Home

Duurder dan de Nachtwacht: waarom zijn deze wandtapijten zo bijzonder? - Omroep West

GOUDA - Een Rembrandt aan de muur? In de zeventiende eeuw kon het nóg exclusiever. Wandtapijten uit Gouda behoorden tot de kostbaarste kunstwerken die je kon kopen en waren bestemd voor koningen, hertogen en stadhouders. 'De Nachtwacht was goedkoper dan het wandtapijt uit het stadhuis hier in Gouda', vertelt conservator Ingmar Reesing van Museum Gouda bij de onlangs geopende tentoonstelling 'Wonder Walls, Geweven meesterwerken'.

In de zeventiende eeuw werden in Gouda duizenden vierkante meters geweven. 'De grootste, kostbaarste en meest prestigieuze objecten die je in de zeventiende eeuw kon kopen, waren wandtapijten', vertelt Ingmar.

En daar zat nogal wat werk in. Maandenlang zaten wevers achter enorme getouwen en ook de materialen waren kostbaar. Wie van dichtbij naar zo'n tapijt kijkt, ontdekt talloze kleuren en piepkleine details. 'Het is echt schilderen met wol.'

Dat Gouda zo'n weefwalhalla werd, had alles te maken met migratie. Vanaf het einde van de zestiende eeuw kwamen protestantse Vlaamse ambachtslieden naar de Noordelijke Nederlanden. Onder hen waren tapijtmakers die in Gouda hun vak voortzetten.

Leegstaande kloosters bleken daarvoor ideaal: er was genoeg plek voor de enorme weefgetouwen. Zo ontstond een bloeiende industrie die Gouda zowel economisch als artistiek een flinke impuls gaf.

De opdrachtgevers van de geweven schatten waren stadhouders, keurvorsten en zelfs het Zweedse koningshuis.

De werken hangen normaal gesproken in kastelen en paleizen in binnen- en buitenland. Voor de tentoonstelling Wonder Walls zijn verschillende monumentale wandtapijten uitgeleend aan Museum Gouda. Onder meer twee tapijten uit Zweden zijn voor de tentoonstelling naar de stad gekomen.

Hoe ver de Goudse tapijtkunst reikte, was in 2025 nog goed te zien. Tijdens het staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Zweden poseerde het koningspaar voor levensgrote wandtapijten die eeuwen geleden in Gouda zijn gemaakt.

Ingmar noemt de werken uit Zweden 'de Rembrandts van deze tentoonstelling'.

In de tentoonstelling hangt ook het kostbare wandtapijt uit het Goudse stadhuis. Eeuwenlang gaven bruidsparen elkaar hun ja-woord voor het ruim tien meter lange wandkleed. Het tapijt wordt gerestaureerd en een deel ervan is inmiddels opgeknapt.

Die restauratie en nieuw onderzoek leverden een bijzondere ontdekking op. Eeuwenlang werd het werk toegeschreven aan David Ruffelaar, maar inmiddels wijst onderzoek naar Jannetje Wouters, die aan het hoofd stond van de weverij.

'Nu weten we door nieuw onderzoek dat het door een vrouw geweven is', vertelt Ingmar. 'Dat is een hele mooie ontdekking.'

Wandtapijten waren niet alleen bedoeld om indruk te maken. Ze hielpen ook om grote, koude ruimtes beter te isoleren. Met de tentoonstelling wil Museum Gouda laten zien dat de enorme wandkleden veel meer zijn dan chic behang.

'Je loopt er vaak langs in een kasteel of paleis of museum. Oh ja, wandtapijten. Maar als je heel goed kijkt naar de details, dan zie je echt hoe goed het gemaakt is', zegt Ingmar.

Het eeuwenoude ambacht heeft bovendien verrassend veel gemeen met wat nu weer populair is. 'Weven, borduren, punniken, haken, breien is helemaal weer van nu.'

Meer verhalen over ambacht, kunst, musea en cultuur lees je hier

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next