Home

Personeelskorting dreigt te verdwijnen, brancheorganisaties rollen mouwen op

Korting op de weekboodschappen als je zelf achter de kassa zit of op het bioscoopkaartje dat je zelf verkoopt. Die personeelskorting krijgen medewerkers in 2027 waarschijnlijk niet meer, tot ontzetting van tientallen brancheorganisaties die de messen slijpen.

De personeelskorting is een arbeidsvoorwaarde die een werkgever kan aanbieden. Die geldt voor medewerkers van bedrijven die producten of diensten aan consumenten verkopen, zoals supermarkten, horecazaken, reisbureaus, kappers, bioscopen en tuincentra.

Op dit moment geldt een speciale gerichte vrijstelling binnen de werkkostenregeling (WKR). De korting is belastingvrij als deze maximaal 20 procent van de winkelwaarde is en niet hoger is dan 500 euro per werknemer per kalenderjaar. Die regeling gaat op de schop. Vanaf 1 januari 2027 valt die personeelskorting volledig onder de algemene 'vrije ruimte' van de WKR van de werkgever.

Maar volgens de brancheorganisaties is die vrije ruimte heel klein en wordt die al voor een groot deel opgeslokt door teamuitjes, borrels, verjaardagen en kerstpakketten. Die personeelskorting past daar helemaal niet in, want als een werkgever boven die vrije ruimte komt, zal hij er 80 procent belasting over moeten betalen.

Een alliantie van 25 brancheorganisaties uit onder meer de horeca, retail, reisbranche en cultuursector is een petitie gestart voor het behoud van deze personeelskorting. In bijna twee weken ondertekenden ruim 13.500 mensen deze petitie.

De regels voor onbelaste vergoedingen aan personeel en de WKR zijn volgens het kabinet nu veel te ingewikkeld. Daarnaast moet de maatregel geld opleveren. De Tweede Kamer bedacht om de opbrengst te gebruiken als dekking voor het energie- en brandstofpakket. Naar verwachting levert de maatregel 127 miljoen euro op.

Eerder trok de overheid al aan de rem bij een andere type personeelskorting. De rentekorting op hypotheken voor bankpersoneel is sinds 1 januari 2016 belast loon, terwijl die daarvoor ook onbelast was. Werkgevers mogen die korting nog steeds geven, maar moeten er loonheffing over betalen of het voordeel onderbrengen in de vrije ruimte van de WKR.

Paul te Grotenhuis, woordvoerder van brancheorganisatie INretail, maakt een rekensommetje. "Een werkgever heeft loonkosten. 2 procent daarvan mag je gebruiken als WKR-budget. Als je dat deelt door het aantal mensen op je loonlijst, kom je op een bepaald bedrag per persoon." Als een bedrijf veel parttimers heeft, dan is dat bedrag volgens hem erg laag. Als de korting niet in dat potje vrije ruimte past, dan moet de werkgever 80 procent belasting betalen over het bedrag dat erbovenuit komt.

Volgens Te Grotenhuis moeten werkgevers straks misschien vervelende keuzes maken. "Dan moeten ze kiezen wat ze hun mensen nog gunnen. Wordt het kerstpakket uitgekleed? Komen er geen bedrijfsfeestjes meer?" Volgens de brancheorganisaties komt het bovendien op een ongelukkig moment, want in veel sectoren is sprake van personeelskrapte en zo'n korting helpt juist om mensen aan je te binden.

"Het is een mooie arbeidsvoorwaarde die je niet kwijt wil", zegt Te Grotenhuis. "Iemand die in een kledingzaak werkt en zelf die kleding draagt, is juist een prachtig uithangbord. En in de reisbranche kan iemand toch veel beter vertellen hoe een bestemming bevalt als-ie er zelf is geweest?"

Koninklijke INretail stelt dat de politiek niet goed weet hoeveel mensen hiervan gebruikmaken en hoe belangrijk ze de korting vinden. "Medewerkers waarderen het enorm. En het gaat om een heel grote groep van ruim een miljoen mensen die hier graag gebruik van maken."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next