DELFT - De provincie Zuid-Holland mag een definitief voorkeursrecht instellen op de grond van de oude DSM-fabriek in Delft. Dat hebben de Provinciale Staten woensdagavond besloten. Daarmee moet het Zwitsers-Nederlandse chemiebedrijf de grond eerst aan de provincie aanbieden wanneer ze het willen verkopen. De provincie wil daar de biotech-campus van Delft uitbreiden.
Afgelopen zomer maakte de provincie bekend dat zij een voorkeursrecht op de grond hebben ingesteld. Er wordt onderzocht of de provincie de grond aan kan kopen.
Over het terrein van de oude Gistfabriek wordt al jaren gesproken, ook in de gemeenteraad van Delft. Toen gaven de raadsleden al wensen en bedenkingen mee over het gebied aan het chemiebedrijf.
Delft wil, samen met de provincie, verkennen of het terrein kan worden veranderd in een nieuw stadsdeel waar gewerkt en misschien in de toekomst ook kan worden gewoond.
In de Statenzaal is men het erover eens: het is een goed idee om een voorkeursrecht in te stellen op de grond.
VVD spreekt van een 'unieke kans' om het huidige biotech-campus te versterken. 'Het gaat om een strategische locatie die belangrijk is voor de regio, voor Zuid-Holland en zelfs voor Nederland', vindt Statenlid Erica van Engel.
Ook wat coalitiegenoot Pro betreft wordt het voorkeursrecht ingesteld: 'Wat ons betreft wordt er een effectieve en innovatieve campusstructuur ontwikkeld', aldus Pro-statenlid Thijmen Lamers-Brouwer.
Er zijn ook zorgen, met name over de financiƫle risico's die komen kijken bij de mogelijke aankoop van de DSM-grond.
'De brief die is gestuurd, geeft weinig inzicht in de mogelijke kosten van grondverwerving, bodemverontreiniging, de sanering van de grond en de herontwikkeling. Is het eigenlijk onderzocht of het haalbaar is', vraagt D66-Statenlid Vinesh Lalta zich af.
JA21-fractievoorzitter Thom van Vugt wilde daarnaast met een motie uitspreken dat er ook nadrukkelijk wordt gekeken naar tijdelijk wonen op de verder te ontwikkelen campus. 'We willen namelijk dat er maximaal wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik', stelt het raadslid.
Volgens gedeputeerde Meindert Stolk (CDA, economie) is er nadrukkelijk geen plaats voor wonen op de campus, in elk geval niet voor reguliere woningbouw. 'Het is goed om te ervaren dat het belang van de biotech-sector breed wordt onderschreven', begint de provinciebestuurder.
'We willen veiligstellen dat we deze ontwikkeling kunnen blijven gebruiken voor de doorontwikkeling van deze belangrijke cluster op deze plek.'
Maar het voorkeursrecht is volgens Stolk 'niet meer en minder' dan het vastleggen dat wanneer de huidige eigenaar van de grond besluit te verkopen, zij het als eerste aan moet bieden aan de provincie.
Volgens Stolk is het terrein vooral ook bedoeld als een plek om start-ups en scale-ups te vestigen. 'De locatie is op dit moment een bedrijventerrein. Ik wil er zoveel mogelijk aan vasthouden om bedrijvigheid te realiseren, daar ligt wat mij betreft het zwaartepunt.'
Voor 'reguliere woningbouw' is er volgens de Stolk dus geen plek. 'Om nu al op te roepen om woningbouw te realiseren wil ik echt ontraden, omdat het geen recht doet aan de functie die het nu heeft en de functie die we voor ogen hebben', aldus Stolk, die overigens wel wil nadenken over tijdelijke bewoning in de vorm van studentenwoningen of short stay.
Pro en D66 schaarden zich achter de provinciebestuurder. 'Normaal gesproken zijn we altijd voor woningbouw, maar we vinden de uitleg van de gedeputeerde overtuigend genoeg', stelt Statenlid Lamers-Brouwer (Pro).
'We zijn ook bang dat, door nu al een woonbestemming uit te spreken, we de prijs voor de grond enorm opdrijven. Dus de motie van JA21 zou de samenleving gewoon veel geld kosten', besluit het Pro-statenlid.
Source: Omroep West Den Haag