Duizenden Nederlanders hebben de afgelopen jaren ongemerkt het westnijlvirus gehad. Zo'n honderd van hen hadden waarschijnlijk ernstige klachten, maar artsen herkenden niet dat het om de westnijlziekte ging.
Tussen 2020 en 2023 hadden naar schatting 9.500 mensen in Nederland het westnijlvirus. Dat melden wetenschappers donderdag na een onderzoek.
Het totale aantal meldingen bij het RIVM van mensen met het virus staat nu op 64. Dat lijkt dus het topje van de ijsberg. "Dat komt doordat 80 procent van de mensen geen klachten heeft", schrijft de gezondheidsorganisatie. "En als er klachten zijn, zijn die vaak mild of lijken ze op griep."
Daardoor bleef het virus in veel gevallen onopgemerkt. Het onderzoek laat zien dat het belangrijk is dat artsen bij onverklaarbare ontstekingen van de hersenen of het zenuwstelsel aan het westnijlvirus denken.
De onderzoeksresultaten moeten nog worden geverifieerd, maar het beeld past bij de eerdere boodschap van het RIVM. De organisatie zegt wel dat het westnijlvirus inmiddels over de piek heen is.
De afgelopen week kreeg het RIVM vijf extra meldingen van mensen met het virus. Zij werden gestoken door een gewone huissteekmug, die besmet was. De stijging onder mensen vlakt af, maar onder dieren is er momenteel nog een stijging.
Het aantal geïnfecteerde muggen nam de afgelopen weken toe, blijkt uit geteste muggensamples. Toch verwacht ook hoogleraar Experimentele Virologie Ronald van Rij van het Radboudumc dat het aantal besmettingen afneemt. "Muggen worden minder actief nu het kouder wordt en de dagen verkorten."
De muggen gaan dan in zogenoemde diapauze. Dat is een winterrust waarin ze niet meer steken en het virus dus niet meer overbrengen.
Het westnijlvirus treft ook dieren. Zo testten de afgelopen week 32 vogels positief. Die dieren werden gevonden in Zuid-Holland, Noord-Holland, Noord-Brabant, Utrecht, Gelderland, Flevoland en Zeeland. Dit jaar overleden zeker tachtig vogels aan het virus.
Tijdens de uitbraak lijkt er met het westnijlvirus geassocieerde sterfte te zijn onder kraaiachtigen, zegt Van Rij. Het gaat om kraaien, kauwen en eksters. Onderzoek van een aantal jaar geleden in de Verenigde Staten liet een afname van meerdere vogelsoorten zien na een piek van het westnijlvirus.
Naast vogels zijn paarden ziek geworden van het virus. Het RIVM meldt deze week vijf besmettingen bij paarden, wat het totale aantal op 168 brengt. Volgens Van Rij neemt ook het aantal infecties bij die dieren de komende tijd af.
Maar het virus is een blijvertje, denkt Van Rij. Het westnijlvirus werd al eens in 2020 in Nederland gevonden en circuleert al langere tijd in Duitsland en Zuid-Europa. "Het is aannemelijk dat we het virus in de toekomst weer gaan zien in de winter, wellicht na een lange of warme zomer als dit jaar."
Van Rij denkt niet dat we dat kunnen voorkomen. "Als het virus weer circuleert, is het met name voor kwetsbare personen aan te bevelen om zich te beschermen tegen muggenbeten."
Source: Nu.nl algemeen