Home

Tasja's ouders leerden elkaar kennen in dwangarbeiderskamp: 'Mijn moeder stond eerst voor gaskamer' - Omroep West

DEN HAAG - Tasja Tomassen (78) uit Den Haag is vanaf haar vijftiende al herenkapster en heeft nooit iets anders gedaan. De manier waarop ze uiteindelijk in het kappersvak is gerold, zou je op zijn zachtst gezegd een turbulent verhaal kunnen noemen. Haar moeder werd in de Tweede Wereldoorlog gedeporteerd en naar de gaskamers gestuurd, haar ouders ontmoetten elkaar later in een dwangarbeiderskamp en met het gezin verhuisde ze tijdens de Koude Oorlog van Nederland naar de Sovjet-Unie. 'Ik heb daar vijf jaar mijn tanden niet gepoetst en er kwam af en toe bruin of helemaal geen water uit de kraan.'

Dit is een verhaal uit onze serie Hoe gaat het?, waarin wij gesprekken aan gaan met patiënten, bezoekers en medewerkers in het ziekenhuis.

Tasja steekt net een kauwgompje in haar mond als presentator Fred Zuiderwijk naast haar komt zitten op een bankje in de hal van het HagaZiekenhuis. Nadat ze hem ook een kauwgompje geeft, raken ze in gesprek. 'Ik was hier op controle', antwoordt ze vrij algemeen als Fred vraagt waarom ze hier is.

'Maar dat is wel goed, want ik moet nog altijd werken. Ik ben herenkapster', gaat ze verder. 'Ik heb al heel lang een eigen zaak in Den Haag. Alle oude rakkers komen al jaren nog steeds trouw bij mij.'

De reden waarom Tasja ooit kapper is geworden, blijkt zeker geen resultaat te zijn uit een loopbaanoriëntatietest op school. 'Mijn moeder is geboren en opgegroeid in de Sovjet-Unie, in het deel dat nu Oekraïne is.'

'Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ze verraden, gedeporteerd naar een concentratiekamp en naar de gaskamers gebracht. Ze was niet joods', verduidelijkt de vrouw. 'Maar de persoon die haar heeft verraden, was overgelopen naar de Duitsers en wilde haar te grazen nemen om een of andere reden.'

'Zij is dus op haar achttiende op de trein gezeten naar Treblinka. Daar werd haar haar afgeknipt en moest ze zich uitkleden en richting de gaskamers lopen', gaat Tasja verder.

'Toen ze in de rij stond, werd er opeens 'stop' geroepen en moesten alle vrouwen die nog niet in de gaskamer stonden terug de trein in. Daarna werden ze vervoerd naar Berlijn, naar een dwangarbeiderskamp.'

'Ze heeft ergens dus ook enorm veel geluk gehad dat er nog net op tijd werd ingegrepen in dat kamp en dat ze blijkbaar mensen nodig hadden in Berlijn', zegt Tasja nog steeds een beetje beduusd.

Uiteindelijk heeft moeder Tanja 4,5 jaar dwangarbeid in Berlijn moeten doen voor de Duitsers en ze overleefde het. Ondanks de zware en mensonterende omstandigheden waar zij in moest werken, ontmoette ze daar wel de vader van Tasja.

'Mijn vader was daar ook dwangarbeider. Hij is vanuit Nederland gedeporteerd naar Berlijn, omdat hij iets raars heeft gedaan met bonnetjes en zwarte handel', legt Tasja uit. 'Maar wat hij precies heeft gedaan, heb ik nooit geweten.'

'Hij was nooit een prater en heeft nooit verteld wat hij heeft meegemaakt of wat in hem omging. Maar hij heeft iets gedaan wat de Duitsers niet leuk vonden.'

Na de oorlog keerde vader Chris terug naar Nederland en nam moeder Tanja mee. 'Maar ze waren niet verliefd. Mijn vader gooide brood over het prikkeldraad in het kamp naar mijn moeder en de andere meiden.'

'Ze had gewoon enorm veel waardering voor hem en ze vond hem een goed mens. Of zoals mijn moeder zei: het was geen liefde, maar respect. Hij heeft mij gered en ik heb hem gered. Klaar.'

Daarnaast kon de moeder van Tasja niet terug naar haar eigen land. 'Als je in Duitsland had gewerkt, vonden ze je daar een verrader, ook al had ze geen keuze toen ze in de oorlog op de trein werd gezet. Als ze terug zou gaan, werd ze waarschijnlijk meteen doorgestuurd naar Siberië. Het was dus beter voor haar om met mijn vader mee te gaan naar Nederland', legt de vrouw uit.

In Den Haag trouwde het stel en kregen ze twee kinderen. Maar het huwelijk verliep niet 'nog lang en gelukkig'. 'Mijn vader ging in Nederland anders leven en het huwelijk werd een puinhoop.'

'Hij ging gelijk de kroeg in en drinken en gokken. Mijn ouders kregen daardoor veel schulden. Daarnaast liet hij mijn moeder aan haar lot over met mij en mijn broer', verduidelijkt Tasja.

'Op een gegeven moment heeft mijn moeder toen gezegd: ik ga terug naar mijn land en neem de kinderen mee. Uiteindelijk ging mijn vader ook mee op het laatste moment, hij wilde bij zijn kinderen blijven', vertelt de vrouw. En zo geschiedde, Tasja verhuisde op 7-jarige leeftijd met het gezin naar de Sovjet-Unie.

'Ik ging daar naar school en toen zei iedereen: kijk, dat meisje komt nou uit Nederland', vertelt ze. 'Ja, daar sta je dan met je strik in je haar. Dan kan je wel door de grond zakken.'

'Maar ze zijn altijd heel aardig voor mij geweest, ze hebben mij de taal geleerd en deelden, ondanks de armoede, alles', voegt ze snel en met een glimlach toe.

Die armoede in haar voormalige thuisland heeft de grootste indruk gemaakt op Tasja. 'Eten was heel moeilijk. We moesten in de rij staan voor melk en we hebben eigenlijk alleen maar brood, zure bom (augurk, red.) en knoflook gegeten daar', legt ze uit.

'Ook liep ik als kind vier jaar lang op dezelfde schoenen rond en ik heb bijna vijf jaar mijn tanden niet gepoetst, want er was geen tandpasta', somt de vrouw verder op. 'Daarnaast kwam er af en toe bruin water of helemaal geen water uit de kraan, dan moest je gaan lopen voor water.'

Toch zou Tasja niet zeggen dat ze die tijd als heel zwaar heeft ervaren. 'Je wordt gewoon gehard daardoor en als kind wen je er ook aan. Mijn broertje en ik waren na vijf jaar Sovjet-Unie heel Nederland eigenlijk al vergeten.'

Toch ging het gezin na vijf jaar terug naar Nederland, omdat hun vader niet goed kon wennen aan het leven én eten in de Sovjet-Unie. 'Uiteindelijk konden we dankzij de hulp van zijn familie en de minister van Buitenlandse Zaken terugkeren.'

Het gezin werd overigens niet met open armen ontvangen in Nederland. 'Niemand liet ons binnen, want iedereen dacht: daar heb je de Russen. Mijn ouders zijn toen nog een paar jaar bij elkaar geweest, maar uiteindelijk toch uit elkaar gegaan, gescheiden. De situatie was echt onhoudbaar.'

Ondanks haar turbulente jeugd in de Sovjet-Unie werd in die tijd wel het zaadje geplant om herenkapster te worden. 'Mijn vader was daar kapper bij de mijnwerkers en ik moest hem elke dag bij de mijnen een pannetje met eten brengen', vertelt de vrouw.

'Ik heb daar wel heel veel lijken gezien, want bijna iedere dag werden daar mijnwerkers uit de mijnen getild die helemaal waren opgeblazen', voegt ze bijna schouderophalend toe alsof het een klein detail is.

'De eerste keer vond ik dat vreselijk. Maar hoe vaker ik daarnaartoe ging, hoe meer ik eraan gewend raakte. Op een gegeven moment vond ik het gewoon.'

Ondanks de schrikbeelden die Tasja zag als ze naar haar vaders werk toeging, is ze uiteindelijk wel in zijn voetsporen getreden. 'Toen we terug in Nederland kwamen, moesten we helemaal opnieuw beginnen. Mijn vader heeft een nieuwe zaak gekocht hier en werd herenkapper.'

'Ik ben toen op mijn vijftiende bij hem gaan werken en daarnaast de avondschool gaan doen, een kappersopleiding. Zo heb ik het vak geleerd', zegt Tasja opgewekt.

And the rest is history, zou je kunnen zeggen. Inmiddels is Tasja al bijna 65 jaar kapster. 'Over anderhalf jaar wil ik een groot feest geven voor al mijn klanten, de oude rakkers, en gaan we naar de overkant, even uit ons dak in de bar daar', zegt ze trots.

Presentator Fred Zuiderwijk knoopt in het HagaZiekenhuis in Den Haag gesprekken aan met allerlei mensen. Van (zorg)personeel tot bezoekers en patiënten. De vraag 'hoe gaat het?' levert gesprekken vol verdriet en ontroering op, maar ook vol humor. Meer verhalen uit deze serie zijn op het YouTube-kanaal van Omroep West te zien.

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next