
Gelukzalig zit Milan sabbelend op zijn knuffeldier naar juf Eveliene te luisteren. Hij heeft dan ook net een nieuwe luier gekregen – een ‘dook’ in Remunj (Roermond), een ‘kinsjdouk’ verderop in Zitterd (Sittard). De andere kinderen proberen intussen op ‘ein bein’ te staan, want in het voorleesboek is Floortje in de dierentuin bij de flamingo’s, drie roze vogels – ‘dreej raos veugel’ – aangekomen.
Peuteropvang de Rakkertjes is een van de ruim twintig locaties van kinderopvangorganisatie MIK & Spelenderwijs waar peuters tweetalig onderwijs krijgen. Het staat nog in de kinderschoenen, want veel ouders en ook pedagogen zijn ervan overtuigd dat het Limburgs de Nederlandse taalontwikkeling van kinderen remt.
Uit onderzoek blijkt het tegenovergestelde, zegt locatiemanager Alexandra de la Roy (57). Tweetalig onderwijs is goed voor de cognitieve, talige en sociaal-emotionele ontwikkeling van ieder kind, of die tweede taal nu Engels is of een streektaal.
Het vooroordeel over het Limburgs was zo hardnekkig dat lang is gedacht dat bij de kinderopvang volgens de wet alleen Nederlands mocht worden gesproken. ‘Zelfs de inspectie ging daarvan uit’, zegt De la Roy, ‘maar streektalen mogen wel degelijk, dus ook het Limburgs.’
Toch kan die taal niet op alle locaties worden aangeboden, want lang niet alle peuterleiders – vaak twintigers en dertigers – spreken het. ‘Als je dan toch een Limburgs boek gaat voorlezen, werkt dat averechts.’
Dat een pedagogisch professional niet ‘plat’ praat, is volgens De la Roy verklaarbaar. ‘Nog niet zo lang geleden werd iedereen ontraden Limburgs te spreken. Dan zou je jezelf op achterstand zetten en in het westen niet naar een universiteit kunnen.’ Limburgers gingen zelfs naar logopedisten om hun accent af te leren.
De Europese erkenning die Limburg nu wil voor de taal is nauwelijks los te zien van het verlangen de ketenen van bescheidenheid af te werpen – niks krimpregio. ‘We willen niet meer navelstaren’, zegt De la Roy, ‘we gaan trots zijn.’
Het Limburgs heeft momentum, vandaar de aanvraag van de provincie voor de statusverhoging. ‘Door voor onze taal te zorgen, behouden we onze mooie kome wat kome-levenshouding’, stelt commissievoorzitter Michielsen. ‘’t Kump wie ’t kump.’
‘Als iemand Limburgs tegen je begint te praten, verandert er iets’, legt gedeputeerde Kuntzelaers uit. ‘De taal vertelt: jij komt ook van hier, jij begrijpt deze plek, jij begrijpt mij. Het Limburgs verbindt mensen met elkaar én met de plek waar ze vandaan komen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant